Ambassadeur: EG moet trouw van Turkije belonen

DEN HAAG, 30 jan. - In de Golfoorlog heeft Turkije bewezen een belangrijke factor in de stabiliteit van Europa te zijn, zegt de Turkse ambassadeur in Nederland, Bilgin Unan.

“Turkije is een solide schakel in de bescherming van de veiligheid van Europa en daarmee van de welvaart en van de hele levensstijl van West-Europa. De Europese Gemeenschap, die op dit moment elke dag profiteert van een betrouwbare bondgenoot Turkije, kan ons nu niet langer op een afstand houden als het om een volledig lidmaatschap van deze Gemeenschap gaat. Wij willen deze zelfde levensstijl.”

Tot 1 januari 1993 wil de EG geen nieuwe leden toelaten. Direct na die datum moeten onderhandelingen met Turkije beginnen, aldus de ambassadeur.

Turkije heeft er naar de opvatting van ambassadeur Unan dan ook recht op te horen in welk tijdsbestek het volledig lidmaatschap kan worden gerealiseerd. “Wij weten heel goed dat zoiets niet van de ene op de andere dag gaat, dat er nog het een en ander moet worden gedaan aan onze economische efficiency, dat er op democratisch en mensenrechten-terrein nog wat verder verbeterd kan worden.

“Maar de Europese Gemeenschap heeft kunnen zien dat het zich op Turkije kan verlaten in een situatie van crisis, dat wij dan een trouwe bondgenoot zijn. De Gemeenschap moet Turkije nu helpen die positie te kunnen blijven innemen. De ervaring van de laatste maanden heeft toch wel geleerd dat je nooit weet van welke kant het gevaar komt.”

Pag. 3: .

'Aarzelend Turkije zou zeer nadeling zijn voor Europa' .

Ambassadeur Bilgin Unan (53, studie politieke wetenschappen in Ankara) is beroepsdiplomaat en verblijft sinds anderhalf jaar in Nederland. Hij heeft in zijn carriere veel met NAVO-zaken te maken gehad en met het Midden-Oosten. Voordat hij naar Nederland kwam, was hij ambassadeur in Libie en daarvoor directeur-generaal Midden-Oosten en Afrika op het ministerie van buitenlandse zaken in Ankara. Hij gaat op alle vragen in, maar verzoekt het thema van de Koerden in zijn land, “nu die zaak in beweging is gekomen”, in een later stadium te stellen.

“Stelt u zich eens voor dat Turkije een heel aarzelende houding had ingenomen of zelfs de andere kant had gekozen in deze crisis. Dat zou zeer nadelig zijn geweest voor Europa. Turkije heeft bewezen dat het de principes van gerechtigheid volgt, van solidariteit met bondgenoten en dat het de beginselen van de Verenigde Naties daadwerkelijk wil uitvoeren. We zijn lid van de NAVO en we hebben daar de consequenties uit getrokken, zelfs nu we aan het front staan, dat we overigens zelf niet hebben gewild. Wij zijn deze oorlog niet begonnen, dat heeft Irak gedaan. Na al die maanden van vergeefs onderhandelen met Bagdad was naar onze mening een gewapende actie onvermijdelijk geworden, anders zou voortaan elk land een kleiner buurland zo maar ongestraft kunnen fijnmalen.”

“Ook nu weer complimenteert het Westen Turkije onophoudelijk met zijn vastberaden houding. Turkije wordt aangemoedigd om door te gaan. Die aanmoediging hebben we in feite niet nodig, we doen dat uit vrije keuze en ook in ons eigen belang. Maar men kan ons niet aan de ene kant blijven complimenteren en aan de andere kant de deur van de Europese Gemeenschap dicht houden. Vaak wordt gezegd dat bij een volledig EG-lidmaatschap van Turkije miljoenen arme mensen uit ons land naar het Westen zouden trekken. Ik geloof dat absoluut niet, maar wij hebben steeds gezegd: als dat aspect een belemmering is voor ons lidmaatschap, laten we er dan over praten, laten we daarvoor een regeling treffen, afspraken maken. Als men daar in Brussel niet op in gaat, kan men niet desondanks dit argument blijven gebruiken.”

De suggestie die de laatste weken wordt gehoord als zou Turkije evenals Syrie en Iran een stuk gebied van een na de oorlog sterk verzwakt Irak willen annexeren, wijst Bilgin Unan krachtig van de hand. “Wij zoeken geen avonturen; wij wonen in een groot land met veel natuurlijke hulpbronnen. Wij hebben dan ook geen enkele ambitie om ons grondgebied uit te breiden. Wat wij willen is onze sociale en economische structuur versterken. Onze bondgenoten moeten ons daarbij helpen.”

