Microgolfzenders oplossing voor 'tv-discriminatie'

Voor eind januari moet de omroep kleur bekennen. Het publieke bestel houdt, zoals het CDA-PvdA-regeerakkoord dat wil, de beschikking over de drie 'aardse' tv-netten waarmee het hele land kan worden bestreken - alle commerciele gegadigden worden verbannen naar de kabel waarmee nooit meer dan drie van iedere vier huishoudens kunnen worden bereikt.

Zo vanzelfsprekend lijkt deze situatie dat blijkbaar niemand zich nog afvraagt of het misschien ook anders zou kunnen.

Wat lijkt het alweer lang geleden dat de kabel niets anders was dan een collectieve voorziening, bedoeld om de antennewouden van de daken te krijgen, storingvrije ontvangst te bevorderen en lokale omroep mogelijk te maken. Uitgaande van de stand der techniek in die dagen gold en geldt de regel dat iedere zender die zo-uit-de-lucht kan worden geplukt, ook moet worden doorgegeven, de zogenoemde must carry-rule. Alleen het signaal dat de ontvanger via een satelliet bereikt, viel en valt daar weer niet onder. Zo ontstond er in de samenleving een nieuw soort ongelijkheid: tussen kabelabonnees en niet-aangeslotenen, zoals bewoners van gebieden zonder kabelnet. De laatsten zijn volledig aangewezen op Nederland 1, 2 en 3, eventueel aangevuld met een Duitse en-of Belgische zender mits ze niet te ver van de grens wonen.

Vooral in dagen van internationale spanning laat deze informatie-achterstand zich voelen, doordat men niet van uur tot uur op tv de gebeurtenissen kan volgen en zich met uittreksels op het NOS-journaal moet behelpen. Woont iemand toevallig in een van de dertig gemeenten (waaronder de drie grootste) die op de Amerikaanse tv-nieuwszender CNN zijn aangesloten, dan behoort men tot de 1.225.364 huishoudens die er dinsdag 15 januari getuige van konden zijn of Bush en Hussein nog on speaking terms waren of onverhoopt niet meer. Of, om met Steve Andersen in het (intussen opgeheven) BBC-blad The Listener te spreken: “Als de oorlog uitbreekt, wordt het een CNN-oorlog, compleet met sneuvelende soldaten, rechtstreeks in de huiskamer”.

Om te weten hoe dat 'aanvoelt' hoeft men slechts terug te denken aan de zomer van 1989. Voor leden van de buitenlandse kolonie in Peking had CNN toen veel weg van een plaatselijk tv-station. Wilden ze weten wat er op het Plein van de Hemelse Vrede gebeurde, dan hoefden ze maar op CNN af te stemmen. En, met hen, de kijkers in meer dan honderd landen, waaronder Nederland.

'Zappen'

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek telde Nederland omstreeks deze jaarwisseling 6.127.000 huishoudens, vrijwel alle ongetwijfeld in het bezit van werkende tv-ontvangers. Ruim 4, 5 miljoen daarvan ofwel een kleine 75 procent zijn aangesloten op een kabelnet, en daarvan weer zo'n 4, 2 miljoen op RTL4.

Dat heeft zo zijn leuke kanten: kunnen 'zappen' tussen twintig a dertigprogramma-aanbieders, waaronder lokale televisie en redelijk storingvrije ontvangst van radioprogramma's als WDR3 en BRT3 die de meeste gewone ontvangers niet bereiken en van de Amsterdamse Concertzender. Laten we de momenteel naar schatting 150.000 Nederlandse huishoudens met prive-schotels even buiten beschouwing, dan zijn al deze 'zegeningen' dus voor een op de vier kijkers onbereikbaar. Er is dus zeker sprake van een informatie-achterstand. Zeer terecht heeft de Consumentenbond zich opgeworpen als pleitbezorger van de achtergestelde minderheid.

In een gemeente als Haarlemmermeer, toch bepaald niet excentrisch gelegen, besloot de gemeenteraad onlangs dat er ook kleine kernen op de kabel zouden worden aangesloten, mits zeventig procent van de inwoners zich zou abonneren. Een enquete leerde dat Burgerveen op 71 procent kwam, Weteringbrug op 67 procent, Leimuiderbrug op negen procent en Kabel (!) op 47 procent. Dus krijgen ook de mensen in die kernen die best abonnee hadden willen worden geen kabel in huis. En dat is slechts een voorbeeld uit vele.

