Verdere blokvorming op de Europese defensiemarkten; Gouden tijd voor bommenleveranciers

Tijdens de eerste dagen van de Golfoorlog is het publiek in het Westen overvoerd met gedetailleerde uiteenzettingen over de wapensystemen die tegen Irak worden ingezet.

Gesuggereerd is bovendien dat deze oorlog voor de defensie-industrie wel op een zeer goed moment komt. De markt voor militaire produkten was de afgelopen jaren aanzienlijk gekrompen. Afgezien van eenzijdige bezuinigingen werd in de CFE (Conventional Forces in Europe)-onderhandelingen al een vermindering van vijftien procent van het totale Europese wapenarsenaal overeengekomen. Tot voor kort kochten Europese defensieministeries jaarlijks ruwweg voor 85 miljard gulden aan wapens. Is het mogelijk een reele inschatting te maken van de gevolgen van het huidige Golfconflict voor de Westerse wapenproducenten?

De Westeuropese defensie-industrie is sterk in beweging. Hoewel 'normale' marktmechanismen hier nauwelijks gelden, is deze industrie gedwongen zich aan te passen aan nieuwe voorwaarden voor produktie en verkoop. Vrijwel alle Europese producenten van militaire electronica, vliegtuigen en andere systemen zijn allianties aangegaan op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en produktie. Overnamen en fusies hebben daarnaast geleid tot grote nationale conglomeraten als British Aerospace, Thomson, GEC en Daimler-DASA, ieder met een defensieomzet van tussen de zeven en twaalf miljard gulden per jaar. Volgens schattingen is 25 procent van de Europese produktiecapaciteit in de defensie-electronica tijdens de afgelopen vijf jaar van eigenaar verwisseld.

Deze herstructurering is niet begonnen met de afloop van de Koude Oorlog. Veeleer werd ze ingezet door sterk afnemende markten in de Derde Wereld en door een steeds strikter Europees aankoopbeleid. Volgens Thomson topman Alain Gomez richt de industrie zich voorlopig op een structurele verlaging van de produktie in de komende drie jaar met twintig procent. Het karakter van de produktie is zich ook fundamenteel aan het wijzigen: volumen en vervangingssnelheid van grote systemen als straaljagers en fregatten nemen af. Daarentegen stijgen het belang en de vervangingssnelheid van sleutelcomponenten als vuurgeleiding en radarapparatuur.

Kartelvorming

Tegen deze achtergrond kunnen slechts enkele Westeuropese defensieproducenten zich nog richten op de systeembouw. De allergrootsten als British Aerospace, DASA en Thomson kunnen dit nog doen met forse overheidssteun. Ook kopen zij marktaandelen in de beschermde nationale markten door fusies en overnamen. Het leeuwedeel van de markt wordt zo gekartelliseerd met een steeds kleiner aantal hoofdrolspelers. Rondom deze kern bevindt zich een groot netwerk van industrieen waarvoor de defensiemarkt nog steeds lucratieve en hoogwaardige opdrachten biedt. In feite komt deze ontwikkeling neer op een verdere blokvorming in de toch al beschermde defensiemarkten van de grote Westeuropese wapenproducenten.

Toeleverende industrieen in kleinere landen als Nederland zien juist een tegenovergestelde beweging. Zij krijgen steeds minder overheidssteun en worden direct blootgesteld aan concurrentie op de markten voor militaire componenten en civiele produkten. Vrijwel alle defensieproducenten streven naar een geringere afhankelijkheid van overheidsopdrachten door meer civiele produkten te leveren. Verschillende Duitse en Engelse bedrijven hebben bijvoorbeeld verklaard een defensieomzet van beneden de dertig procent veruit te prefereren ten opzichte van een aandeel van boven de veertig procent, zoals dat voor een aantal nog geldt.

De meeste defensieproducenten hebben het vertrouwen verloren in de relatieve stabiliteit van de overheidsmarkten zoals die bestond tijdens de Koude Oorlog. Zij trachten zich voor te bereiden op een krimpende markt en op nieuwe marktstructuren en tegen onvoorspelbare politieke ontwikkelingen.

De huidige strijd in de Golf leidt zeker op korte termijn tot een oplevende afzet van veel gebruikte produkten als bommen en raketten. Een aantal Engelse en Amerikaanse bedrijven draait momenteel dag en nacht om aan de gestegen vraag te voldoen. Bij een langere duur en verdere escalatie van de oorlog ligt een verdere opleving voor de hand in de vliegtuig- en tankindustrie. Structurele veranderingen zullen echter afhangen van de politiek-militaire- orde die na afloop van dit conflict ontstaat.

