Apocalyptische spokerij steekt kop weer op

Wie onheil verkondigt, wil meestal gelijk krijgen. Als de werkelijkheid weigert de voorspelling in te lossen, voert de gekrenkte profeet de dosis op.

Zo iemand is publicist W. L. Brugsma, zo iemand is ook Alexander King, mede-oprichter van de Club van Rome. Beiden verkondigden gisteren op een symposium 'The End' dat de Apocalyps nu toch echt op handen is. So what? kan men zeggen; blijkbaar bevredigen dergelijke fantasieen over de onafwendbare ondergang een diepe psychische behoefte. En niet alleen van de boodschappers zelf, maar ook van het publiek: de zaal in de Erasmus Universiteit zat vol.

Nu hun toekomstvoorspellingen het niveau van 'wetenschappelijk' onderbouwde waarschuwingen over dit of dat zijn ontstegen en worden gepresenteerd als definitieve wereldbeschouwelijke conclusies op basis van al dat onderzoek - die voornamelijk uit persoonlijke gevoelens lijken voort te komen - krijgen deze profetieen riskante, ja, gevaarlijke trekjes.

Waarom riskant? Omdat alle voorgaande ingredienten nu in dezelfde pan worden gegooid waaruit alleen nog een soort metafysische damp opstijgt die het vermogen helder te denken over de onderscheiden problemen kan bedwelmen. Waarom gevaarlijk? Omdat de nieuwe scenario's het irrationalisme, toch al het fatale kenmerk van het denken in deze eeuw, nieuw leven inblazen. Want in hun analyse van de huidige situatie in de wereld ligt de catastrofe-fantasie dichter dan ooit bij de wens van de wonderbaarlijke redding.

In normale tijden hoort het publiek dit soort hel-en-verdoemenisverhalen geamuseerd dan wel gapend van verveling aan. In onheilzwangere tijden als deze, waarin menigeen een beetje verward of 'depri' is, kunnen ze besmettelijk werken. Dan kan een situatie ontstaan waarin men net als Baron von Munchhausen, bereid is desnoods op een kanonskogel te springen om uit de nood te komen. En doorgaans staat bij dat soort paniektaferelen niet de echte verlosser maar de dictatuur in de coulissen te wachten.

Eerste flashback: in 1972 waarschuwde Kings Club van Rome dat we spoedig (binnen een week, een maand, een jaar, maar niet veel langer) nog geen fietsband, geen fotorolletje meer zouden kunnen kopen omdat de grondstoffen in ijltempo uitgeput raakten door de uitbuiting van de aarde door het Westen. Het Westen kocht het rapport en kocht er nog een racefiets, camper en camera bij. Toen werd de aarde vervangen door de lucht die de mensheid letterlijk zou uitputten en verdelgen: men had de keus tussen verstikking in de broeikas, overspoeld te worden door de stijgende zeespiegel of geroosterd te worden door de kosmische straling door het ozongat. De reactie was: dan nemen we het er nu nog maar even van en men legde meer kilometers per auto en vliegtuig af dan ooit tevoren. Daarop ontdekte Kings Club de overbevolking. Binnen enkele decennia alleen nog staanplaatsen! Maar de boosdoeners China en India bleken ver en de rapporten werden niet meer zo goed verkocht.

Islamisering

Nu zoekt King het weer dichter bij huis. In zijn rede 'I am Cassandra' wees hij gisteren de islamisering van Europa aan als nijpendste probleem voor de nabije toekomst. “Ik vrees dat een islamitische 'bezetting' van Zuid-Europa daar het einde van de westerse beschaving zou kunnen inluiden, omdat tal van Noord-Afrikaanse moslims de Middellandse Zee oversteken”, aldus King in deze krant (28-1-1991). En deze dreiging noemt hij “een nog veel groter vraagstuk dan de macro-milieuproblemen waar de wereld mee kampt: vooral omdat ik er op het ogenblik geen enkele oplossing voor zie”. Liever gestikt en geroosterd dus dan een moslim over de vloer.

