Siemens verliest fors op geheugenchips

MUNCHEN, 29 JAN. Het afgelopen boekjaar '89-'90 is voor de chipdivisie van Siemens een rampjaar geweest.

De omzet liep met twaalf procent terug tot twee miljard mark. Het operationeel verlies steeg met vijftien procent tot een bedrag dat volgens Siemens in de honderden miljoenen marken loopt; volgens marktonderzoekers komt het in de buurt van de 400 miljoen mark.

Daarmee is nog altijd niet het einde in zicht van een reeks verliezen, die de onderneming sinds 1984 al meer dan twee miljard mark heeft gekost. En toch verklaarde Siemens-president Kaske vorige week tijdens de jaarverslag-personferentie dat “deze financiele inspanningen absoluut gerechtvaardigd zijn geweest” en dat de onderneming er niet over peinst zich terug te trekken uit de meest bloedige van de chipmarkten: die voor dynamische geheugens.

Siemens is nog de enige Europese fabrikant van deze componenten in een markt die wordt gedomineerd door Japanse bedrijven. Kaske's stelling: om voor de meest vitale componenten niet terecht te komen in de wurggreep van concurrenten, is Siemens wel gedwongen stand te houden in de chipindustrie.

Siemens-directeur Weigl meent dat de chipdivisie afgelopen rampjaar eigenlijk uitstekend heeft gepresteerd. De afzet van dynamische geheugenchip liep weliswaar terug met twaalf procent, maar die teruggang was aanzienlijk minder dan de daling van veertig procent die dit marktsegment als geheel moest incasseren. De verkoop van andere chips steeg volgens Weigl met zestien procent, iets meer dan het marktgemiddelde.

Wat opgaat voor de hele chipmarkt, geldt nog in versterkte mate voor het marktsegment van de dynamische geheugenchips: het is hollen of stilstaan. In het boekjaar '88-'89 kon de chipdivisie van Siemens nog een omzetgroei van 45 procent noteren dank zij grote tekorten aan en stijgende prijzen van dynamische geheugens. Afgelopen boekjaar moest het concern de tol betalen voor een mondiale overcapaciteit. De prijs van een een Megabit dynamisch geheugen duikelde binnen twaalf maanden van twintig tot zeven mark. Een teruggang die ook door een forse produktiviteitsstijging en een verdubbeling van de produktie - van 25 tot 50 miljoen geheugens - onmogelijk kon worden goedgemaakt.

Volgens Weigl was Siemens niet het enige bedrijf dat het afgelopen jaar op elke verkochte geheugenchip geld heeft moeten toeleggen. Hij is ervan overtuigd dat geen enkele fabrikant afgelopen jaar aan die geheugenchips heeft verdiend, ook niet de grote Japanse producenten zoals Hitachi en Toshiba die samen tachtig procent van de markt beheersen. Siemens heeft een marktaandeel van zes procent.

Of het lopend boekjaar gunstiger voor de chipdivisie zal verlopen, durft Weigl niet te zeggen. Marktonderzoeker Dataquest voorziet dat de chipmarkt in 1991 weer met twaalf procent zal groeien, nadat die afgelopen jaar slechts twee procent steeg tot 58, 4 miljard dollar. Maar de Siemens-directeur vindt deze prognoses veel te optimistisch als hij bedenkt dat de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Scandinavie al door een recessie zijn getroffen.

Wel constateert hij dat de prijs voor een Megabit dynamische geheugenchips zich inmiddels heeft gestabiliseerd. En in 1991 zal de markt voor de volgende generatie dynamische geheugenchip met vier keer zo grote geheugencapaciteit, de vier megabit, “dramatisch groeien”, verwacht Weigl. Siemens hoopt te profiteren van de relatief hoge prijzen die alleen gelden in zo'n aanloopperiode van schaarste. Daarna dreigen weer overcapaciteit en prijsdaling.

Siemens heeft zich voorlopig verplicht te blijven meedoen aan die riskante 'rat-race' die elke drie jaar weer een nieuwe generatie geheugenchips oplevert en waarvoor elke keer weer hogere investeringen noodzakelijk zijn. De 'nieuwste' vier megabit dynamische geheugenchip heeft het concern in het kader van het zogenoemde Mega-project ontwikkeld met Philips, de zestien megabit heeft Siemens op eigen kracht ontworpen. Deze laatste zal eind 1992 op kleine schaal in produktie komen. En bij de ontwikkeling van de 64 megabit, voor weer drie jaar later, werkt de firma samen met computergigant IBM.

Samenwerking is de enige manier om de exponentieel stijgende kosten binnen de perken te houden, niet alleen van ontwikkeling maar ook van produktie. Dat is ook de reden dat Siemens, de nummer zestien op de wereldranglijst van chipfabrikanten, veertien maanden geleden verkennende besprekingen is begonnen met de Frans-Italiaanse combinatie SGS-Thomson (nummer twaalf op de wereldranglijst) over bepaalde vormen van krachtenbundeling, bij voorbeeld bij de produktie van dynamische geheugens. Maar de desastreuze prijsontwikkeling van die geheugenchips, zei vorige week Kaske, dwong eind vorig jaar tot “bevriezing” van dit overleg. De onderhandelingen kunnen heel snel worden hervat nu de markt zich weer lijkt te herstellen. In elk geval dringt de tijd, zowel voor Siemens als SGS-Thomson. Want binnen enkele maanden moet Siemens beslissen over de produktie van de zestien megabit geheugens, een investering van circa een miljard mark. Kaske wenste daarop niet vooruit te lopen: “Ik wil niet kakelen over eieren die nog niet zijn gelegd.”

Toch is ook kostendeling niet voldoende om de chipdivisie van Siemens winstgevend te maken, bevestigt Weigl. Voorlopig probeert het concern de verliezen terug te dringen door de kennis die het concern zich heeft eigengemaakt bij geheugenchips, ook te gebuiken voor logische schakelingen. Dat zijn complexere chips, waarvoor de prijzen gemiddeld dubbel zo hoog zijn als bij de geheugenchips en waarbij het jaarlijkse daling van de prijzen veel minder dramatisch is.

Daarnaast is onontkoombaar dat Siemens zijn aandeel op de wereldmarkt - vorig jaar 2, 1 procent - ten minste verdubbeld. Door fusie of acquisities. Een credo van Kaske luidt immers: Ook een “strategisch” bedrijfsonderdeel als de chipdivisie mag niet tot in lengte van dagen verliesgevend zijn.

    • Dick Wittenberg