Berlioz' opera Cellini zonder enig theatraal of intellectueel plan

Voorstelling: Benvenuto Cellini van Hector Berlioz, door de Nederlandse Opera en het Ned. Philharmonisch Orkest o.l.v. Peter Hirsch. Met: Lynne Dawson, Eirian James, David Kuebler, Hein Meens, Barry Mora, Claude Corbell, Lieuwe Visser, Pieter van den Berg, Math Dirks en Alasdair Elliott. Decor en kostuums: Tom Cairns en Antony McDonald; regie: Tim Albery. Gezien: 28-1 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: 31-1, 4, 7, 10, 13, 16, 19, 22-2 (vervroegde aanvang).

Als een diabolische jojo beweegt het huidige seizoen van de Nederlandse Opera op en neer tussen verbijsterende, interessante en opzienbarende hoogtepunten (Parsifal, Il ritorno d'Ulisse en Die gluckliche Hand-Neither) en alsmaar grotere ellende: Die Entfuhrung, Un Ballo en nu Benvenuto Cellini, een onvoorstelbaar peilloos dieptepunt en dat met een opera die als geen ander de apotheose is van de kunst.

In de meeslepend grootsprakige autobiografie van de onstuimig en hartstochtelijk levende Florentijnse beeldhouwer Benvenuto Cellini (1500-1571) herkende Hector Berlioz zijn eigen gekwelde kunstenaarschap, in heroische vertwijfeling tussen goddelijk geinspireerde creativiteit en duivels destructieve boheme.

Als opera is Benvenuto Cellini de overrompelende renaissance van de verbeelding aan de macht, de woeste worsteling tegen het onbenul, de overwinning van de geest over de materie, gesymboliseerd in Cellini's superieure creatie van het beeld van Perseus en de kop van Medusa, een onaantastbaar meesterwerk. Het is al eeuwen te bewonderen in de Loggia dei Lanzi, dat openlucht-museumpje op het plein van Florence.

Wat de Nederlandse Opera nu regisseur Tim Albery en dirigent Peter Hirsch in eendrachtig duffe samenwerking van Benvenuto Cellini laat maken is meer dan bedroevend. De produktie is er een van het drabbige soort waaraan geen enkel intellectueel of theatraal idee ten grondslag ligt en waarin dan ook helemaal niets gebeurt, behalve het eindeloze vertoon van knulligheid en sulligheid.

Decor en kostumering kunnen binnen deze gedachtenwereld voor elke andere opera gebruikt worden - als de maan een geel vierkant is, kan immers alles! Bovendien zijn er die hinderlijke anachronismen die eeuwige tijdloosheid moeten suggereren: ouderwetse degens, een hedendaagse televisie en een utopisch toekomstvisioen: de paus omringd door een horde dellerige dames.

Dirigent Peter Hirsch neemt consequent een veel te laag tempo, zo sloom en suf dat hij de voorstelling vrijwel constant tot volledige stilstand brengt. Het enige opmerkelijke is dat er na uren en uren van zich voortslepende verstijving uiteindelijk toch nog een eind aan komt.

Waar de majestueus voortglijdende brede stroom melodieuze muziek zich moet verdichten tot een bruisende cataract van schuimend orkestraal spektakel waarvan de brille lichtend afspat, daar hoort men hier een gore sloot uitmonden in een kleverig traag sliertje stroop. Alles verbrokkelt en loopt vast. De zangers worden gedwongen longen en keel op te rekken tot ze bijna gieren als sirenes. Het koor dat spits moet flitsen hobbelt voort als een kreupele.

Van de helft van de subsidie voor deze produktie had elke potentiele operabezoeker gratis een cd-box kunnen krijgen van die briljante en spirituele Philips-opname van Benvenuto Cellini onder leiding van Colin Davis: het ware beter thuis met de ogen dicht te genieten dan zich in het theater bloot te stellen aan opperste verveling. Deze wanstaltige produktie is een karikatuur van het verschijnsel opera en een ridiculisering van Berlioz, nota bene de favoriete componist van artistiek directeur Pierre Audi.

    • Kasper Jansen