Olieverkoop strategische reserves gaat door ondanks lage prijzen

AMSTERDAM, 29 JAN. De Nederlandse regering biedt binnenkort wel 660.000 vaten olie uit de strategische reserves op de markt aan maar ziet voorlopig af van een extra actie om automobilisten aan te zetten tot minder en langzamer rijden.

Dit is het gevolg van beslissingen die het bestuur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), de organisatie van Westerse industrielanden en Japan, gisteren in Parijs nam. Het IEA besloot vast te houden aan haar noodplan voor de olievoorziening in verband met de Golfcrisis maar dit plan 'flexibel' toe te passen.

Mr. C. Dessens, directeur-generaal voor energie van het ministerie van economische zaken, die deelnam aan het IEA-beraad, zei dat bij een verslechtering van de olievoorziening als gevolg van de Golfoorlog onmiddellijk meer maatregelen zullen volgen. “Die kans is in deze oorlogssituatie nog steeds redelijk groot. Maar nu er ruime voorraden zijn en de olievoorziening nog niet is verstoord, is het niet nodig en niet verstandig een extra bezuinigingscampagne te voeren. Dan moet je zoveel aan de consument uitleggen dat het contra-produktief zou werken. Dat zou een beetje ongeloofwaardig zijn”, aldus Dessens. Een extra reden om de campagne nu niet te voeren is dat de prijzen voor ruwe olie en brandstoffen na het begin van de Golfoorlog fors zijn gedaald.

Nederland heeft zich in IEA-verband verplicht vijf procent van de strategische olievoorraad (die op last van de regering wordt bewaard voor noodsituaties) op de markt aan te bieden en 1, 5 procent op het verbruik van brandstoffen te bezuinigen. Het leeuwedeel van de besparing zou van het autoverkeer moeten komen. Volgens directeur-generaal Dessens bestaat echter de indruk dat die besparing al is bereikt door de algemene campagne voor energiebesparing waarmee voor de Golfcrisis werd begonnen. Dessens denkt ook dat de aankondiging van het IEA-plan op 11 januari, kort voor de oorlog begon, heeft bijgedragen tot een rustige reactie op de oliemarkten. Direct na de eerste geallieerde aanvallen op Irak op 17 januari daalde de olieprijs met tien dollar.

Uiterlijk 1 februari zullen alle 21 IEA-landen en de aspirant-lidstaten Frankrijk, Finland en IJsland in totaal 2, 5 miljoen vaten uit hun strategische olievoorraden te koop aanbieden. Daarmee geven de betrokken landen de oliemarkt en de consumenten het vertrouwen dat ook bij een ernstige verstoring van de olievoorziening - bij voorbeeld doordat belangrijke laadstations in Saoedi-Arabie door Iraakse raketten worden geraakt - voorlopig voldoende olie in voorraad is. Als de oliemaatschappijen belangstelling hebben, brengen de IEA-landen de strategische olie tegen de marktprijs aan de man.