Methylbromide was opvolger van 'veel gevaarlijker' middel

HONSELERSDIJK, 29 jan. - Twee van de negen mensen die donderdag met methylbromide-vergiftiging in het Academisch Ziekenhuis Utrecht zijn opgenomen, verblijven nog steeds op de intensive care afdeling.

Zij liepen de vergiftiging op in een plantenkas in Zevenhuizen waar met het grond-ontsmettingsmiddel methylbromide was gewerkt. Zeven van hen, onder wie de tuinder en zijn vrouw, zijn zaterdag uit het ziekenhuis ontslagen.

Het tuindersechtpaar, vijf werknemers, en twee monteurs van een ander bedrijf waren aan het werk in een ruimte van een kas waarin aan de andere zijde van een glazen wand de grond de dag daarvoor was ontsmet met methylbromide. Volgens de voorschriften blijft de behandelde ruimte tien dagen afgesloten, waarbij de grond is afgedekt met gasdicht folie. Na die periode wordt door het bedrijf dat de behandeling heeft verricht, de afdekking teruggeslagen en zowel in de grond als in de lucht de gasconcentratie gemeten. Die concentratie dient dan minder te zijn dan 15 ppm (parts pro million).

In Zevenhuizen werden de negen slachtoffers 's morgens tijdens de koffiepauze onwel, waarna alarm werd geslagen. De brandweer registreerde later in het gedeelte van de kas waar deze mensen hadden gewerkt een gasconcentratie van 200 ppm.

Methylbromide wordt in de glastuinbouw niet veel meer gebruikt. Officieel is het gebruik van het ontsmettingsmiddel sinds 31 december 1980 verboden. Tot 1 januari 1992 wordt nog ontheffing verleend. Volgens voorzitter C. Veenman van de Nederlandse Vereniging van Grondontsmetter is het huidige gebruik nog maar tien procent van dat in 1980. In de groenteteelt zijn de telers erin geslaagd methylbromide geheel uit te bannen, in de sierteelt met zijn vele bol- en knolgewassen is dat problematischer. “Het absolute verbod eind 1991 zal leiden tot het toenemen van het gebruik van andere chemische middelen met al hun bijverschijnselen”, aldus Veenman.

In 1966 werd methylbromide in Nederland geintroduceerd als vervanging van chloorpicrine, dat volgens Veenman “veel gevaarlijker” was. Naar zijn zeggen zijn in de eerste jaren van het gebruik twee ongelukken gebeurd door onvoldoende kennis van het middel methylbromide, waarbij twee grondontsmetters blijvende verlammingsverschijnselen hebben opgelopen. Daarna zouden zich geen “directe calamiteiten met mensen” meer hebben voorgedaan. Methylbromide wordt geproduceerd in Israel, Japan, Frankrijk en Canada. Het gebruik is toegestaan in alle omringende landen, Duitsland uitgezonderd. In 1981 werd het middel aangetroffen in drinkwatervoorzieningen in het Westland. Daarna werd het nu geldende verbod ingesteld.

Veenman is door zijn vereniging van grondontsmetters tot woordvoerder benoemd in deze zaak “om de wilde indianenverhalen uit de wereld te houden.” Volgens hem zijn er vier mogelijkheden aan te duiden die kunnen hebben geleid tot de vergiftigingsverschijnselen. “Het gas kan via het drainagesysteem, centrale hemelwaterafvoer, centrale CO-leiding of door forse temeratuursverschillen in de andere helft van de kas terecht zijn gekomen”, zegt hij. “Methylbromide is reuk- en kleurloos. Gisteren zijn de arbeidsinspectie en de Algemene Inspektie Dienst hun onderzoek begonnen. Het is te hopen dat de oorzaak wordt achterhaald, anders wordt het pas echt gevaarlijk.”

Het aantal bedrijven dat zich in Nederland bezighoudt met grondontsmetting is de laatste tien jaar gedaald van 50 a 55 tot 20 af 25. Circa veertig mensen werken binnen die bedrijven nog met methylbromide. Volgens Veenman krijgen zij een “goede opleiding en zware keuring.” Driemaal per jaar wordt de groep medisch gecontroleerd “om chronische vergiftiging tegen te gaan.”