Nederlandse wetenschapper trekt zich terug uit JESSI

ROTTERDAM, 29 JAN. Prof.dr. P. Balk, vertegenwoordiger van de Stichting voor de Technische Wetenschappen (STW), stapt uit het bestuur van het Europese chipconsortium JESSI.

Hij vindt dat zijn positie onhoudbaar is geworden doordat Nederlandse overheidssteun aan wetenschappelijk onderzoek in het kader van JESSI almaar uitblijft. Balk behartigt in het bestuur de belangen van alle Europese wetenschappelijke instellingen.

Volgens STW-directeur dr. C. le Pair schuift het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen steunverlening aan JESSI stelselmatig voor zich uit. Hij vreest dat Onderwijs een recent Brits rapport over de Nederlandse micro-elektronica opnieuw zal aangrijpen voor uitstel. In dat geval is de kans groot dat het Nederlands wetenschappelijk onderzoek in het kader van JESSI nooit meer van de grond komt. STW behartigt de belangen van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland.

Het gaat in totaal om acht onderzoekprojecten - 860 manjaren werk - waarvoor een bedrag nodig is van 160 miljoen gulden. De overheid zou daarvan, gespreid over zeven jaren, 96 miljoen gulden voor haar rekening moeten nemen.

Het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen kon vanmorgen geen commentaar geven.

Ir. A. de Jongh, betrokken bij het deelprogramma Toepassingen van JESSI, betreurt het vertrek van Balk. Hij zegt dat daarmee de Nederlandse invloed in het chipconsortium opnieuw verder terugloopt, nadat eerder Philips zich al had teruggetrokken uit een van de belangrijkste projecten van het deelprogramma Technologie.

Vertegenwoordigers van Nederlandse bedrijven zeggen dat de Nederlandse deelneming aan andere deelprogramma's van JESSI - Technologie, Materialen en Apparatuur, Toepassingen - geen gevaar loopt. Wel constateren ze dat de drastische beperking van Philips' inbreng in JESSI tot “grote behoedzaamheid” heeft geleid bij het ministerie van economische zaken en daarmee tot “een vertraging van enkele maanden” bij de steunverlening.

JESSI (joint European Submicron Silicon) is een van de belangrijkste bouwstenen van het Europese technologiebeleid. Doel is de positie van de Europese elektronicaindustrie te versterken door ontwikkeling van nieuwe generaties chips en door stimulering van het chipgebruik. Met het totale programma is tot 1997 een bedrag gemoeid van 8, 9 miljard gulden.