Wole Soyinka beoefent in satire de taal als vechtsport

Voorstelling: Requiem voor een Futuroloog, door De Nieuw Amsterdam. Tekst: Wole Soyinka. Vertaling: Marijke Emeis. Regie: Paul Binnerts. Spelers: Felix Burleson, Flip Filz, Bo Bojoh, e.a..Gezien De Balie, Amsterdam. Daar nog te zien t-m 9-2, daarna tournee t-m 29-3.

Wole Soyinka is in Nederland vooral bekend als romanschrijver. Het is een verdienste van de multiculturele theatergroep De Nieuw Amsterdam dat zij deze veelzijdige schrijver uit Nigeria als toneelauteur introduceert. De groep brengt Requiem voor een Futuroloog op de planken en geeft meteen een Nederlandse vertaling in boekvorm uit.

Soyinka's dialogen zijn levendig en spitsvondig. De twee hoofdersonen verdienen dan ook hun brood met het woord en de taal is het wapen in hun onderlinge machtsstrijd. Requiem voor een Futuroloog is een satirische komedie over de goedgelovigheid van mensen ten opzichte van waarzeggers. De Nigeriaanse futuroloog Dominee Godswoord krijgt tijdens een seance voor de BBC-televisie een koekje van eigen deeg van zijn assistent. De tovenaarsleerling Eleazar Hosanna voorspelt de dood van zijn meester. Vanaf dat moment wordt Godswoords villa belegerd door een menigte boze volgelingen, die eisen dat hij ordentelijk in zijn graf gaat liggen. De radeloze Godswoord ontbiedt de arts Sjemoewe, die echter niemand anders is dan Hosanna in vermomming.

De Nieuw Amsterdam brengt het stuk niet realistisch. Op het podium is het universele van het thema verbeeld door een bonte verzameling heiligenbeeldjes. Een flinke plastic tuinkabouter staat gebroederlijk tussen Totempaal, Christus en Boeddha. Binnen en buiten is een ruimte; alle acteurs blijven op het toneel en alles speelt zich af rond een handvol attributen. Demonstratieve gebaren en dictie zorgen voor lichtvoetig spel. Flip Filz is een vileine dokter Sjemoewe, die geniet van zijn manipulaties maar er ook bezorgd voor waakt dat zijn prooi blijft bewegen. Felix Burleson is een beminnelijke en oprecht wanhopige bedrieger. Een enkele maal lijkt zijn verdriet wat al te gemeend voor deze klucht.

Het is vooral de enscenering die voor een eigen interpretatie zorgt. Acteurs zitten zwijgend aan de kant en springen dan plotseling op voor een rol, waarbij ze moeiteloos door denkbeeldige muren lopen. Hierdoor is er sprake van theater op alle niveaus. In de visie van regisseur Paul Binnerts voert iedereen een show op: dominee Godswoord wordt niet omringd door goedgelovigen, maar door kwel- en plaaggeesten die welbewust het bedrog eisen waarvoor zij betaald hebben. Herhaaldelijk groeperen de spelers zich op een wijze die de toeschouwer bijblijft. Op zulke momenten is er naast de dialoog de zeggingskracht van het beeld. Er zijn echter ook statische momenten, waarop een paar mensen spreken en de rest werkeloos aan de kant zit. Tegen het einde ontstaat een gevoel van moeheid, van te veel tekst. Soyinka beoefent de taal als een vechtsport; je moet voortdurend alert blijven om alle bewegingen van het steekspel te kunnen volgen. Een korte pauze in de bijna twee uur durende voorstelling zou het beslissende wonder kunnen betekenen.

    • Christian Boer