Subsidies voor innovatie onder het mes

Minister Andriessen (economische zaken) en minister Bukman (landbouw, natuurbeheer en visserij) behoren tot de hardnekkige dwarsliggers in de ministerraad bij de besluitvorming over de tussenbalans. Minister Kok (financien) wil ook snijden in hun subsidies, maar beide ministers vechten hard terug. Ze weten welke belangen er voor het bedrijfsleven en de agrarische sector op het spel staan. Ze treuzelen zo lang mogelijk met alternatieve voorstellen. Dat maakt de kans groter dat Kok straks zelf het initiatief moet nemen. Om een eigen voorstel in te kunnen dienen heeft Kok zich alvast verdiept in de manier waarop beide departementen met subsidiegeld omgaan. De volgende zwarte lijst circuleert in de ministerraad.

DEN HAAG, 29 jan. - Bij Economische Zaken heeft Kok kritiek op de volgende subsidies:

- Ruimtevaart: 187 miljoen ordersteun. EZ heeft ingetekend op een langlopend internationaal ruimtevaartprogramma van de European Space Agency en krijgt daarvoor compensatieorders voor de Nederlandse industrie terug. Fokker maakt bijvoorbeeld zonnepanelen voor de Ariane. Ook wordt deelgenomen aan het Columbus-Hermes project om een ruimteveer te ontwikkelen. Naarmate een land voor een hoger bedrag intekent, kan het rekenen op meer compensatie-orders. De Nederlandse industrie haalt iets meer dan 187 miljoen gulden aan orders binnen.

Financien vindt het nut van deelname aan dit soort programma's voor Nederland beperkt. Wat heeft Nederland eigenlijk aan een Europees ruimteveer of ruimtelab, zo vraagt Kok zich af. Bovendien lijkt ordercompensatie in strijd met het Europese mededingingsrecht. Nationaal-politieke industriebelangen gelden immers als uitgangspunt voor de hoogte van compensatie-orders en niet de kwaliteit en de verdiensten van de nationale industrie.

- Innovatiestimuleringsregeling (INSTIR): 208 miljoen gulden. Een loonkostensubsidie voor bedrijven die onderzoek doen dat leidt tot nieuwe produkten of processen voor de eigen onderneming. Volgens Kok werkt deze subsidie nauwelijks. Uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat de stimulerende werking van de regeling “zeer teleurstellend” zou zijn. Onderzoek wordt in de helft van de bedrijven toch wel gedaan. Het kost de overheid 5 miljoen gulden om de regeling uit te voeren - de ondernemer moet veel extra administratie bijhouden.

- Innovatiegerichte Onderzoeksprogramma's (IOP): 35 miljoen gulden. Door middel van IOP's probeert EZ problemen die bij bedrijven leven en zich lenen voor fundamenteel onderzoek naar universiteiten te brengen. Het ontwikkelen van dergelijke activiteiten is een verantwoordelijkheid van bedrijven en niet van de staat, oordeelt Kok. En bedrijven die meedoen aan een IOP profiteren van de onderzoeksresulaten zonder daar zelf een financiele bijdrage aan te leveren.

- Programmatische Bedrijfsgerichte Technologie Stimulering (PBTS): 125 miljoen gulden. Het gaat om subsidies voor materiaal-, informatie-, bio- en milieutechnologie. PBTS zorgt dat wetenschappelijke kennis wordt omgezet in innovatieve projecten. Met de PBTS worden meestal projecten gesubsidieerd, die toch wel zouden zijn doorgegaan, meent Kok. Van te voren wordt onvoldoende bepaald wanneer een programma afloopt.

- Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO): 358 miljoen gulden. De doelstelling van het NWO is “het bevorderen vanuit een strategische visie van topkwaliteit, flexibiliteit en dynamiek in het zuiver-wetenschappelijk en fundamenteel-strategisch onderzoek. Maar gezien het beperkte budget heeft het NWO maar een beperkte invloed, meent Kok.

- Zeescheepsbouw: 50 miljoen gulden. Nederlandse bouwers van nieuwe zeeschepen kunnen een subsidie krijgen die oploopt van 10 tot 19 procent van de ordergrootte. Nederland is samen met Denemarken en Duitsland voorstander van afschaffing van dergelijke regelingen in EG-verband. Maar nu dat standpunt door Brussel niet is overgenomen vraagt Kok zich af of het uit macro-economisch oogpunt wel zinvol en wenselijk is om gedurende langere tijd de scheepsbouwsector in stand te houden.

- Investeringspremieregeling (IPR): 229 miljoen gulden. De IPR bevordert bedrijfsinvesteringen in sociaal-economische zwakkere gebieden; zoals bijvoorbeeld Friesland, Groningen en Zuid-Limburg. Uit een onderzoek van het ministerie blijkt dat in de periode 1986-1990 minder dan de helft van het geld is terecht gekomen bij kansrijke projecten. Maar 40 procent van de projecten is kansrijk.

- Regioprogramma's: 123 miljoen gulden. Deze programma's richten zich op gebieden met een relatief hoge werkloosheid. Volgens minister Kok is de effectiviteit discutabel en worden onduidelijke criteria gehanteerd voor de toekenning van de subsidie.

- Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM): 116 miljoen gulden. De ROM zijn in de jaren zeventig en tachtig opgericht, en bieden een combinatie van risicodragend kapitaal, innovatiebevordering en acquisitie. Het aanbod van particulier risicodragend kapitaal is sterk gegroeid, dus zet Kok vraagtekens bij de reden voor het bestaan van staatsdeelname in ROM. En volgens de minister van financien zouden geen apparaatkosten meer voor rekening van het rijk moeten komen.

    • Cees Banning
    • Folkert Jensma