Winters Tel Aviv is stille stad geworden

TEL AVIV, 29 jan.- De grootste vlag die ik ooit in Israel heb gezien is meters hoog en breed gespannen over de boogvormige gevel van het Habimah-theater in het centrum van Tel Aviv.

In het zonnetje, gezeten op een muurtje aan de overkant van het theater, kijkt de 78-jarige Batja Meisel naar de reusachtige Davidster tegen het witte vlak. “Die vlag drukt onze levenskracht uit”, zegt ze. “De Iraakse raketten kunnen daar niet tegenop.”

In 1936 emigreerde ze uit Kiev naar Palestina. “Ik heb hier heel veel meegemaakt. Oorlogen, dood, ellende. Nu ben ik een oude vrouw. De dood is dichtbij. Waarom zou ik de stad nog verlaten ? Bang ben ik wel voor de raketten. Ik huil van binnen om de pijn van het land.”

Het rad van de joodse geschiedenis komt op deze straathoek even tot stilstand. Een voorbijganger vraagt met een zwaar Russisch accent in heel gebrekkig, nauwelijks begrijpelijk Hebreeuws de weg. Batja springt bij. De oude vrouw uit Kiev en de vorige maand uit Moskou aangekomen 49-jarige Simon Hofman vinden elkaar in hun Russische moedertaal. “Ik ben naar Israel gekomen omdat ik de toekomst in de Sovjet-Unie somber inzie”, zegt hij. “Maar hier ben ik ook bang. Het lijkt wel alsof ik mijn lot niet kan ontvluchten. Waar zou ik heen moeten ?” Batja vertaalt, Simon knikt en gaat zijn weg.

Tel Aviv is op deze zonnige Israelische winterdag een opvallend stille en ingehouden stad. Met de gasmaskers in kartonnen dozen, in plastic zakken of in rugzakjes lopen de mensen door de straten. Op een bank in een parkje zit een jonge moeder, de benen uitdagend bloot in de zon uitgestoken. Een automobilist kan zich niet beheersen en fluit lachend naar de geblondeerde schone.

Ondanks het schitterende weer komt de Dizengoff-boulevard, de belangrijkste winkelstraat, niet tot leven. De terrasjes zijn vrijwel verlaten, de winkeliers kijken met lege ogen door de in ruitjesvorm afgeplakte etalageruiten. “De wereld helpt ons”, zegt een wat oudere man die twee zwaar opgemaakte juffers op zijn manier op het Dizengoff-plein het hof maakt. “Ja”, antwoordt een van hen, “als we zielig zijn worden we geholpen.”

Stadsbus 5 komt voorbij. Op de achterkant zit een groot plakkaat op de plaats waar doorgaans reclame is aangebracht voor computers of Japanse auto's. Een rood kruis door het hoofd van Saddam Hussein en daarnaast de tekst: “Yankee, welcome home to Israel. Januari 1991.”

Pag. 5: .

Winters Tel-Aviv is een stille stad geworden .

De door Amerikaanse en Israelische soldaten bemande stellingen voor Patriot-raketten, die in de lucht wonderen verrichten tegen de uit West-Irak aanstormende Scuds, geven veel inwoners van Tel Aviv wel een beter gevoel, maar als de duisternis invalt zijn ze liever buiten de gevaarlijkste stad in Israel. Tegen vier uur 's middags begint al de lange uittocht. Files van tientallen kilometers vormen zich in de richting van Jeruzalem, naar het zuiden en het noorden. Het duurt uren voordat deze paniek-files op de wegen zijn opgelost. Vaak is het dan al donker en kunnen de Iraakse raketafvuurinrichtingen uit hun holen in West-Irak komen om Israel de veiligheidskamers in te jagen. “Als ik de sirenes hoor ga ik als een rietje in de wind trillen”, zegt Tami, een bankbediende. “Ik kan me niet meer beheersen. Ik ben bang. Doe ik er goed aan naar mijn ouders in Haderah te gaan?”

Shlomo Lahat, de nogal ronduit sprekende burgemeester van Tel Aviv, die onlangs pleitte voor vredesoverleg met de PLO, ziet met pijn in het hart zijn stad 's avond sterven. Tel Aviv is niet meer de bruisende Middellandse-Zeemetropool waar “het leven nooit stopt”. In een moment van zwakte noemde hij de veiligheid zoekende inwoners van zijn stad “deserteurs”. De daardoor opgeroepen emoties zijn nog niet bekoeld. Veel begrip is er niet voor deze over-nationalistische uitglijer. Zelfs premier Yitzhak Shamir bracht gisteravond begrip op voor de nu voor zenuwgassen doodsbange inwoners van Tel Aviv, die wel eens ergens anders een nachtje rustig willen slapen. “Als ze maar in Israel blijven”, zei hij. Maar dat doen ze ook niet allemaal. De uittocht houdt aan. Om tickets voor uitgaande vluchten van El Al wordt gevochten. Gisteren verlieten drieduizend mensen het land.

De Russische immigranten blijven echter komen, al is hun aantal geringer dan voor het uitbreken van de oorlog. Volgens Simcha Dinits, de directeur van het Joods Agentschap, zal de joodse bevolking van Israel deze maand met 15.000 Russische immigranten groeien. “Dat is het wonder van het zionisme”, zei hij. “Zelfs in een oorlogssituatie worden we sterker.”