VN-debat over de mensenrechten in teken Golfconflict

GENEVE, 29 jan. - De oorlog in de Golf dreigt de besprekingen van de commissie voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, de voornaamste waakhond voor de mensenrechten die de wereld kent, volledig te overheersen.

Dat bleek gisteren al tijdens de uitsluitend aan procedurekwesties gewijde openingszitting van de commissie. Enigszins prematuur probeerden Irak en Koeweit direct het debat naar hun hand te zetten.

Voor het eerst sinds het uitbreken van de oorlog in de Golf zitten vertegenwoordigers van Irak en Koeweit hier samen in een vergaderzaal, en meteen begon de woordenwisseling. Irak, een van de 43 leden van de commissie, beschuldigde de pasgekozen voorzitter, de Peruaan Enrique Bernales, ervan met twee maten te meten. Hij zou volgens de Iraakse VN-ambassadeur Al-Kadha in zijn openingsrede een criterium hebben toegepast voor het conflict in de Golf, door alleen de weigering van Irak om de VN-resoluties na te komen aan te strepen. Hij had daarbij vergeten, aldus de Iraakse gezant bij de VN, de wat hij noemde “barbaarse agressie tegen het Iraakse volk” aan de kaak te stellen.

In zijn ijver om zo snel mogelijk te interpelleren maakte de Iraakse gezant een Freudiaanse vergissing. Hij sprak van “tonnen en tonnen aan bommen” waarmee “militaire doelen” worden bestookt. Hij bedoelde ongetwijfeld te zeggen: “niet-militaire doelen”.

Koeweit, dat geen lid is van de commissie maar als waarnemer wel spreekrecht heeft, reageerde daar onmiddellijk op. Koeweits VN-ambassadeur Al-Sabah, de zoon van de emir, eiste dat de bezetting van Koeweit door Irak formeel op de agenda van de commissie zou worden gezet. De Algemene Vergadering van de VN had de commissie eind vorig jaar hierom reeds verzocht door middel van resolutie 45-170.

Koeweit constateerde terecht dat op de goedgekeurde agenda dit onderwerp vooralsnog niet stond vermeld. Het secretariaat was er van uitgegaan dat onder agendapunt twaalf, dat de mogelijkheid biedt schendingen van de rechten van de mens “elders in de wereld” te behandelen, ook de bezetting van Koeweit aan de orde zou komen, zonder dit apart te vermelden. Koeweit drong erop aan dit onderscheid op de agenda wel te maken. De commissie moet over het voorstel van Koeweit nu eerst formeel een besluit nemen.

De zitting is dus nauwelijks goed en wel begonnen of het Golfconflict domineert de besprekingen al. De komende zes weken zal de commissie uitgebreid het conflict bespreken, evenals de schendingen van de mensenrechten in het bezette Koeweit en in Irak zelf. Ook de Palestijnse kwestie staat op de agenda, net als in vorige jaren. Maar ditmaal wordt groter gewicht toegekend aan de debatten. De zitting geldt voor het Westen als een belangrijke graadmeter. Aan het stemgedrag van de commissieleden valt af te leiden in hoeverre zij de geallieerde coalitie steunen in de strijd tegen Irak.

De commissie zal waarschijnlijk een hele serie resoluties aannemen over Irak. VN-diplomaten hier verwachten dat de commissie een speciale rapporteur zal benoemen die de schendingen van de rechten van de mens door Saddam Hussein zal onderzoeken, schendingen tegen de eigen bevolking, tegen Koeweit en tegen de geallieerden.

Dat zou voor het eerst zijn in de geschiedenis van de volkerenorganisatie. De VN-bemoeienis met de mensenrechten in Irak stelde tot dusver weinig voor. De commissie heeft in vorige jaren de vermelding van Irak in vier VN-rapporten - wegens standrechtelijke executies, verdwijningen, folteringen en religieuze onverdraagzaamheid - nagenoeg genegeerd. Ontwerp-resoluties om het bewind van Saddam Hussein aan de kaak te stellen strandden keer op keer op onwil van het niet-gebonden blok.

Het Westen drong niet aan, er waren andere prioriteiten. De Amerikanen wijdden de afgelopen drie jaar al hun krachten in de commissie aan pogingen Cuba aan de schandpaal te nagelen. Irak werd over het hoofd gezien, ook nadat Amnesty International in 1988 met bewijzen kwam van minderjarigen die voor de ogen van hun ouders waren gemarteld, een ongekend wrede methode om bij hen bekentenissen af te dwingen.

In 1989, anderhalf jaar na Iraakse bombardementen met chemische wapens op Koerden, schrapten de 43 commissieleden Irak zelfs van de vertrouwelijke lijst van VN-lidstaten die het te bont maakten. Er zou te weinig belastend materiaal voorhanden zijn geweest.

Vorig jaar voorkwam Irak verdere stappen in de commissie door leden van de sub-commissie mensenrechten, een adviserend orgaan, uit te nodigen voor een bezoek aan het land als gast van een pas opgerichte nationale commissie mensenrechten. China, Cuba, Senegal en Somalie aanvaardden de uitnodiging. Hun afgevaardigden rapporteerden later op persoonlijke titel. Hun verslagen zijn ergens in een la blijven liggen.

In de commissie wist Irak een meerderheid te overtuigen van zijn goede bedoelingen: achttien lidstaten stemden voor een Iraakse motie om een door Westerse landen ingediend ontwerp-besluit over Irak niet in stemming te nemen. Senegal, Marokko, India, Pakistan, Cyprus en Joegoslavie stemden onder andere mee met Irak, terwijl de Latijns-Amerikaanse landen zich onthielden. De Sovjet-Unie en de Oekraine namen niet deel aan de stemming. Hoewel Polen, Bulgarije en Hongarije voor het eerst meestemden met Westerse landen bleek deze steun onvoldoende om Irak formeel in de commissie aan te pakken.

Dit jaar liggen de kaarten anders. De Amerikanen hebben al aangekondigd enkele ontwerp-resoluties tegen Irak te zullen indienen. Washington protesteert ook tegen het Iraakse lidmaatschap van de commissie. De Amerikaanse delegatieleider, Kenneth Blackwell, zei dat Irak de morele plicht heeft zich uit de commissie terug te trekken.

De Amerikaanse VN-ambassadeur, Morris Abram, haalde gisteren tijdens een persconferentie uitgebreid het rapport van Amnesty International van 19 december aan over “massale bloedbaden door de Iraakse troepen in Koeweit” in de zes maanden na de invasie. Hij zei: “Ooggetuigen, verslagen uit de eerste hand en onweerlegbare fysieke bewijzen bevestigen keer op keer de bevindingen van Amnesty International”. De tragiek wil dat de speciale thema-rapporteurs van de VN het Amnesty-verslag van 19 december niet in hun rapportage hebben kunnen betrekken. Op 1 december sloot voor de meesten van hen de termijn voor het melden van schendingen van mensenrechten, te behandelen door de 47ste commissiezitting van februari-maart.

    • Willem Offenberg