Kagel maakt het logge orgel snel en wendbaar

Concerten: Gerd Zacher (orgel). Werken van Mauricio Kagel. Gehoord: 27-1 St. Jacobskerk, Den Haag. Symfonieorkest van het Koninklijk Conservatorium o.l.v. Reinbert de Leeuw met Huug Steketee en Willem van der Vliet (trompet). Gehoord: 28-1 Concertgebouw, Amsterdam.

Het festival Pro Musica Nova, georganiseerd door de Omroep in Bremen is belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de Argentijns-Duitse ras-avantgardist Mauricio Kagel. Het gaf de opdracht voor het kamermuzikaal theaterstuk Sur Scene, waarmee de componist eind jaren vijftig, begin jaren zestig zich een naam verwierf als componist voor een bijzonder muziektheater, waarin muziek en Buhne niet als gescheiden eenheden opererend, maar onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn.

Ook Improvisation ajoutee voor orgel (1961) was zo'n voltreffer van dat festival. Omdat het orgel in Kagels ogen in de eerste plaats een log instrument was, noemde hij het 'een olifant'. Daarom trachtte hij het uit zijn isolement te halen door niet een, maar twee registranten in te schakelen. daardoor werd per seconde een tiental klankkleurwisselingen mogelijk bleek het het orgel opeens flitsend hedendaags te kunnen klinken. Improvisation ajoutee is en blijft een van zijn meest opzwepende composities. Het stuk werd door specialist Gerd Zacher terecht centraal geplaatst zowel in zijn tweedaagse cursus (vrijdag en zaterdag), als in zijn concert van afgelopen zondagmiddag in de Grote of St. Jacobskerk van Den Haag.

Maandagavond opende het Conservatoriumorkest van Den Haag - waar het Kagel-festival tot 15 februari plaats heeft - in het Amsterdamse Concertgebouw met de meer recente Musik fur Tasten Instrumente und Orchester uit 1987-'88 in de bezetting voor twee piano's, twee elektrische orgels, paarsgewijs bezette blazers, vier pauken, slagwerk waaronder zingende zaag en strijkers. Opmerkelijk is de donkere kleur, resulterend in een Slavisch-sombere, sacrale muziek. In het ongeveer achttal in elkaar overlopende delen treffen een Adagio en een Andantino met als voorschrift: dolce e molto cantabile - zoet en zangerig, en dan denk je aan een viool- of fluitregister. Zo niet bij Kagel; bij hem overheerst een zangerige fagotligging. Typisch Kageliaans zijn de mysterieuze klanken die een soort van horrorsfeer doen ontstaan en schitterend hoe extase afbrokkelt in een tegendraads slot zoals alleen deze componist kan schrijven. Jammer alleen dat er vier piano's waren ingezet en de voorgeschreven tegenstelling met de elektrische orgels dus ontbrak.

Als premiere ging het Morceau de Concours (1970-1990) voor twee trompetten, oorspronkelijk voor trompet en tape, met weer een typisch Kagel-uitgangspunt. Het signaalinstrument klinkt namelijk zowel edel in prachtig uitklinkende echo's als circusachtig banaal. De sfeer van een clowns-act, de trompetten als schetterende olifanten. Voor Kagel zijn er dan ook geen grenzen. Dit alles bleek zeer aan de solisten besteed, streng sereen dan wel brutaal. De zaal stond op zijn kop.

    • Ernst Vermeulen