Zelfs experts in de defensie-industrie kunnen nauwelijks voorspellen hoe de wapenmarkt zich na de Golfoorlog zal ontwikkelen. Men zou echter twee scenario's kunnen schetsen. De inzet van de Amerikaanse regering in het huidige conflict is het afdwingen van wat genoemd wordt een New Order. Indien de VS slagen in hun opzet Irak binnen afzienbare tijd op de knieen te krijgen, wordt het perspectief hierop aanzienlijk vergroot.

Met het wegvallen van de Oost-West tegenstelling is ook de mogelijkheid tot controle en beheersing van regionale conflicten verminderd. Een van de bedoelingen van de New Order is om regionale instabiliteit te voorkomen doordat de VS (eventueel met de Westeuropese landen in een 'juniorrol') als wereldwijde politieagent opereren.

Toetssteen

De huidige Golfcrisis is de toetssteen voor deze New Order. Wanneer een spoedig en overtuigend succes uitblijft, wordt impliciet het Amerikaanse onvermogen aangetoond een dergelijke orde af te dwingen. In dit geval lijkt een Disorder-scenario waarschijnlijker. In dit scenario zijn de VS slechts een van de vele mogendheden - weliswaar de grootste en de machtigste, maar niet langer bereid of in staat regionale grootmachten te controleren. Deze twee scenario's kunnen het denken vereenvoudigen over toekomstige ontwikkelingen in de defensie-industrie.

In een New Order-scenario zullen met name Westeuropese defensieproducenten worden gedwongen tot verdere rationalisatie. Hiervoor kunnen verschillende redenen worden aangevoerd. In de eerste plaats lijkt het onwaarschijnlijk dat een New Order zal leiden tot een werkelijk herstel van de internationale wapenmarkt, gezien de ontwikkelingen in de afgelopen jaren. In de tweede plaats is het voor Westeuropese overheden, met het verdwijnen van de Koude Oorlog, moeilijker (en minder noodzakelijk) geworden om voldoende vraag uit te oefenen om de huidige produktiecapaciteit te handhaven. De vraag wordt dan tot welke financiele offers de Franse en Engelse regeringen bereid zijn om een relatief onafhankelijke militaire macht in stand te houden.

De Amerikaanse 'politiefunctie' in de New Order zal mede moeten worden gegarandeerd door technologisch geavanceerde systemen. Indien de Amerikaanse defensiemarkt gesloten blijft voor niet-Amerikaanse producenten (hetgeen waarschijnlijk lijkt), zullen vooral Amerikaanse bedrijven deze systemen leveren. In dat geval kunnen Westeuropese militaire producenten trachten als leverancier van subsystemen te worden opgenomen in toelevernetwerken van Amerikaanse systeemproducenten. Het alternatief voor met name Westeuropese bedrijven is verdere conversie en-of het afbouwen van capaciteit (kartelvorming). De betrokken regeringen zullen hierin een actieve rol spelen.

In het Disorder-scenario ligt het meer voor de hand dat meerdere elkaar beconcurrerende systeemproducenten naast elkaar kunnen voortbestaan. Over de gehele linie zal het technologisch niveau van wapensystemen in dit scenario minder hoog zijn dan in het New Order-scenario. Kopers zijn meer verspreid over de wereld en de VS en West-Europa zijn niet langer de voornaamste kopers.

Het Disorder-scenario impliceert dat de drijfveer tot herstructurering minder groot zal zijn: individuele wapenproducenten zullen beter in staat zijn 'schaalvoordelen' te betalen door vergrote afzet in bijvoorbeeld de Derde Wereld. Natuurlijk draagt dit de kiem in zich voor nieuwe regionale conflicten.

De balans opmakend zal de markt voor lichte defensieprodukten, en bij een langduriger conflict eventueel van zwaardere produkten, tijdelijk aantrekken. Het is echter voorbarig te stellen dat het huidige conflict de redding van de Westerse defensie-industrie als geheel betekent. Indien de VS erin slagen de oorlog binnen enkele maanden in hun voordeel te beslissen, lijkt verdere herstructurering in de Westeuropese defensie-industrie eerder dichterbij te zijn gebracht.

    • Manuel Kohnstamm
    • Winfried Ruigrok
    • Manuel Kohnstamm is verbonden aan het bureau European Research Associates in Brussel. Winfried Ruigrok is werkzaam bij de Vakgroep internationale betrekkingen
    • i
    • Volkenrecht van de Universiteit van Amsterdam