Janal Talabani: wij strijden voor democratie en autonomie binnen Irak; Koerden willen geen burgeroorlog; 'Met Saddam valt niet te praten, hij is een beest'

DAMASCUS, 29 jan. - “Saddam Hussein is een monster dat door het Westen is gecreeerd. Sinds 1986 hebben we gewaarschuwd dat hij zijn eigen bevolking vergaste en imperialistische plannen had. Maar de hele wereld heeft hem met goederen, geld en wapens gesteund: de Verenigde Staten, Duitsland, Groot-Brittannie, Frankrijk, Nederland. Niemand besteedde aandacht aan onze rapporten, telegrammen, petities... “

Met een uitdrukking van grimmige voldoening klopt de Koerdische leider Janal Talabani op de stapels papieren die zijn schrijftafel bedekken. Hij is inderdaad een van de weinigen die mogen zeggen dat zij de huidige crisis hebben voorspeld. Als secretaris-generaal van de Patriottische Unie van Koerdistan vertegenwoordigt hij een groot deel van de 3, 5 miljoen Koerden die ongeveer 15 procent vormen van de bevolking van Irak.

Vooral nadat de Koerdische guerrillastrijders in 1987 een flink deel van het noorden van Irak onder controle hadden gekregen is Saddam Hussein ongenadig tegen deze bevolkingsgroep opgetreden. Honderdduizenden mensen werden gedeporteerd, meer dan drieduizend dorpen met de grond gelijkgemaakt en in maart 1988 stierven vierduizend inwoners van het dorp Halabja bij een gasaanval.

De wandaden waren bekend en goed gedocumenteerd, maar voor het Westen geen reden om sancties te overwegen tegen Irak. Tijdens de oorlog met Iran telden strategische belangen zwaarder en daarna werd vooral op economische overwegingen gelet. Pas de laatste weken is er weer reden voor optimisme onder de Koerden, want het bewind van de dictator wankelt. Talabani's Patriottische Unie heeft samen met de behoudende nationalisten van de Democratische Partij van Koerdistan en een aantal kleinere organisaties al een volksfront gevormd dat zich voorbereidt op het ondernemen van acties na de val van het bewind in Bagdad.

Talabani is een gesoigneerde heer van omstreeks vijftig jaar met een bijzonder luide stem. Net als de tientallen andere illegale oppositiegroepen uit de hele Arabische wereld die hun hoofdkwartier in Damascus hebben houdt hij kantoor in een verlopen flatgebouw dat dag en ancht wordt bewaakt door ongeschoren jongens met machinegeweren. Het interieur verraadt echter dat het de Koerden iets beter gaat dan de rest van de ballingen. Zo beschikt Talabani over moderne telefoon- en faxapparatuur, waarmee hij dagelijks berichten ontvangt uit Irak. Hij verzekert dat Bagdad tot nu toe veel ernstiger verliezen heeft geleden dan men wil bekennen. Volgens zijn informatie zijn er al “vele duizenden” Iraakse soldaten bij luchtaanvallen gesneuveld en is de desertie groot. Hij maakt melding van vernielde bruggen, stuwdammen, elektriciteitscentrales en radarposten en acht een staatsgreep tegen Saddam Hussein verre van uitgesloten. Blijft die uit, dan zal het naar zijn inzicht op zijn hoogst vier maanden duren voor Irak een totale nederlaag lijdt en niet meer dan zes tot acht weken als de geallieerden met een landoorlog durven beginnen.

Wat er ook gebeurt, de Koerden zijn vastbesloten zich niet in de strijd te mengen. “Wij hebben in de afgelopen weken zeker drieduizend strijders uit Iran naar Irak gestuurd met de opdracht in actie te komen zodra Saddam Hussein ten val is gebracht”, zegt Talabani. “Maar wij hebben afgesproken niet aan de kant van de geallieerden mee te vechten. Wij willen geen burgeroorlog. Wij zijn niet uit op de vernietiging van Irak.”

