De slag om Nedlloyds mooie dochters

ROTTERDAM, 29 JAN. Een dezer dagen praat de top van Nedlloyd met de Noorse belegger-reder Torstein Hagen. Deze zegt onder meer via de Luxemburgse beleggingsmaatschappij Marine Investments 23 procent van de aandelen van het Rotterdamse transportconcern in handen te hebben. Hagen heeft te kennen gegeven van Nedlloyd weer een financieel gezond bedrijf te willen maken. Hoe is nog niet duidelijk, maar dat daarbij de niet tot de kernactiviteiten behorende deelnemingen onder de loep zullen worden genomen, ligt voor de hand.

In december zei bestuursvoorzitter H. Rootliep van Nedlloyd voorzichtig dat over de verkoop van zulke deelnemingen “altijd is te praten als derden een goed verhaal hebben”. Misschien zullen die gesprekken nu onder druk van de slechte financiele resultaten van Nedlloyd en van Hagen sneller plaatshebben dan Rootliep zich in december voorstelde.

In 1987 verweet Hagen de toenmalige leiding van Nedlloyd geen verstand te hebben van opportunity shipping, in een lage markt schepen kopen en in een hoge markt verkopen en ze daar inzetten waar het meeste geld kan worden verdiend. Dit verwijt kan Hagen nu herhalen. Want Nedlloyd bestelde zeven nieuwe containerschepen op het hoogtepunt van de scheepsbouwmarkt. Als er deelnemingen worden verkocht, zal Hagen Nedlloyd op het hart drukken eerst de goedlopende deelnemingen van de hand te doen. Daarvoor kan het bedrijf immers de beste prijs krijgen.

Want Hagen heeft ervaring met het verkopen van activiteiten op het moment dat daarvoor de hoogste prijs wordt betaald. Het meest aansprekende voorbeeld is de verkoop van de vrachtdivisie van de Holland Amerika Lijn aan de Zweedse rederij Brostrom. In 1974 adviseerde Hagen, toen nog werkend bij het organisatieadviesbureau McKinsey, de HAL deze divisie te verkopen, terwijl het bedrijf juist rendeerde door de inkomsten uit de vrachtvaart. Met de passagiersschepen leed de HAL verlies. Maar Hagen haalde zijn gelijk. De vrachtmarkt raakte in zwaar weer en de vraag naar luxe vakanties bloeide op.

De HAL herhaalde het kunststukje begin 1989 toen het bedrijf, met Hagen inmiddels als commissaris, op het hoogtepunt van de markt de cruise-divisie aan het Amerikaanse Carnival Cruise Lines verkocht.

Wat de bedoelingen van Hagen ook zijn, beleggingsanalist W. H. Herwarth van Bank Mees en Hope wijst op de noodzaak dat Nedlloyd tot verkoop van renderende deelnemingen overgaat. “Eind 1989 bedroegen de langlopende leningen, inclusief de achtergestelde, ruim 1, 6 miljard gulden. Daar tegenover stond toen een eigen vermogen van ruim 1, 3 miljard. Neem daarbij de verliescijfers van 125 a 150 miljoen gulden in 1990 tegenover een winst van 252 miljoen gulden in het jaar daarvoor en de investeringslasten van ruim een miljard gulden alleen al aan nieuwe schepen. Dan is het duidelijk dat Nedlloyd deelnemingen moet verkopen om solvabel te blijven”, zegt hij.

Volgens Herwarth zijn de meest voor verkoop in aanmerking komende deelnemingen het belang van vijftig procent in North Sea Ferries en de volledige dochter Radio Holland. “Die moeten bij elkaar 350 miljoen gulden kunnen opleveren, 200 miljoen voor de helft van North Sea Ferries en 150 miljoen gulden voor Radio Holland”, zegt hij.

Niet bekend

Radio Holland is een andere mogelijkheid voor verkoop. Nu is Radio Holland een handelsonderneming in communicatie-, observatie- en beveiligingsapparatuur. Met 75 servicepunten verdeeld over de hele wereld haalde het Amsterdamse bedrijf in 1989 een omzet van 258 miljoen gulden en een winst van 6, 7 miljoen gulden. De verwachting is dat het bedrijf vorig jaar een winst van circa acht miljoen gulden heeft gehaald.

Smit Internationale, het bergings- sleep- en offshorebedrijf waarin Nedlloyd een belang van veertig procent heeft, is een andere verkoopkandidaat. “Na een aantal jaren te hebben gekwakkeld, verwacht Smit dit jaar een licht positief nettoresultaat van twee a drie miljoen gulden”, zegt Herwarth. De huidige beurskoers schommelt rond de veertig gulden, maar Herwarth vindt een koers van omstreeks tachtig gulden niet irreeel. Veertig procent van de aandelen zou dan circa 120 miljoen gulden moeten opbrengen.

De energieactiviteiten van Nedlloyd - Neddrill en Nedlloyd Energy - staan eigenlijk al in de etalage. Investeringsbank Goldman Sachs moet onderzoeken hoe de toekomst van Nedlloyd Energy het beste gewaarborgd is, zo heet het. Maar het zou geen verbazing wekken als zich plotseling een koper voor deze divisie meldt. Misschien is Hagen zelf wel geinteresseerd. Via Marine Investments heeft hij immers een belang in het Noorse Det Norske (O-)ljeselskap (DNO) een bedrijf dat ook, al dan niet in opdracht van derden, olie en gas probeert op te sporen en te winnen. Nedlloyd Energy en Neddrill behaalden in de eerste helft van 1990 een gezamenlijke omzet van 92, 4 miljoen gulden. Hoewel in een aantrekkende offshore- markt een aantrekkelijke investering voor potentiele kopers, verwacht Herwarth niet dat deze activiteiten “grote bedragen” zullen opleveren.

Nedlloyd heeft onder meer nog het belang van 44 procent in containeroverslagbedrijf ECT en de minderheidsdeelnemingen in chartermaatschappijen Transavia en Martinair in de boeken staan. Maar die bedrijven gaat het nu minder voor de wind. Naar analogie met de gebeurtenissen bij de HAL zou volgens Hagen dan moeten worden gewacht met verkoop.

Wat vinden de directeuren van de betrokken deelnemingen van de gang van zaken bij Nedlloyd? De meeste van hen houden zich op de vlakte en geven een neutraal antwoord. Algemeen-directeur C. G Burgersdijk van Radio Holland drukt het zo uit: “Wij zijn een volledige structuurvennootschap en daarmee onafhankelijk van Nedlloyd. En bovendien een gezond bedrijf. Voor de financiering van onze investeringen hebben we Nedlloyd niet nodig. Nedlloyd is ons zeer dierbaar, maar in een andere bedding kunnen wij ook prima voort.” Met het oog op nieuwe investeringen is een aandeelhouder die het zelf financieel voor de wind gaat te verkiezen boven een aandeelhouder die alle zeilen moet bijzetten om het hoofd boven water te houden. Daar staat tegenover dat het niet aantrekkelijk lijkt als je bedrijf een prijskaartje wordt omgehangen.

Toch liet directievoorzitter ir G. J. Wormmeester van ECT eind vorig jaar doorschemeren er de voorkeur aan te geven dat klanten van zijn bedrijf niet tegelijk aandeelhouder zijn. Nedlloyd laat in de Rotterdamse haven containers door ECT laden en lossen. Daarbij komt dat bij ECT grote investeringen voor de deur staan. Het bedrijf heeft aangekondigd acht nieuwe terminals te willen bouwen.