Bankschandaal rondom BNL in VS naar climax; Vervolging schoonzoon van Saddam

ROME, 30 JAN. Het schandaal rondom het Amerikaanse filiaal van de Italiaanse Banca Nazionale del Lavoro (BNL) in Atlanta heeft een nieuwe climax bereikt.

De Verenigde Staten zullen naar verwachting vier hoge Irakese functionarissen aanklagen in verband met ongeautoriseerde exportkredieten

Met de kredieten is militair materiaal gekocht voor chemische en nucleaire wapens voor Irak. Tot de vier behoort ook de schoonzoon van de Iraakse president Saddam Hoessein.

Volgens de Financial Times van vandaag zijn de formele aanklachten in het schandaal volgende week te verwachten. Voor de aanklachten tegen de Irakezen is toestemming van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken nodig. Ook een aantal Amerikaanse werknemers van het BNL-filiaal in Atlanta zou worden aangeklaagd.

Het Italiaanse parlement maakt zich inmiddels op voor een officieel onderzoek naar het bankschandaal, dat in augustus 1989 in de openbaarheid kwam. In 1988 en 1989 heeft het BNL-filiaal in Atlanta voor drie miljard dollar exportkredieten en leningen verleend aan Irak. Bagdad zou ongeveer een derde hiervan hebben gebruikt voor de aankoop van militair materiaal, waaronder ook goederen en technologie die zijn gebruikt voor de ontwikkeling van kernwapens en chemische wapens en voor de uitbreiding van het Irakese raketprogramma.

In de Verenigde Staten is het onderzoek naar het BNL-schandaal aanvankelijk bemoeilijkt door het State department, dat aarzelde over het aanklagen van hoge Irakese functionarissen. De Golfoorlog heeft dit veranderd.

De frauduleuze BNL-leningen en kredieten en de Iraakse wapenaankopen in het Westen vielen onder de verantwoordelijkheid van de Iraakse minister van industrie en militaire industrialisatie, Hoessein Kamel, schoonzoon van Saddam Hoessein. De andere Iraakse verdachten zijn Sadik Taha, algemeen directeur van de centrale bank; Raja Hassan Ali, algemeen directeur op het ministerie van Hoessein Kamel; en Achmed Al-Dulaimi, staatssecretaris op dit ministerie. Deze drie zouden een sleutelrol hebben gespeeld in de BNL-affaire.

In Italie heeft een groep parlementariers deze maand een vooronderzoek naar de affaire afgesloten. De socialistische senator Francesco Forte, lid van deze groep en waarschijnlijk ook van de te vormen officiele onderzoekscommissie, zei dat duidelijk is geworden dat de kredieten werden gegeven met medeweten van het BNL-hoofdkantoor in Rome, iets wat de bank heeft ontkend.

De BNL heeft steeds gesuggereerd dat het bankschandaal een eenmansactie was van Chris Drogoul, directeur van het BNL-kantoor in Atlanta. Drogoul zou echter de Amerikaanse justitie hebben verteld dat hij in 1988 in Rome is aangemoedigd kredieten aan Irak te verlenen en zich daarbij vooral te richten op de industrieel-militaire sector.

    • Onze Theo Westerwoudt
    • Marc Leijendekker