Om dat te onderstrepen heeft de Koerdische oppositie zich vorige maand gevoegd bij het monsterverbond dat de gehele Iraakse oppositie - van communisten tot fundamentalisten - in Damascus heeft gesloten. In het twaalf punten tellende programma van deze coalitie staat onder andere dat de Koerden recht hebben op een zekere mate van autonomie binnen een democratisch Irak. Het programma verzet zich echter tegen het opdelen van het huidige grondgebied van de staat. Talabani: “Naar een dergelijk politiek akkoord streven wij al decennia. Wij zijn geen separatisten. In 1970 dachten wij zover te zijn dat Bagdad de meeste van onze eisen had ingewilligd. Maar nadat Saddam Hussein de steun van de Sovjet-Unie had verworven en de communisten had gedwongen aan zijn regering deel te nemen voelde hij zich sterk genoeg om de gedane beloften terug te draaien. Wij hebben steeds weer geprobeerd met hem te praten: in 1974, in 1979, in 1984. Zodoende heb ik hem vaak ontmoet. Hij is een beest. Zodra hij denkt dat hij aan de winnende hand is spelen eerlijkheid en redelijkheid voor hem geen enkele rol.”

Talabani verblijft nog steeds een groot deel van het jaar in Irak, waar hij zonder problemen in- en uitreist dank zij het Iraanse paspoort dat hem drie jaar geleden werd verstrekt. Tijdens het Iraaks-Iraanse conflict sprak het vanzelf dat Iran de opstandelingen in het buurland steunde, maar volgens de Koerdische leider heeft de vrede die afgelopen najaar werd gesloten de steun aan zijn organisatie niet verminderd. “De Iraniers kunnen het zich voor het oog van de wereld niet veroorloven aan de kant van de Amerikanen te staan en daarom verklaren zij zich neutraal. Intussen bidden zij voor een nederlaag van Saddam Hussein. Zij hebben hem heus niet vergeven dat hij acht jaar oorlog tegen hen heeft gevoerd.”

Ook in Iran leven Koerden die door het centrale gezag worden onderdrukt en daarom tussen 1980 en 1988 af en toe zelfs steun ontvingen uit Bagdad. Talabani vindt het nochtans geen merkwaardige zaak dat hij met Teheran samenwerkt. “Zo werkt de politiek nu eenmaal. De Koerden in Iran, in Turkije en in de Sovjet-Unie hebben hun eigen sociale structuren, hun eigen problemen, hun eigen belangen. Wij zijn broeders, maar soms staan we aan verschillende kanten. Dat gold in Europa ook heel lang voor de twee Duitslanden, nietwaar?

“Natuurlijk voelen wij ons met alle andere Koerden verbonden, maar dat betekent niet dat wij hun problemen moeten oplossen. De Koerden in Irak streven ook zeer beslist niet naar een verenigd Koerdistan. Het grondgebied voor zo'n eigen staat zou door vier verschillende landen moeten worden afgestaan. Wij weten dat dat onhaalbaar is en wij zijn politici, geen dromers.

“Daarbij komt dat we in Irak niets te klagen hebben als daar een democratische staatsvorm wordt ingesteld. Wij hebben nooit last gehad van racisme. Anders dan in Turkije hebben we altijd al onze eigen taal kunnen spreken en haar zelfs aan de universiteit kunnen bestuderen. Alleen de dictatuur zit ons dwars. Onze broeders over de grens moeten hun eigen problemen oplossen, maar de ervaring leert dat verbetering in een land op den duur tot navolging elders leidt.”

Wat de Koerden in Irak precies gaan doen na de val Saddam Hussein - die Talabani voor zeker houdt - hangt af van de manier waarop hij wordt opgevolgd. “Wij streven een parlementaire democratie na, met een meer-partijenstelsel en een beperkte autonomie voor ons deel van het land. Komt die er, dan zullen wij ons daar vreugdevol in schikken. Is het nieuwe bewind echter weer een dictatuur die onze rechten ontkent, dan staan wij klaar om weer te vechten. Dit keer echter tegen een danig verzwakte tegenstander. Wat er dus nu ook gebeurt, de Koerden zullen er voordeel bij hebben. En dat is voor het eerst in deze eeuw.”

    • H. M. van den Brink