Lubbers: minder geld voor ontwikkelingshulp

DEN HAAG, 29 jan. - Het budget voor ontwikkelingssamenwerking moet worden verlaagd van 1, 5 procent naar 0, 7 procent van het bruto nationaal produkt.

Dat heeft premier Lubbers voorgesteld in het kader van de besprekingen over de tussenbalans. De maatregel zou een miljard gulden opleveren op een totaal bezuinigsbedrag van ongeveer 17 miljard gulden.

Minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking verzet zich tegen het gebruiken van zijn begroting om andere hulpverlening te bekostigen. Hij heeft voorgesteld om in de periode tot 1994 een half miljard gulden te bezuinigen in de sfeer van de kapitaalmarktmiddelen. Hij wil niet voor de hulp aan Oost-Europa opdraaien en verzet zich er ook tegen om de kosten van de opvang van asielzoekers die niet uit de Derde wereld komen voor zijn rekening te nemen. Pronk beroept zich op het regeerakkoord waarin staat dat er een afspraak is gemaakt “om geen nieuwe verontreinigende toerekeningen te introduceren”.

Al eerder had minister Van den Broek (buitenlandse zaken) in september vorig jaar aangegeven dat hij “een discussie over hulpverlening aan Oost-Europa te financieren uit het budget van Ontwikkelingssamenwerking best aandurfde”. De Tweede Kamer met uitzondering van de VVD viel toen over die suggestie van de minister van buitenlandse zaken. Tijdens de verkiezingscampagne pleitte de PvdA voor het snel opschonen van de begroting van ontwikkelingssamenwerking en koos het CDA voor een geleidelijk terugdringen van oneigenlijke uitgaven.

Pag. 3: Bezuiniging op ontwikkelingshulp

In december heeft de commissie van topambtenaren (CEC) een voorstel gedaan om op Ontwikkelingssamenwerking een miljard gulden te bezuinigen.

Nederland houdt zich aan de norm van de Verenigde Naties om 1, 5 procent van het Netto Nationale Inkomen aan ontwikkelingssamenwerking te besteden (6, 4 miljard gulden in 1991). Bijna geen enkel westers land houdt zich aan die norm. Het komt neer op een procent van het bruto nationale produkt. Lubbers stelt nu voor om 0, 7 procent van het BNP aan ontwikkelingshulp te besteden. Dat komt overeen met de norm die de OESO, de organisatie van rijke geindustrialiseerde landen, hanteert. Ook die norm wordt slechts door weinig landen gehaald.

De PvdA-fractie in de Kamer vindt het “bitter noodzakelijk” dat de Haagse bureaucratie “en uiteraard ook overbodige bureaucratie buiten Den Haag” wordt teruggedrongen. De financieel-specialist van de PvdA, Melkert, zei dit gisteren tijdens een spreekbeurt in Assen.

Volgens Melkert slagen de secretarissen-generaal van de ministeries er niet in om in het kader van de grote-efficiency operatie een bedrag van 300 miljoen gulden te bezuinigen in deze kabinetsperiode. Volgens Melkert laten de hoogste ambtenaren van de departementen “het afweten zodra hun eigen winkel in het geding is”. En als het niet goedschiks kan, moet het maar kwaadschiks, meent Melkert. “Misschien moeten buitenstaanders, zoals het bureau Mckinsey, anders hun tenten maar eens in Den Haag opslaan.”

Medio december vorig jaar pleitte PvdA-fractievoorzitter Woltgens voor een gedeeltelijke vacaturestop bij de rijksoverheid omdat dit - in de woorden van Melkert - “paardemiddel waarschijnlijk nodig is om de ambtelijke weerstand tegen inkrimping te overwinnen”. Er zijn jaarlijks 12.000 vacatures, Woltgens wil 4.000 daarvan niet vervullen. Dat levert een besparing op van ongeveer 300 miljoen gulden per jaar.