Ouderenbonden bestuderen plan AOW-uitkering

DEN HAAG, 29 jan. - De ouderenbonden studeren in opdracht van minister d'Ancona (WVC) op de mogelijkheid de AOW-uitkering inkomensafhankelijk te maken.

Dat bleek gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer over het ouderenbeleid.

De minister heeft de ouderenbonden gevraagd met een voorstel te komen om ouderen met een goed pensioen minder AOW te geven dan mensen die uitsluitend een AOW-uitkering hebben. Dat komt neer op een inkomensafhankelijke AOW. De VVD-fractie in de Tweede Kamer voelt daar niets voor, het CDA is zeer terughoudend en de PvdA wacht het voorstel van de ouderenbonden af.

De ouderenbonden hebben ervoor gepleit de AOW voor alleenstaanden met vijf procent te verhogen naar 75 procent van het minimumloon. Een algemene verhoging schiet volgens de minister echter zijn doel voorbij, omdat daarvan ook financieel beter gesitueerde ouderen zouden profiteren. Een dergelijke maatregel zou volgens de minister dus een bijzonder kostbare zijn. Het Tweede-Kamerlid Rosenmoller (Groen Links) hield de minister gisteren nog eens de slechte financiele positie van alleenstaanden met alleen een AOW voor. Hij wees erop dat zij elke maand 92 gulden te kort komen voor noodzakelijke bestedingen, dat de koopkracht van een AOW'er tussen 1980 en 1989 met 11 procent is gedaald en dat van de alleenstaande vrouwen 60 procent moet rondkomen van een jaarinkomen van minder dan 15.000 gulden. d'Ancona erkende dat sommige groepen ouderen te weinig hebben geprofiteerd van de welvaart, maar zei ook dat “we niet moeten doen alsof alle ouderen in kommervolle omstandigheden leven”.

In het kabinet wordt volgens minister d'Ancona gesproken over verandering van de pensioengerechtigde leeftijd, die nu op 65 jaar ligt. Met name de PvdA-fractie had aangedrongen op 'flexibilisering' waardoor men de keus krijgt geheel of gedeeltelijk eerder of later met pensioen te gaan. In oktober zwengelde minister-president Lubbers de discussie aan over een flexibele pensioengerechtigde leeftijd. Ook boven de 65 jaar moet men zich kunnen blijven inzetten, zei Lubbers destijds op een ouderencongres, “zodat 65 jaar een veel minder harde grens is”.

Staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken en werkgelegenheid) zei gisteren er voorstander van te zijn dat bij massa-ontslag eerst mensen worden ontslagen die de grootste kans hebben een nieuwe baan te vinden. In de praktijk zouden oudere werknemers daarmee een grotere kans hebben hun baan te behouden. Ter Veld voegde er direct aan toe dat het realistischer is uit te gaan van het zogenoemde afspiegelingsontslag, waarbij ontslagen gelijkelijk over alle leeftijdsgroepen zijn verdeeld.