Kleinmetaal houdt bij lonen slag om de arm

ROTTERDAM, 29 JAN. De werkgevers in de metaalnijverheid (kleinmetaal) zijn bereid tot een “realistische verbetering van de lonen”.

Dit blijkt uit de gisteren gepresenteerde voorstellen van de Federatie van werkgeversorganisaties in de metaalnijverheid (FWM) voor het komende overleg over een collectieve arbeidsovereenkomst voor 275.000 mensen. De FWM wil zich niet op voorhand vastleggen op een percentage.

“Dat zal mede afhangen van de ruimte die andere CAO-afspraken vergen”, aldus onderhandelaar drs. L. Vonk. Verder willen de werkgevers, net als de vakbonden, de vut-regeling voor 59-jarigen handhaven, de projecten voor langdurig werklozen en scholing van werkenden en schoolverlaters voorzetten en het ziekteverzuim terugdringen.

De Industriebond FNV eist in de metaalnijverheid een loonsverhoging van vier procent, zo maakte onderhandelaar M. A. Hagen gisteren bekend. Daarbovenop claimt de bond 1, 6 procent loonruimte voor verbetering van andere arbeidsvoorwaarden. Daarbij wordt ondermeer gedacht aan maatregelen die ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid terugdringen. Verder wil de bond dat arbeidsongeschikte werknemers vanaf 55 jaar een aanvulling op hun WAO-uitkering krijgen, terwijl de aanvulling bij ziekte drie in plaats van vier jaar zou moeten worden.

De eisen van de FNV-bond in de metaalnijverheid blijven achter bij die in de metaalindustrie (grootmetaal), waar over een CAO voor de 200.000 werknemers wordt onderhandeld. In de metaalindustrie eist de bond zes procent loonruimte op, waarvan vier procentpunt voor loonsverhoging.

De Industriebond FNV handhaaft ook in andere branches zijn looneis van vier procent. Bij de presentatie van de algemene CAO-voorstellen hield de bond afgelopen najaar een slag om de arm met het oog op de Golfcrisis, de prijsontwikkeling en de gevolgen van maatregelen die het kabinet voorbereid om uit de financiele problemen te komen. Ofschoon de onzekerheid hierover niet is weggenomen, is er volgens CAO-coordinator H. Krul geen aanleiding de eisen bij te stellen.

Voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de industrie is volgens de bond gemiddeld in totaal 5, 35 procent loonruimte beschikbaar. Daarbij telt de bond het (oude) inflatiecijfer van het Centraal Planbureau (2, 1 procent) op bij de gestegen arbeidsproduktiviteit (3, 25 procent). De FNV-bonden hebben afgesproken ernaar te streven de helft van deze produktiviteitsstijging te bestemmen voor scholing en werkgelegenheid.