Basisonderwijs

Alleen heel goede leraren zijn in staat recente gebeurtenissen en nieuwe opvattingen direct goed in hun onderwijs te integreren.

Ook onderwijsmethoden lopen onvermijdelijk achter bij de ontwikkeling van de wetenschap of de maatschappelijke opvattingen, waardoor de achterstand in de concrete inhoud van de lessen nog groter is. Slechts leraren die hun hele vakgebied bijhouden en de gave bezitten daarover op eenvoudige wijze te vertellen kunnen deze achterstand ondervangen. Veel ernstiger is het wanneer een nieuwe organisatie van het onderwijs wordt voorgesteld waarin men uitgaat van een achterhaald maatschappijbeeld, en daarmee een onderwijsaanbod creeert dat in de maatschappij van gisteren paste.

De pleidooien die dezer dagen worden gehouden om het vak 'verzorging' als apart vak op te nemen in het lesrooster voor de basisvorming gaan uit van het maatschappijbeeld van gisteren. Toen werden huishoudens nog gevoerd door moeders die alleenheerseres waren in de keuken, en in die keuken werden hoogstens dochters geduld. Van zonen werd niet verwacht dat zij een vinger uitstaken in het huishouden, sterker: het werd hen vaak onmogelijk gemaakt. Met de voorgaande emancipatie waarbij veel vrouwen buitenshuis (beroeps-)activiteiten ontplooien is dit beeld in huis grondig veranderd.

De mentaliteit is anno 1991 zo zeer gewijzigd dat nog maar weinig jonge mensen weten wat de motie-Tendeloo inhield en nog minder de enorme betekenis beseffen die deze motie heeft gehad voor de ontplooiing van (gehuwde) vrouwen in ons land. Daarmee gepaard ging een verandering in de benadering van zonen. In veel huishoudens mogen nu ook jongetjes van tien jaar koekjes of appeltaarten bakken en worden ook jongens ingeschakeld in de algemene verzorgingstaken. Dat betekent dat allerlei practische zaken al doende thuis 'geleerd' worden, daarin heeft de school geen taak meer. Wat de school wel moet doen is begrip bijbrengen waarom allerlei verzorgende handelingen op bepaalde manieren moeten gebeuren. Waarom hygiene, waarom koken, waarom bakken, waarom zo min mogelijk agressieve schoonmaakmiddelen en met wat meer moeite toch het sanitair schoonmaken, waarom wassen, waarom batterijen inleveren enz. Deze onderwerpen komen vanzelf en dan in een groter verband en met meer diepgang aan de orde in de biologie; daarvoor is een vak verzorging niet nodig.

In de biologie komt bovendien het begrijpen van het functioneren van het menselijk lichaam op een fundamentele manier aan de orde inclusief een beginnend begrip van het eigen gedrag. Een begrip dat essentieel is voor het omgaan met de eigen gezondheid, medicijngebruik en gezondheids- en milieurisico's van het eigen gedrag. Dit alles betrekt de bioloog op een heel natuurlijke wijze in zijn onderwijs, mits die bioloog daarvoor voldoende lestijd beschikbaar heeft. De huidige voorbeeld-lessentabellen voor de basisvorming bieden daarvoor wel erg weinig ruimte. Als men toekomstige volwassenen op school wil toerusten met een goed begrip voor eigen en andermans functioneren kan men veel beter de beschikbare tijd voor biologie uitbreiden dan een nieuw, maar bij zijn invoering reeds verouderd, vak verzorging introduceren; een vak waarvan ik dertig jaar geleden wellicht een voorstander geweest zou zijn.

    • Dr. J. C. van Noordwijk-Van Veen