Het is een beetje flauw om te zeggen dat deze 82-jarige Cassandra een huisje nabij Nice heeft, dat hebben er wel meer. Het gevaarlijke ingredient in dit nieuwe onheilsbrouwsel vol egoisme en angst voor de komende 'jihad' is dat er ook een menselijke vijand wordt bijgeleverd. Het lijkt nu alleen nog wachten op de ideologie die deze angst in de vorm giet, de machtspolitiek doet de rest wel. Heeft deze religieuze wending die King - een puriteinse, protestants-christelijke Schot - aan het nieuwste ondergangsscenario geeft, dan misschien toch iets te maken met zijn niet zo openlijk gepresenteerde religieuze overtuiging? King spreekt zelden van God of geloof maar is wel lid van de ICUS, welke afkorting staat voor International Conference for the Unity of the Sciences. Deze organisatie wordt geheel gedomineerd en gefinancierd door de Unification Church, de tot imperium uitgegroeide sekte van de Zuidkoreaan Sun Myung Moon. Moon stelt zich ten doel alle christenen op aarde binnen zijn beweging te krijgen. W. L. Brugsma gelooft niet, zei hij in zijn rede 'De mens, een bedreigde diersoort', maar citeerde wel om de paar alinea's uit de bijbel om zijn nieuwste ondergangsscenario kracht bij te zetten.

Tweede flashback: eind jaren zestig was Brugsma de spreekbuis van Jean-Jacques Servan-Schreibers boek 'Le defi americain'. Europa raakt hopeloos achterop bij Amerika! Oplossing: meer economische groei! Meer technologie! Anders gaat Europa ten gronde! De Club van Rome kwam en Brugsma werd de apostel in Nederland. Nulgroei! Mingroei! Anders gaat Europa ten gronde! De neutronenbom kwam en de kruisraket en daar was de echte dreiging. In zijn geniale talent om de juiste hyperbolische metafoor te vinden, werden 'High Noon', 'Doomsday Machine', 'John Wayne', 'Bedtime for Bonzo-Reagan' de trefwoorden. Want Europa had, alweer, het naderende 'Armageddon' te danken aan die ketchup-Amerikanen.

Ideeenverspreiding

In navolging van zijn grote held De Gaulle schreef Brugsma in 'Europa, Europa' (1983): “Als de volkeren van het oude Europa, aan welke kant van het IJzeren Gordijn zij ook wonen, de eendracht onder elkaar willen herstellen, dan zal de vrede verzekerd zijn. Als Europa in twee delen gespleten blijft, dan zal vroeger of later een oorlog de mensheid vernietigen”.

Ook dat liep weer anders dan gedacht. De Muur viel, het leek eeuwig vrede te worden. Dus tijd voor een nieuw idee want, zoals hij in het woord vooraf van 'Europa, Europa' zegt: “Zoals een stoommachine niet alleen stoom voortbrengt maar ook beweging, zo wordt een commentator geacht niet alleen hete lucht maar ook ideeen te verspreiden”.

Welnu, Brugsma's nieuwste idee is, kort gezegd, deze: de mens is een dier, maar een 'dier-plus'. “Slechts een enkele gen bepaalt het verschil tussen de chimpansee en de mens”. Dit ene gennetje in de neo-cortex blijkt de grootste boosdoener. Het was bedoeld als overlevingsmechanisme maar wist daarna niet van ophouden: de natuur werd onderworpen. Eerst noemden we dat cultuur, nu vernietiging. Het 'point of no return' is bereikt want dat ene gennetje maakt de mens nog stommer dan het dier: de mens doet namelijk aan 'total war en total sex' zonder rekening te houden met ruimte of voedselvoorziening. Het is zelfs zo'n stom gen dat de sex het wint van de oorlog. Dat komt omdat die genen het in zich hebben om te overleven. Overbevolking dus. Brugsma constateert een magisch trekje in het getal '35'. “De aarde bestaat naar schatting 3, 5 miljard jaar. De mens zoals we die nu kennen ontstond 35.000 jaar geleden, en de wereldbevolking verdubbelt elke 35 jaar. Dat is toch opvallend”.

Opvallend, het zou evenwel toch nog wel een paar keer 35 jaar duren voordat iedereen wegens overcompleeet van de aarde zou afvallen. En zo lang kan een onheilsprofeet niet wachten. Maar gelukkig, daar naderde de oorlog in de Golf.

Nou ja, dan wint de oorlog het toch van de sex. De scheppingsweek begon op maandag 20 oktober in 4004 voor Christus, en wel om 9 uur des ochtends, zo citeert Brugsma, in een artikel in deze krant van (3-1-1991), een wijze bijbelexegeet. “De Jongste Dag: welk tijdstip is passender dan het naderend einde van het zesde millennium? ” “Het einde der tijden, welke locatie is passender dan de streek van het begin der tijden: de Hof van Eden..? ” “De Apocalyps: welk middel leent zich daartoe beter dan oorlog?” De 'Doomsday Machine' is dus al in werking getreden, de finale afrekening laat niet lang meer op zich wachten, het is te laat op het noodlot af te wenden.