De Golfoorlog heeft er toe geleid, aldus de ambassadeur, dat veel mensen in Europa zich nu realiseren dat Europa geografisch minder klein is dan ze tot nu toe dachten en dat het nuttig voor de Europese Gemeenschap kan zijn Turkije te integreren in haar toekomst-planning. “Want als ze alle dimensies van de Europese eenheid bekijken, vormt Turkije daarin een belangrijk element, dat in vele opzichten kan meehelpen het toekomstige Europa te structureren. Ik denk dat de leden van de Europese Gemeenschap daarover eens goed moeten nadenken. Zij moeten van de huidige Europese Gemeenschap geen gesloten maatschappij maken. Protectionisme heeft ook negatieve effecten op de wereldwijde stabiliteit.”

Hij is buitengewoon ingenomen met de aanwezigheid van Nederlandse Patriot-stellingen in zijn land en met het duidelijke standpunt dat minister Van den Broek heeft ingenomen over Nederlandse steun aan Turkije in het geval van een aanval door Irak. “Nederland heeft op dat punt anderen een goed voorbeeld gegeven”, zegt hij, met een ironisch lachje verwijzend naar de discussie over dat punt in Duitsland. “We hebben als NAVO-landen bij vele gelegenheden, en ook bij vele crises, altijd weer onze bereidheid tegenover Duitsland herhaald om dat land te beschermen. Met dat duidelijke signaal aan eventuele aanvallers hebben wij de vrede bewaard. Juist in Duitsland moet men weten hoe belangrijk dat is.”

Bilgin Unan gaat er overigens van uit dat Irak zijn land niet zal aanvallen. “Wij kunnen ons niet voorstellen dat Bagdad er belang bij zou hebben een tweede front te openen in een situatie waarin een landoorlog hoogstens nog enkele weken op zich zal laten wachten.” Volgens de ambassadeur had Saddam Hussein er niet op gerekend dat er onmiddellijk een coalitie van Westerse en Arabische landen in actie zou komen nadat hij op 2 augustus Koeweit bezette.

“Hij had deze vastberaden houding niet gecalculeerd. Bovendien trekt hij naar mijn persoonlijke mening een verkeerde conclusie uit zijn ervaringen in de achtjarige oorlog tegen Iran, namelijk dat ook in dit geval op lange termijn de wil van de coalitie om door te gaan, zal afnemen. Ten slotte heeft hij waarschijnlijk gedacht dat men eerder met een landoperatie zou beginnen. In zo'n landoorlog had Saddam Hussein gehoopt successen te boeken. Hij moet gedacht hebben meer steun van andere moslim-landen te krijgen als hij deze oorlog maar lang genoeg zou kunnen laten voortduren. Hij heeft wellicht zelfs gehoopt dat hij wapens van de anderen aangeboden zou krijgen en dat hij de oorlog ook over andere landen kon uitbreiden. Ook dat moet hem erg tegenvallen. Je ziet dat de afgelopen dagen met Iran, dat niet van plan is zich door Saddam Hussein in het conflict te laten meesleuren.”

De Turkse ambassadeur wijst erop dat zijn regering in voortdurend contact staat met de leiders in Teheran over de ontwikkelingen in de Golfoorlog. Naar zijn overtuiging wil Iran werkelijk een neutrale positie handhaven. “Ze hebben sterk te lijden gehad onder de laatste oorlog. Daarvan hebben ze zich nog niet hersteld, economisch net zomin als medisch. En bovendien: wat voor reden zouden ze hebben zich ermee te bemoeien; daar kunnen ze niets bij winnen.”

Niemand moet er naar zijn mening op rekenen dat Saddam Hussein zich snel zal overgeven. “Hij heeft zich voorbereid op een lange oorlog; waarom zou hij dan al opgeven nu deze oorlog nog geen twee weken duurt? Dat is niet logisch. Niettemin zullen we hem er aan moeten blijven herinneren dat de oorlog stopt zodra hij bereid is zijn troepen uit Koeweit terug te trekken. Er kunnen andere redenen zijn waardoor de oorlog snel tot een einde komt - niemand weet bijvoorbeeld wat de achtergrond is van die grote hoeveelheid vliegtuigen die naar Iran uitwijkt - maar een overgave van Saddam Hussein is niet erg waarschijnlijk.”