Tareq Aziz is net zo katholiek als Ruud Lubbers

Minister Dales van binnenlandse zaken zat als een moeder des vaderlands temidden van vertegenwoordigers van vier islamitische organisaties om een persconferentie te geven.

Er moest voorkomen worden, zei ze, dat de islamieten door autochtone Nederlanders aansprakelijk worden gesteld voor de Golfoorlog. Ze had het vooral over de vraag 'welk beeld we van elkaar hebben' en was bang voor vandalisme bij moskeeen. De vrije meningsuiting mocht blijven, maar zei de minister “het is volstrekt normaal dat men zich van dag tot dag de vraag stelt of het wel zo verstandig is om te gaan demonstreren”.

Vredesdemonstraties mochten wel en een massabijeenkomst ter ondersteuning van Israel ook. Of het nu zo verstandig was van de VARA om een televisie-spektakel te organiseren van ongeveer alle religieuze minderheden in ons land onder leiding van de zich kwetsbaar opstellende Sonja Barend is de vraag. Dat was veel meer dan de demonstratie, die volgens minister Dales juist achterwege moest blijven. Sonja stevent af op een zwijgzame Ischa Meyer, die zelf een meester is in het leiden van gesprekken over delicate onderwerpen en er ook nog mooi bij zingt. Op een vraag van haar zei hij: “Waar gaat het hier eigenlijk over? Ik zit te denken”. Hij gaf alleen zijn mening over Israel. Dat had het volste recht om zelf terug te slaan als het keer op keer door raketten werd getroffen.

De kernvraag is inderdaad: welk beeld hebben we van elkaar. In ons zo tolerante land is daar onderzoek naar gedaan, maar had het praktische gevolgen? Een heel vruchtbare probleemstelling had de Amsterdamse socioloog prof. A. den Hollander hiervoor al gegeven in zijn oratie, direct na de Tweede Wereldoorlog, in 1946 onder de titel Het andere volk. Een verkenning van groepsoordeel en groepsbeeld. Ieder mens, bij wie de levenswil niet geheel is uitgeblust, aldus Den Hollander, aanvaardt zichzelf, kent zichzelf waarde toe, gelooft dat hij niet voor niets bestaat, dat hij een taak, zoal geen 'zending' te vervullen heeft. De behoefte 'iets te zijn' is een van de sterkste menselijke drijfveren.

En dan komt het: “Maar men is pas iets, als erkenning door anderen volgt”. Zodra de enkeling zich groepslid gaat voelen wordt het particuliere gevoel van eigenwaarde verhoogd tot meerderwaardigheidsbesef ten aanzien van leden van andere groepen. Het groepsoordeel bepaalt het denken en oordelen van de binnengroep over 'het andere volk' en beinvloedt ook in sterke mate de uitwendige gedragingen van de 'binnengroepsleden'.

Heksenketel

In het televisie-spektakel van Sonja Barend moest het wel een heksenketel worden omdat ieder uitgenodigd individu juist was uitgekozen als vertegenwoordiger of vertegenwoordigster van een groep. Als je die bij elkaar zet (nationaliteiten, religieuze formaties, vredesgroepen) zitten ze daar als concurrenten en beoordelen ze elkaar niet rationeel maar verregaand gevoelsmatig. “Groepsantagonisme, angst, haat, het willen en wensen, het bevestigd of bedreigd zien van eigen cultuurwaarden, het zijn evenzovele invloeden, die bij de oordeelsvorming over het andere volk meedoen en dus bij de beeldvorming ervan”. Rationele verdediging en rationele rechtvaardiging tegenover een groep of een groepsvertegenwoordiger, die een emotioneel groepsoordeel hanteert, sorteren nagenoeg geen effect. Precies daarom hield Ischa Meyer in die Sonja-uitzending zijn mond. Het zou toch niet helpen en hij zou minstens het gevaar lopen de emotionele chaos nog groter te maken.

