Oostenrijk hunkert naar nieuw ski-idool

SAALBACH, 29 jan. - Voor de een brengt een confrontatie met chauvinisme een warm gevoel teweeg, voor de ander iets bedreigends.

Het is buitengewoon storend wanneer Fransen als rechtgeaarde xenofoben in hun vaderlandsliefde arrogant worden, als Amerikanen kinderlijk naief met hun sterren- en strepenvlaggetjes staan te zwaaien, Duitsers schreeuwerig hun liefde betuigen en Oostenrijkers dronken van nationalistische gevoelens agressieve neigingen krijgen. Nu hebben Oostenrijkers in sport doorgaans weinig reden tot trots. Een enkele keer leidden prestaties van hun voetballers tot enthousiasme. En de perioden dat de nationale sport, skien, tot hysterie oproept worden met de dag schaarser.

Ruim 40.000 toeschouwers zouden zondag in Saalbach aanwezig zijn geweest bij het wereldkampioenschap afdaling voor mannen. Dat was ongeveer de helft minder dan op die dag in 1976, toen tijdens de Winterspelen op de Patscherkofel 80.000 mensen werden geteld om Franz Klammer naar het Olympische goud toe te schreeuwen. Dergelijke massa's komen in het skiland bij uitstek zelden meer op de been.

De organisatie van de wereldkampioenschappen in het Glemmtal had het toeschouwersaantal voorzichtigheidshalve begroot op 120.000, het totaal van veertien dagen skien. Na zeven dagen telde de organisatie al 95.000 bezoekers. Dat is voor het belangrijkste del te danken aan de afdeling. De aanvankelijke angst voor een teleurstellend bezoekersaantal was gebaseerd op de gevolgen van de Golfoorlog en de angst op aanslagen tijdens het skitoernooi. Berichten over verscherpte militaire bewaking zouden voor een schrikeffect hebben gezorgd.

Inderdaad doet het unheimisch aan wanneer je als bezoeker bij binnenkomst van het Glemmtal het bord Checkpoint Saalbach ziet. Maar de politie is uiterst vriendelijk en verstrekt zonder problemen een doorgangspas aan degenen die zijn betrokken bij het ski-evenement. De hefbomen zijn vooral om verkeerstechnische redenen neergezet.

De wegen in het dal tussen Saalbach en Hinterglemm zijn in wintertijden smal. Daarom moet iedere toeschouwer zijn auto op de enorme parkeerterreinen ver voor Saalbach plaatsen en met pendelbussen naar de wedstrijdpistes verder. Het kan een beletsel betekenen. Van een met de Golfoorlog geengageerde sfeer is in het wedstrijdoord echter geenszins sprake.

Oude Oostenrijkse ski-insiders menen dat hun landgenoten niet meer zo warm lopen voor de prestaties van hun skiers. 'Professor' Franz Hoppichler, die van 1966 tot 1972 wedstrijdsportdirecteur was van de Oostenrijkse skibond, schrijft de teruglopende interesse voor topskien voor een belangrijk deel toe aan de afwezigheid van een Oostenrijks ski-idool. “Bovendien zijn alle belangrijke ski-wedstrijden uitgebreid op televisie te zien. Nergens zie je het zo goed als thuis voor het beeldscherm.” En hij wijst op de perfecte registratie van de Oostenrijkse televisie die met een split-screen na afloop de nummers een en twee paralel laat afdalen en zo aangeeft waar de een op de ander uitloopt. En dat is alles met deskundig commentaar van oud-skiers.