Maar Brugsma heeft nog wel een wens, zo zei hij tegen het Rotterdamse universiteitsblad Quod Novum (23-1-1991). “Het liefst zou ik zien dat een flinke groep mensen overleeft, als het kan ergens op een eiland en lering trekt uit de fouten die in het verleden zijn gemaakt. Zich niet iedere vijfendertig jaar verdubbelt en terugkeert naar de natuurlijke levensduur van een mens: 33 jaar, en niet 75 zoals in ons land”.

Wel zitten we nog met dat ene gennetje - blijkbaar onverwijderbaar door de moderne chirurgie - en dat zorgt er voor dat iedereen wil overleven. Dat kan dus niet. Nu zou Brugsma graag zien dat zijn dochter overleeft, zo zei hij gisteren en voor een beetje sociaal contact had zijn dochter toch wel woonplaats Bilthoven, of liever Nederland en nog liever een deel van Europa, dat der naties van De Gaulle dan, nodig. Maar verder?”Verder zullen er een paar 'survival bastions' overblijven. We moeten hele continenten afschrijven”. Afrika is immers al afgeschreven. Hulpacties zijn, aldus Brugsma, ook zinloos: het in leven houden van al die uitgedroogde kinderen vergroot slechts de problemen over twintig jaar. Niet helpen dus. Gewoon zoals bij de dieren, een genadeschot. “They shoot horses, don't they? ”.

Frankenstein

Waarom zoveel aandacht aan al deze apocalyptische spokerij? Er is tenslotte niks origineels bij. Niet wat thema betreft en, zo lijkt het, ook niet wat betreft het motief om de wereld hiervan kond te doen. Sinds Mary Shelly in 1818 'Frankenstein' schreef en acht jaar later de roman 'The Last Man', het eerste grote voorbeeld van seculiere eschatologie in de literatuur, is de Apocalyps van voor naar achter en van boven naar beneden bekeken en beschreven. Een heel regenwoud aan papier. De Amerikaanse wetenschapper W. Warren Wagar las vele honderden van dit soort romans, novelles en verhalen en schreef er een boek over: 'Terminal Visions'. Hij concludeerde dit: de meeste auteurs verwijden een persoonlijke tragedie zover tot deze de hele wereld omvat; in twee derde van de werken is er geen echt einde maar zijn er overlevenden die het nog eens kunnen proberen; veelal zijn het voorspelde einde en zijn overlevers doorzichtige metaforen voor een groot scala van subjectieve en objectieve ervaringen in het leven van de schrijver zelf; veel van deze werken zijn “het produkt van Weltschmerz, nostalgie en melancholieke 'countdowns' naar de vergetelheid”.

De overeenkomst lijkt deze. Brugsma loopt tegen de zeventig en in zijn lezingen en artikelen is altijd wel een tussenzin over zijn verblijf in Dachau opgenomen. ('Europa, Europa': “Ik kan mij niet onttrekken aan het gevoel dat wij daar de toekomst hebben gezien (... ) althans de mogelijke toekomst” ). Het verschil is dit: King en Brugsma presenteren hun visioenen niet als fictie maar als verkapt-religieuze en pseudo-wetenschappelijk gefundeerde werkelijkheid. Die is dus bruikbaar voor de politiek met bovengenoemde risico's.

King is gelovig maar rept er niet van; Brugsma is niet gelovig en rept er voortdurend over. Als het te veel is gevraagd om een beetje minder bang voor de eigen angst te zijn en een beetje meer opmerkzaamheid, respect en bescheidenheid aan de dag te leggen voor het onbekende, waarom dan niet daadwerkelijk teruggekeerd naar de oude, christelijke Apocalyps? Dat was tenminste een eerbiedwaardige, ja, heilige voorstelling van die eenmalige gebeurtenis die plotseling in een ondenkbaar ogenblik uit de lucht zou komen vallen. Dat was een volstrekt democratische laatste voorstelling, waarin het nooit gebluste verlangen naar gelijkheid en gerechtigheid zijn laatste toevlucht zocht.

Wat King en Brugsma op het symposium 'The End' vooral hebben bevestigd is dat er ook in dit laatste decennium nog geen einde gekomen is aan het verschijnsel dat deze hele eeuw kenmerkt: dat niet alleen de massa maar vooral ook de zich bedreigd voelende intelligentsia tamelijk ontvankelijk is voor harde ideologieen en totalitaire verleidingen en gaarne het gewone politieke denken en doen ten grave dragen.