De oorsprong van deze absurde situatie is dat iedereen het recht heeft een tv-ontvanger te kopen en daarmee, na betaling van de omroepbijdrage, alle programma's van zijn keuze te bekijken, maar dat niemand recht heeft op een kabelaansluiting. In ons land is het niet de PTT, maar zijn het de afzonderlijke kabelexploitanten die ieder in belangrijke mate het kabelbeleid in hun gebied bepalen. In dichtbevolkte gebieden is zo'n net natuurlijk gemakkelijk rendabel te exploiteren, maar daarbuiten doemen de problemen op. Hoe ver moet je gaan met het aansluiten van adressen die zo ver van elkaar liggen dat de investering per aansluiting onbetaalbaar wordt?

Alternatief

Hier nu rijst de vraag waarom deze exploitanten geen gebruik maken van microgolfzenders, het voordelige alternatief voor kabeldistributie dat in het dunbevolkte Ierland zijn waarde al dubbel en dwars heeft bewezen. Men spreekt daar van Multi-channel Microwave Distribution System ofwel MMDS. Zo'n rondstralende, zeer hoogfrequente zender kan dertig tv-kanalen verspreiden, desgewenst in HDTV en kost naar schatting fl. 750.000. Per woning is dan nog een kleine schotel nodig en een converter naar de UHF-tv-band, totale prijs ongeveer 750 gulden. Ook de recente nota Verbinding en Ontvlechting in de Communicatie van het hooggeleerde trio Arnbak, Van Cuilenburg en Dommering besteedt aandacht aan MMDS. In deze studie wordt een beeld geschetst van toekomstig overheidsbeleid voor openbare elektronische informatievoorziening.

In Nederland waar Nozema ook op microgolfzenders het wettelijk monopolie bezit, zou voor deze service ruimte bestaan in de 40 GHz-band. Het systeem kan hier worden toegepast als aanvulling op bestaande kabelnetten. Iedere microgolfzender bedient dan een gebied van 15 a 20 km2.

Zou vandaag heel Nederland per kabel of microgolf voor tv-programma's bereikbaar zijn, dan hadden de mediadebatten ongetwijfeld een totaal ander verloop. Sommige omroepverenigingen die nu nog tegen heug en meug deel uitmaken van het publieke bestel zouden de overstap naar de commercie allicht overwegen, met alle gevolgen van dien voor de zendtijdverdeling. In ieder geval zou dan het heel toevallige, zuiver technische en dus oneigenlijke verschil dat de wetgever nu nog aanbrengt tussen publieke en commerciele omroep verdwenen zijn. Het is dus alleszins de moeite waard na te gaan op welke manier een landelijk dekkende microgolfvoorziening binnen enkele jaren van utopie in werkelijkheid zou kunnen zijn omgezet en er een einde zou zijn gemaakt aan de informatieachterstand in een kwart van Nederland.

Koud kunstje

Uitgaande van de veronderstelling dat het opzetten van een microgolfnetwerk alleen op landelijke schaal lonend is, moet het eenvoudig zijn, in samenspraak met de Vereniging van Kabelnetexploitanten VECAI, na te gaan hoeveel microgolfzenders er nodig zijn om het nu nog niet bekabelde deel van Nederland op de bestaande kabelnetten aan te sluiten. Voor een financieringsinstituut moet het een koud kunstje zijn de investering aan zenders-en-schotels te herleiden tot maandelijks verschuldigd abonnementsgeld. Daaruit zal vermoedelijk blijken dat het aansluiten van die letterlijk en figuurlijk marginale woningen heel goed in staat is zichzelf te bedruipen zodat er zelfs geen beroep hoeft te worden gedaan op de schatkist. Uitgangspunt moet zijn dat er geen verschil mag bestaan tussen kabel- en microgolftarief, al is een kabelaansluiting allicht iets minder storingsgevoelig dan ontvangst via zo'n individuele schotelantenne.

    • P. H. Frankfurther