Regeerpijn

Na zeven magere oppositiejaren dreigt de hernieuwde deelname aan de regering voor de PvdA op een nachtmerrie uit te draaien.

Een deel van de achterban heeft grote moeite met de Nederlandse betrokkenheid bij de Golfoorlog en loopt te hoop tegen de eigen minister van defensie. De met veel fanfare aangekondigde sociale vernieuwing bloedt langzaam dood. En binnen het kabinet wordt, voor zover de Golfcrisis dat toelaat, met toenemende heftigheid gestreden over de beste manier om tien tot vijftien miljard gulden te bezuinigen, hoofdzakelijk op posten die de PvdA traditioneel na aan het hart liggen (uitkeringen, subsidies, werkgelegenheid bij de overheid).

Op zijn wekelijkse persconferentie deed de minister-president afgelopen vrijdag een opmerkelijke uitspraak. Vrij vertaald: de formatiebesprekingen zijn heropend omdat het broze regeerakkoord al binnen een jaar is bezweken aan een noodlottige combinatie van te optimistische uitgangspunten, belastingtegenvallers en slecht beheersbare uitgaven. De sociaal-democraten hebben de luwte van de oppositieperiode niet gebruikt om zich te prepareren op deze harde botsing met de budgettaire realiteit. Nu is het te laat voor een weloverwogen 'links' bezuinigingsbeleid.

In de jaren 1983-1988 heeft de PvdA weliswaar een aantal malen een tegenbegroting gepresenteerd maar wie deze stukken raadpleegt, ziet dat de grootste oppositiepartij jaar-in-jaar-uit de meeste door het kabinet voorgestelde ombuigingen afwees en miljarden verslindende alternatieven presenteerde. Deze werden zonder uitzondering gefinancierd uit hogere belastingen en door het financieringstekort minder snel te laten dalen dan het eerste en het tweede kabinet-Lubbers voor ogen hadden. In al die jaren hebben de sociaal-democraten nauwelijks een concrete bezuiniging voorgesteld.

De tegenhanger van de kabinetsvoornemens voor 1984 - ondertekend door Den Uyl en Woltgens - bood onder andere een omvangrijke stimulans voor de sociale woningbouw. Van de door het toenmalige kabinet voorgestelde bezuinigingen (ter grootte van ruim tien miljard gulden) wees de PvdA zeven miljard af. Het tekort werd in de alternatieve begroting met twee miljard opgerekt, belastingen en premies werden met ruim drie miljard verzwaard. De plannen vertoonden een aanzienlijk gat, omdat de oppositie meende te kunnen volstaan met het aangeven van een 'beperkte dekking'.

Eind mei 1984 lanceerde de PvdA een alternatief voor de middellange termijn. Dit was van hetzelfde laken een pak. Terwijl topambtenaren uit de Centrale economische commissie 23 miljard aan ombuigingen noodzakelijk noemden, wenste de PvdA niet verder te gaan dan negen miljard. Over ombuigingen zweeg de partij; zij achtte een tragere reductie van het financieringstekort aanvaardbaar. Op papier werden de eindjes aan elkaar geknoopt door inverdieneffecten van een omvangrijke arbeidstijdverkorting (minder werkloosheidsuitkeringen) en een gemakshalve veronderstelde evenredige verlaging van de lonen.

Bij de behandeling van de kabinetsplannen voor 1987 presenteerde de PvdA een plan met 3, 5 miljard extra uitgaven, nagenoeg geheel gedekt door belastingverhoging en bescheiden inverdien-effecten. Een jaar later had het alternatief ongeveer dezelfde omvang (behoudens een verschuiving van WIR-geld). Nu bestond de dekking uit een tekortvergroting en ruim twee miljard belastingverhoging. Toch lijkt de nagestreefde regeringsverantwoordelijkheid zijn schaduw vooruit te werpen: voor het eerst worden concrete bezuinigingen genoemd: maar liefst zeventig miljoen op Defensie en dertig miljoen op Landbouw.

Ruim twee jaar geleden presteerde de PvdA een laatste oppositionele krachtsinspanning. Kok en Woltgens maakten zich sterk om de uitgaven met vier miljard extra te verhogen - voor uitkeringen, meer werk en de kwaliteit van de samenleving. Deze dure wensen zouden door belastingverhoging worden gefinancierd, op 110 miljoen gulden wegens niet nader gespecificeerde bezuinigingen na.

Ondanks de PvdA-inbreng in het kabinetsbeleid zijn de in de oppositietijd druk bewandelde budgettaire vluchtwegen nu hermetisch afgesloten. Het regeerakkoord stipuleert in welk tempo het tekort omlaag moet. De letter van het akkoord staat weliswaar een beperkte verhoging van de belastingen toe, maar lastenverzwaring biedt volstrekt onvoldoende soelaas. Beperking van de uitgaven is de enige manier om de begroting de komende jaren rond te krijgen. Het vorige kabinet heeft vooral bezuinigd door de ambtenarensalarissen en de sociale uitkeringen te bevriezen. De PvdA wijst deze mogelijkheid af. De benodigde tien tot vijftien miljard kan alleen worden gevonden door echt te snijden in de overheidsvoorzieningen. Het volume daarvan is de afgelopen tien jaar nog toegenomen. De sociaal-democraten zijn thans geroepen om echt te rooien in de tuin van de collectieve voorzieningen. Daarom liggen nu de subsidies en het aantal ambtenaren onder vuur, beperking van het aantal uitkeringsontvangers heeft opeens de hoogste urgentie gekregen.

Terwijl de PvdA in het belang van de schatkist zijn traditionele aanhang schoffeert, speelt het CDA mooi weer. Door een onnavolgbare pr-inspanning leeft in brede kring het misverstand dat de christen-democraten staan te trappelen om het mes in de collectieve uitgaven te zetten, in hun dadendrang slechts geremd door de sociaal-democratische ministers. Niets is minder waar. De CDA-ministers van economische zaken en landbouw bij voorbeeld steken geen hand uit om de budgettaire problemen op te lossen. Vermoedelijk zullen de besprekingen over de 'Tussenbalans' zich daarom nog weken voortslepen. In het zicht van de statenverkiezingen op 6 maart neemt de regeerpijn van de PvdA alleen maar toe. Soms bezwijken patienten aan hun pijn.

    • Flip de Kam