Toni Sailer, Karl Schranz, Franz Klammer en Annemarie Moser-Proll waren in een al weer bijna ver verleden de grote idolen van de Oostenrijkse skiers. Tal van wereldtitels en Olympische medailles vielen hun ten deel. Zondag stonden 40.000 toeschouwers klaar om de grote Oostenrijkse favoriet Helmuth Hoflehner een warm onthaal te bieden. De routinier was bij de trainingen tweemaal de snelste geweest en zou wel even winnen. Het voor de argeloze toeschouwer angstaanjagende chauvinistisch commentaar van de stadion-omroeper kon Hoflehner er niet van weerhouden al in het starthuisje een beginnersfout te maken, waardoor hij vertraagd vertrok en even later kansloos de strijd staakte.

“Maar wat hebben de Oostenrijkers met Hoflehner als wereldkampioen? ”, stelt Hoppichler. “Ja, hij won vorig jaar de wereldbeker afdaling, maar hij is al 32. Oostenrijkers zijn chauvinistisch, maar daarom zijn ze ook snel geneigd een falende sportman te vernederen. Hoflehner is geen topper als Klammer.” Stock, de nieuwe (toevallige? ) wereldkampioen Super G, Eberharter, Resch, Gstrein, Oostenrijkers moeten er mee leren leven. Evenals met het feit dat de beste skier ter wereld een Oostenrijker van vlees en bloed is, maar door een geschil met de skibond de Luxemburgse nationaliteit aannam. Marc Girardelli wordt gewaardeerd, maar hij is niet populair. Hij is een deserteur en dat telt heel zwaar in Oostenrijk, meent Hoppichler.

Oostenrijk mist een Pirmin Zurbriggen, Maria Walliser of een Alberto Tomba, skiers die voor smaak zorgen. Petra Kronberger is een potentiele ster. Ze won vorig jaar als eerste Oostenrijkse sinds Annemarie Proll in 1979 het algemeen klassement voor de wereldbeker. Als eerste skister won ze op alle onderdelen een wereldbekerwedstrijd. In Saalbach-Hinterglemm staat ze daarom te boek als favoriete voor ten minste vier wereldtitels. Maar Kronberger (21) mag dan brutaal en agressief op de piste zijn, daarbuiten is ze braaf, verlegen en niet te vergelijken met glamourgirls als haar voorgangster uit Zwitserland Walliser en Figini, van wie de eerste zelfs een aanbod voor een filmrol kreeg.

Kronberger wordt gezien haar grote superioriteit sinds vorig jaar stilletjes vergeleken met Proll. Maar het meisje uit Pfarrwerfen, op een steenworp van Saalbach, is de eerste om toe te geven dat zij de prestaties van haar illustere landgenote nooit zal evenaren. “Ik heb pas veertien wereldbekerwedstrijden gewonnen en Annemarie won er 62. En toen was er niet eens een Super G.” Geen houding voor de supervedette waar Oostenrijk op wacht.

Er ging een schok door het skiminnende land toen Kronberger na het uitbreken van de Golfoorlog zich voor de trainingsrace in Meribel afmeldde. De onverstoorbare, psychisch altijd een uitgebalanceerde Kronberger had gevoel. Ze bleek bovendien streng gelovig en zei dat ze haar kracht putte uit de liefde voor God. Vrienden had ze bovendien weinig, ook geen behoefte aan. God, haar ouders en haar herdershond zijn de enigen die ze in vertrouwen neemt. Altijd aandoenlijke bekentenissen, maar ze zetten fanatieke sportliefhebbers niet in vuur en vlam.

Toch kunnen haar wereldtitels van levensbelang zijn voor het Oostenrijkse skien. Skimateriaalfirma's maken slechte tijden door - mede op grond van de slechte winters - en verminderen hun bijdrage aan de topsport. De Oostenrijkse merken voelen de groeiende concurrentie uit het buitenland. En juist skien is in Oostenrijk van het allerhoogste economische belang.

De hoofdsponsor van de wereldkampioenschappen is geen Oostenrijkse firma, maar het Franse Rossignol. De Oostenrijkers waagden zich niet aan de door de organisatie gewenste investering. Moet de bescheiden Petra Kronberger dan de redder van de natie worden?

    • Guus van Holland