Investeringspremie landbouw aangepakt

Minister Andriessen (economische zaken) en minister Bukman (landbouw, natuurbeheer en visserij) behoren tot de hardnekkige dwarsliggers in de ministerraad bij de besluitvorming over de tussenbalans. Minister Kok (financien) wil ook snijden in hun subsidies, maar beide ministers vechten hard terug. Ze weten welke belangen er voor het bedrijfsleven en de agrarische sector op het spel staan. Ze treuzelen zo lang mogelijk met alternatieve voorstellen. Dat maakt de kans groter dat Kok straks zelf het initiatief moet nemen. Om een eigen voorstel in te kunnen dienen heeft Kok zich alvast verdiept in de manier waarop beide departementen met subsidiegeld omgaan. De volgende zwarte lijst circuleert in de ministerraad.

DEN HAAG, 29 jan. - Bij Landbouw merkt Kok op dat daar de komende jaren toch al ingrijpende veranderingen staan te wachten. De EG zal bijvoorbeeld de inkomens- en investeringssubsidies met 30 procent terugbrengen. In de graan-, melk- en vleessectoren, waar men gewend is aan gegarandeerde prijzen, zal dat hard aankomen. Daarnaast zal de belasting van het milieu door mest en bestrijdingsmiddelen tot ingrijpende maatregelen dwingen. Intussen maakt de voortschrijdende technologie steeds hogere produktie mogelijk. Volgens Kok moeten echter alle zeilen worden bijgezet om de produktie te verminderen en het milieu te sparen. In het bijzonder gaat het Financien om: - Ontwikkelings- en saneringssubsidies voor eigenaren of pachters van landbouwbedrijven. Voor 1991: 280 miljoen gulden, waaraan de EG nog 91 miljoen toevoegt. De maatregelen varieren van subsidies voor de structuurverbetering van landbouwbedrijven, de stimulering van milieu-investeringen, toepassing van informatica, mestopslag, mestverwerking, vestigingssteun jonge boeren tot vernieuwingen, bedrijfsbeeindiging, en inkomenssteun voor akkerbouwers. De investeringssubsidies die Bukman uitdeelt zijn volgens Kok ongericht, ineffectief, innerlijk soms tegenstrijdig en vooral ook defensief. Hij sluit niet uit dat produktieverhoging er een gevolg van kan zijn.

Dat Landbouw nog steeds forse steun geeft om bedrijfstakken te herstructureren wordt weinig consistent gevonden. Sinds de mislukking met RSV is de overheid daar immers mee gestopt. Bukman geeft ook investeringssubsidies aan sectoren die niet meer levensvatbaar zijn, zodat die bedrijven “langs de rand van de afgrond blijven balanceren”. Kok vraagt zich ook af waarom Landbouw eigenlijk de sterke sectoren in de land- en tuinbouw moet subsidieren. Men is daar gewend snel in te spelen op de markt, dus waarom zouden die de noodzakelijke investeringen niet ook zelf kunnen doen?

Kok begrijpt evenmin waarom Bukman toestaat dat de intensieve veehouderij met overheidssteun mag uitbreiden tot maximaal 800 “varkensplaatsen”, terwijl hij tegelijk de subsidie voor de verwerking en opslag van mest vergroot. Waarom geeft ook Bukman nog vestigingssubsidie voor nieuwe bedrijven, terwijl er juist behoefte is aan minder landbouwgrond?

De manier waarop Bukman geld uitgeeft om het milieu te beschermen vindt Kok “kwestieus”. De subsidies voor mestopslag en mestverwerking zijn niet meer dan symptoombestrijding. Bukman ontkomt er niet aan iets aan de oorzaken te doen. Op den duur moeten deze subsidies afgeschaft worden. De subsidie voor bedrijfsbeeindiging kan wat hem betreft worden ingetrokken. Nu al heeft een op de drie boeren van 55 jaar en ouder geen opvolger, zodat ook zonder subsidie de komende jaren een half miljoen hectare vrij zal komen. - Kok heeft ook scherpe kritiek op de Landinrichtingswet, waarmee in 1991 169 miljoen gulden was gemoeid. Het gaat daarbij om ruilverkaveling, wegenaanleg, beplantingen en waterbeheersing. Boeren kunnen subsidies krijgen om hun erf te beplanten, hun boerderij te verplaatsen of verbeteringen aan hun land aan te brengen. Ieder jaar gaat er ongeveer 36.000 hectare “op de schop”. Daar gaat een voorbereidingsperiode van maar liefst 9 jaar aan vooraf. De uitvoering van een project duurt gemiddeld 15 jaar. Het idee achter de wet is dat de belangen van natuur, landschap, recreatie en landbouw zo beter op elkaar worden afgestemd bij de inrichting van het landschap. Maar volgens Financien komt dat niet voldoende uit de verf: het landbouwbelang overheerst.

Ook Landbouw ziet dat inmiddels en is bezig om het roer om te gooien. Maar aangezien er nu 103 projecten in uitvoering zijn en 101 in voorbereiding kan het effect nog wel even op zich laten wachten. Er kan namelijk aan een lopend project niks worden veranderd tenzij alle belanghebbenden daarmee instemmen. De gemiddelde looptijd van een project is 25 jaar.

De uitvoeringskosten van de wet vindt Kok te hoog en de procedures te lang. Er werken dit jaar 682 ambtenaren: een centrale dienst met 12 provinciale kantoren. Dit werk zou beter helemaal overgelaten kunnen worden aan de provincies, eventueel aan de provinciale planologische diensten. Daardoor worden de procedures vanzelf korter en de onderlinge afstemming beter. Ook vindt Kok dat het Rijk relatief te veel bijdraagt en de belanghebbenden zelf te weinig.

    • Cees Banning
    • Folkert Jensma