Scenario's

In de editie van 21 januari jl. kwam een zeer groot aantal bijdragen voor die handelden over het opstellen van scenario's.

Voor strategische maatregelen op alle gebieden worden, zoals Hofland stelde, scenario's gemaakt. We kunnen niet meer zonder. Om een keuze te maken uit een groot aantal alternatieven is een redelijke voorstelling van de gevolgen in de breedste zin noodzakelijk.

Hofland schetste een 'somberste scenario' dat voor Westeuropese of Aziatische politici het overdenken waard is. Hoagland beschreef het 'nachtmerrie-scenario' van het Pentagon. Smeets ging in op recente scenario's in de Sovjet-Republiek. Bomhoff verheugde zich over het werken met scenario's.

Zijn conclusie dat het feit, dat de eerste fase van de Golf-oorlog zich volgens plan ontvouwde, “een hoopgevend signaal was, dat de tegenstander heel zwak was”, is inmiddels achterhaald. Misschien had Saddam Hussein, gesteund door zijn vele experts uit Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de BRD en vooral niet te vergeten uit de Sovjet-Unie, voorzien welke plannen tegen hem zouden worden gemaakt en daarop planmatig gereageerd. De leiding van het coalitieleger zal haar plannen, naar ik vrees, nog vaak moeten bijsturen.

Onze maatschappij is vooral door de moderne technologie zo dynamisch en complex, dat er praktisch sprake is van instabiliteit. Goede voorspellingen op enige termijn zijn dan ook nauwelijks meer te maken. Pragmatisme en grote flexibiliteit kunnen niet worden gemist. Het volgende voorbeeld illustreert dit.

Het zou enkele jaren geleden niet voor mogelijk zijn gehouden, dat in het begin van 1991 een (+-) 400.000 man groot gedeelte van het potentieel van de NATO voorzien van het meest geavanceerde materieel zou zijn overgebracht naar een stuk woestijn op 4000 km afstand van West-Europa. Deze troepen worden daarbij zo 'bezig' gehouden dat ze de eerste maanden niet kunnen worden overgeplaatst.

De eerste reactie op een dergelijk scenario zou dan ook geweest zijn: “Daar trapt de NATO nooit in; dat zou een uitnodiging zijn om West-Europa binnen te rollen”. Als daarbij dan nog zou zijn voorspeld, dat tegelijkertijd 400.000 manschappen van de Sovjet-Unie in de Bondsrepubliek Duitsland zouden zijn gelegerd, zou een oorverdovend hoongelach zijn opgeklonken.

Nu, januari 1991 is dit scenario in werking getreden en politiek volledig aanvaard. Ministers van buitenlandse zaken en defensie van Westeuropese landen, waaronder Nederland, achten het zelfs aanvaardbaar dat eventueel nog meer geavanceerd militair potentieel naar het Midden-Oosten wordt overgebracht.

We weten nu dat dit scenario alleen mogelijk werd door de door het Westen zo dankbaar aanvaarde vredelievende opstelling van de Sovjet-Unie, gedurende de laatste 2 jaar. De leider van dit rijk heeft daarvoor de Nobel-prijs voor de vrede ontvangen.

Irreeel geachte scenario's kunnen dus meer kans op realisering hebben dan men gewoonlijk aanneemt.

Dit geldt zeker nu in de Sovjet-Unie weer andere scenario's mogelijk zijn dan wij tot voor kort incalculeerden. Het vertrek van Sjevardnadze was een eerste teken en zijn er te veel gevolgd. Smeets noemt enige feiten. B. Hoffschulte wijst er in zijn brief dan ook terecht op, dat grote voorzichtigheid geboden is. Welk scenario hem voor ogen staat is niet duidelijk. Er zijn er vele te maken.

Hij zal daarbij niet gedoeld hebben op een 'somberste nachtmerrie-scenario' van de gevolgen van de Golfoorlog voor West-Europa, dat door een bizarre mastermind zou kunnen zijn uitgedacht.

Ik wil dat scenario niet expliciet beschrijven. Het kan door ieder gereconstrueerd worden door de genoemde elementen van de situatie van nu, te plaatsen in de context van de jaren tachtig. Zo'n scenario zal, naar ik van harte hoop, ook in de toekomst, als absurd worden gekenschetst.

Maar toch.

Het lijkt verstandig de euforie over de Sovjet-Unie voorlopig danig in te perken; het militair potentieel van West-Europa niet verder te verzwakken en meer dan normaal, flexibel, pragmatisch en paraat te blijven.

    • J. Hamelink