Groepsbeelden zijn vaak “als kennis en inzicht opgevatte illusies, kristallisatievormen van groepsdriften... Als men van een ander volk haast niets weet, op primitief beschavingsniveau, ontbreekt elke rem en baseert men zich op geruchten, laat angst, verachting, haat, schrik, verbazing de vrije loop. Zo ontstaan vaak de wonderlijkste en gruwelijkste fantasiebeelden.”

Bij een oorlogspsychose komen al deze vaak latente groepsbeelden weer naar boven. Ze zijn dan veel heftiger en laten van de vijand niets over. De bondgenoot wordt toegejuicht want de voortreffelijkheid van de eigen groep is hecht en duurzaam.

Het raciaal en religieus pluralisme wordt in ons land steeds sterker. Afzonderlijke groepen, met name islamitische hebben emancipatie-neigingen. De smeltkroes van de Verenigde Staten liet kort na de oorlog zien, dat er 155 nationaliteitsorganisaties waren met 31.990 vertakkingen en bijna drie miljoen leden. Allemaal met de neiging tot selfsupporting. Daar kunnen wij iets van leren. In een bekend psychologisch handboek van D. Krech en R. Chrutch field staat: “Als Chinezen of joden zich niet met andere groepen mogen ophouden en er geen enkele vermenging wordt toegestaan, dan moeten zij hun behoefte aan 'belongingness' binnen hun eigen groep bevredigen. Dat kan hen weer overdreven gesloten, geheimzinnig en zelfs stiekem maken.”

Onbetrouwbaar

Niemand minder dan Anton van Duinkerken bracht de combinatie Rooms en onbetrouwbaar in verband met de vroeger gedwongen geheime samenkomsten. “Een zekere achterdocht, misschien samenhangend met een niet geheel overwonnen gevoel van minderwaardigheid, is de Nederlandse katholiek vaak tot zijn schade eigen, wanneer hij in aanraking komt met andersdenkende landgenoten of hun bedoelingen gaat interpreteren.”

Emotionele groepsbeelden zijn ook in oorlogstijd alleen te doorbreken door intense persoonlijke ontmoetingen van enige duurzaamheid en door het bekend worden van bijna schokkende details bij 'het andere volk', die het emotionele vooroordeel ineens doet wankelen. Zo'n detail gaf Peter Hebblethwaite onlangs in een Amerikaans blad. De geheimzinnig glimlachende minister van buitenlandse zaken van Irak, Tareq Aziz is geen moslim, maar even katholiek als Lubbers en Van den Broek. De Chaldese katholieken, veruit de grootste groep christenen in Irak, worden door Saddam Hussein heel tolerant behandeld. Tareq Aziz is een van de steunpilaren van de socialistische Ba'athpartij die nu aan het bewind is. In 1977 publiceerde hij zijn verzamelde toespraken ter verdediging van de Ba'athpartij onder de titel De revolutie van de nieuwe weg.

In juli vorig jaar kreeg de zoon van Aziz de eerste communie uit de handen van de katholieke patriarch Raphael I Bidawid in Mosul, in het noordelijk deel van Irak, geboorteplaats van de patriarch en van de minister van buitenlandse zaken. Van zo'n detail kijk je even op en terstond is je groepsbeeld van Irak verstoord. Dat is nog meer het geval als je leest, dat patriarch Raphael tijdens de pas afgelopen bisschoppensynode in Rome nogal wat interviews gaf aan de Italiaanse pers. Daarin zei hij, dat Westerse mensen niets van Arabieren begrijpen. “Arabieren zijn een volk dat zijn leven wil geven om eigen eer te redden.” En verder: “Saddam Hussein” - die toen al Koeweit was binnengevallen - “is een man van de dialoog, een gentleman, geen heilige, maar de beste politicus, die we tot nu toe hebben gehad”. Aldus de katholieke patriarch.

Als Westerse legers de heilige plaatsen in Saoedi-Arabie verdedigen en christenen zo'n belangrijke rol in Irak spelen, zo schrijft Hebblethwaite, dan is het gelukkig klinkklare nonsens om over een heilige oorlog te spreken.

    • Walter Goddijn