Britten vragen geld voor strijd in de Golf

LONDEN, 29 jan. - De bedelgang die de Britse regering vorige week in New York is begonnen en gisteren in Brussel nog een beetje heeft aangedikt valt haar zwaar, maar wordt door nood ingegeven.

Het rondgaan met de collectebus ter bestrijding van de kosten van de oorlog in de Golf - voor Groot-Brittannie geraamd op 3, 6 miljoen pond per dag - geeft aan dat het in Londen met de aanvankelijke hoop op een oorlog van korte duur is gedaan.

De pressie op bondgenoten als Japan (een van de toplanden in de G-7 groep van belangrijke geindustrialiseerde naties, waartoe ook Groot-Brittannie behoort) en Duitsland (partner in de Europese Gemeenschap) is dan ook een uiting van het besef dat de Britten zich niet kunnen permitteren in hun eentje voor een kennelijk onvermijdelijke oorlog van langere duur op te draaien. De Britse collectebus is nu dus geschilderd in de kleuren van fair play en eerlijk-zullen-we-samen-delen en veel verontwaardiging ten aanzien van weigerachtige bondgenoten.

Op die manier worden de aarzelingen uit het begin gecamoufleerd, zoals de angst dat het Britse leger als een huurleger kan worden gezien dat bereid is in ruil voor geld de kastanjes van anderen uit het vuur te halen. Of de onzeker makende gedachte dat Duitsland en Japan - die met al hun economische potentie van dat gezelschap geen deel uitmaken - wel eens vraagtekens zouden kunnen gaan zetten achter het Engelse lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad.

Geen van de partners - of het zou het economisch onbelangrijke Belgie moeten zijn - is hier zo negatief over de tong gegaan als juist Duitsland, “de muurbloem van het mijnenveld”, zoals The Sunday Times snijdend opmerkte. De staatssecretaris van defensie, Alan Clark, sprak in het weekeinde over partners “die zich zeer, zeer slap hebben gedragen” en die “niet wisten hoe snel ze de schuilkelders moesten opzoeken” toen het op solidariteit in de strijd tegen Saddam Hussein aankwam. Clark had het duidelijk over Duitsland. Uit het feit dat noch premier John Major, noch minister van defensie Tom King heeft verkozen Clark tot de orde te roepen kan veilig worden afgeleid dat zij van harte achter de inhoud - zij het misschien niet achter de precieze bewoordingen - van de hartekreet van de staatssecretaris staan.

Het zondagsblad The Observer stookte het antagonisme jegens de opstelling van de Duitse regering in het Golfconflict nog eens aan door dit weekeinde prominent te melden dat Duitsland aanvankelijk geweigerd heeft onderdelen voor Britse Tornado's te leveren. Pas na zware diplomatieke pressie - het dreigement dat de Britten de weigering openbaar zouden maken - zou de regering in Bonn op het laatste moment door de knieen zijn gegaan. In het Britse parlement werd het bericht gisteren ontkend als “een verhaal zonder basis”, maar Duitse diplomaten lieten in de Britse pers duidelijk hun irritatie doorschemeren over deze nieuwe aanval op hun slagvaardigheid.

Tegelijkertijd is het vermoeden gelanceerd dat tegenstanders van verdergaande politieke eenwording in Europa - en daarmee worden de Britten bedoeld - er belang bij hebben om de gebleken verschillen tussen de partners bij het uitbreken van de oorlog in de Golf hoog op te spelen. Op die manier, zo wil deze redenering, staat het de weerspannigen tegen de plannen van de voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, straks vrij om erop te wijzen dat politieke eenheid zich al doende moet ontwikkelen, en niet op papier kan worden opgelegd.

In de aanloop tot de vereniging van de beide Duitslanden riep de toenmalige premier Thatcher een studiegroepje van Duitsland-experts bijeen om te bespreken in hoeverre een verenigd, machtig Duitsland een bedreiging voor Europa en de wereld zou worden. Kort daarvoor had Thatcher haar goede vriend Nicholas Ridley, nota bene minister van handel, de laan moeten uitsturen, omdat hij openlijk zei dat de Duitsers als ze eenmaal aan de macht waren niet te vertrouwen zouden zijn. De studiegroep kwam tot de conclusie dat het met enige voorzichtigheid wel mee zou vallen. “We moeten lief zijn voor de Duitsers”, concludeerden ze. Een van de deelnemers aan de (uitgelekte) bespreking was professor Norman Stone, hoogleraar moderne geschiedenis in Oxford, die zichzelf als “een vriend van Duitsland” beschouwt. Hij verwijt de Duitse regering nu “een schamele manier van doen” en zegt dat ze zich door binnenlandse “trivialiteiten” heeft laten afleiden van een onderwerp dat internationaal van het grootste belang is. Met de vredesdemonstranten in Duitsland heeft hij al evenmin geduld als de meeste andere politieke commentatoren in Londen. “Het gaat evengoed om hun redding. Ze zouden wakker moeten worden en zich als volwassenen moeten opstellen. De les uit de Hitler-periode is niet dat alle oorlogen verkeerd zijn. De les is dat als je toegeeft aan een chanteur, je uiteindelijk terechtkomt in een situatie waarin je enkele keren meer betaalt in bloed en bezit. Turgut Ozal, de Turkse president, zei in zijn ontsteltenis bij de gedachte dat de Duitsers hem in de steek zouden laten - indien Irak Turkije zou aanvallen - te vrezen dat ze verwend waren geraakt omdat ze het zo goed hebben gekregen. Heeft hij gelijk?”Ik vrees van wel”, aldus Stone. En William Rees-Mogg, oud-hoofdredacteur van The Times, deed er gisteren in The Independent nog eens een schepje bovenop: “Europa kan zich niet verenigen onder Duitse leiding indien er geen Duitse leiding is. De politiek van Duitsland wordt heden ten dage bijna overal ter wereld beschouwd als kortzichtig, onbetrouwbaar en zelfzuchtig. Dat is slecht nieuws voor Duitsland zelf en slecht nieuws voor Europa.”

Het is tegen deze achtergrond dat minister van financien Norman Lamont “een heleboel diplomatie en een stukje pressie” inzet om de kosten van de Britse oorlogsinspanning in de Golf verder gedekt te krijgen dan het eenderde deel waarvan nu sprake is. De pressie is er. Het wachten is nog op een voorstel van de diplomaten van het Britse ministerie van buitenlandse zaken, die deze week berekend zullen hebben aan welke partner er in alle redelijkheid om welk bedrag gevraagd kan worden en waarom.