Luchtmacht Irak uitgespeeld na verplaatsing toestellen

ROTTERDAM, 29 jan. - De plotselinge verplaatsing van zo'n honderd Iraakse transport- en gevechtsvliegtuigen naar Iraanse vliegvelden stelt militaire en politieke deskundigen voor een raadsel.

Een simpele en afdoende verklaring is niet te geven omdat allerlei berichten over de omstandigheden van de verbazingwekkende massavlucht elkaar tegenspreken. Een voorzichtige conclusie kan in elk geval wel worden getrokken: de rol van de Iraakse luchtmacht in de Golfoorlog is uitgespeeld, en dat is een gunstige zaak voor de troepen op de grond die Koeweit moeten bevrijden.

De vraag is of dit gegeven ook tot de Iraakse leider Saddam Hussein is doorgedrongen en onderdeel is geworden van zijn overlevingsstrategie of dat gedesillusioneerde Iraakse luchtmachtcommandanten zelf en masse tot de slotsom zijn gekomen dat vechten tegen de geallieerde overmacht geen zin meer heeft.

Dat laatste is niet onlogisch gezien de uiterst magere prestaties van de omvangrijke en goed uitgeruste Iraakse luchtmacht. Het is Irak niet een keer gelukt een aanval uit te voeren op een doel in Saoedi-Arabie, Israel of op schepen in de Golf. De schaarse pogingen werden onmiddellijk afgestraft door geallieerde jagers. Elk Iraaks toestel dat opsteeg om aanvallende Amerikaanse of Britse bommenwerpers te onderscheppen, werd neergeschoten of sloeg op de vlucht. De laffe Iraakse houding ontlokte de commandant van de Britse Golftroepen vrijdag de opmerking dat de Iraakse piloten “te bang zijn om te vechten”.

Volgens Iraanse verklaringen zouden Iraakse vliegers na de landing gezegd hebben dat zij “hun leven en hun vliegtuigen wilden sparen”. Ook is er sprake van dat vliegers politiek asiel hebben gevraagd.

Vliegeniers die met hun toestellen uitwijken zijn in het Midden-Oosten niet vreemd. Tijdens de achtjarige oorlog tussen Iran en Irak deserteerden meer dan tien Iraanse piloten met hun moderne Amerikaanse toestellen naar Irak of Saoedi-Arabie. Vluchtpogingen uit Irak zijn schaarser. Kort na de inval in Koeweit deserteerden twee MiG-23 piloten naar Saoedi-Arabie (door Riad in de doofpot gestopt). De recente melding van Iraakse helikopters die in de Saoedische woestijn zouden zijn geland, blijft tot nu toe onopgehelderd. De meest opzienbare geslaagde vluchtpoging was die in 1966 van een Iraakse vlieger met een toen splinternieuwe MiG-21 naar Israel.

Teheran zegt bij Bagdad krachtig geprotesteerd te hebben tegen het overbrengen van de Iraakse toestellen. Washington kreeg vrijwel onmiddellijk de verzekering dat Iran neutraal blijft en dat uitgeweken vliegtuigen gedurende de Golfoorlog aan de grond zullen blijven.

De komplot-theorie dat Saddam Hussein de uitgeweken luchtvloot zou willen gebruiken voor een verrassingsaanval is hoogst onwaarschijnlijk en in de praktijk bijna onmogelijk. Voor een dergelijke operatie moeten de toestellen niet alleen door Iraakse technici vliegklaar worden gemaakt, maar ook worden bewapend. Ook moet - en dat alles met geheime toestemming van Teheran - een gecoordineerde bevelstructuur worden opgezet. Een luchtvloot ongeorganiseerd van A naar B laten vliegen is niet moeilijk, maar diezelfde toestellen gevechtsoperaties laten uitvoeren, is een gecompliceerde en arbeidsintensieve zaak. De wapenvoorraden en de onderhoudsmiddelen van de Iraanse luchtmacht zijn ook ongeschikt voor de uitgeweken Iraakse gevechtsvliegtuigen.

Volgens Britse mededelingen zijn van de Iraakse luchtstrijdkrachten vooral de moderne gevechtstoestellen naar Iran uitgeweken. Het Britse ministerie van defensie sprak gisteren van een georganiseerde operatie, waarbij waarschijnlijk gedoeld werd op de waarneming dat complete squadrons MiG-29 Interceptors, Su-24 Fencer en Mirage F.1 jachtbommenwerpers van vliegbases rond Bagdad naar nabijgelegen Iraanse bases zijn gevlogen. Ook enkele Iraakse Adnan-1 AWACS-toestellen en Il-76 tankvliegtuigen zijn in veiligheid gebracht.

Al met al resteert als meest logische conclusie dat Bagdad een belangrijk deel van zijn kostbare militaire en civiele luchtvloot intact wil houden voor gebruik na de Golfoorlog. Een dergelijke Iraakse noodsprong is voor Saddam Hussein ook niet helemaal nieuw. Tijdens de oorlog met Iran werden Iraakse vliegtuigen naar Jordaanse bases gevlogen. Na de Scud-aanvallen op Israel is die optie van de baan. Dat ditmaal een veilige haven is gezocht op het grondgebied van een voormalige oorlogsvijand tekent de cynische flexibiliteit van de Iraakse leiders.

Voor de geallieerde troepen is deze ontwikkeling overigens goed nieuws. Weliswaar hadden Amerikaanse, Britse en Saoedische piloten de Iraakse tegenstand in de lucht al gebroken, maar nu de geallieerde gevechtsvliegtuigen helemaal vrij spel hebben boven de onbeschermde Iraakse grondtroepen in Koeweit, kan dat de landoorlog alleen maar bekorten.