Wapenstilstand in Colombia lijkt abrupt beeindigd

LIMA, 28 jan. - “Rennen en niet omkijken”, hoorde Diana Turbay haar ontvoerders zeggen.

Even later voelde zij de inslagen van drie kogels in haar rug. De 37-jarige journaliste, moeder van twee kinderen en dochter van de Colombiaanse oud-president Julio Cesar Turbay Ayala, stierf vrijdag in een ziekenhuis van Medellin, nog voordat haar uit Bogota toegesnelde ouders afscheid van haar hadden kunnen nemen.

De tragische dood van Diana Turbay kwam aan het eind van viereneenhalve maand gevangenschap nadat zij en vijf andere journalisten op 30 augustus vorig jaar door het drugskartel uit Medellin waren ontvoerd. Bij de bevrijdingsactie eind vorige week door de Colombiaanse politie wist de cameraman Ricardo Becerra het er wel levend van af te brengen.

De rouw over de dood van Turbay, die gisteren onder grote belangstelling in de hoofdstad Bogota werd begraven, gaat vergezeld van een hevige en wijdverbreide woede over de handelwijze van de Colombiaanse regering. De invloedrijke ouders van Turbay verwijten president Cesar Gaviria dat hij de politie een gewelddadige reddingsactie heeft laten ondernemen, ondanks hun smeekbeden dit niet te doen.

Het Kartel van Medellin ziet in het politie-optreden het bewijs dat de regering-Gaviria niet bereid is tot onderhandelen. Dit weekeinde dreigden de 'extraditables', de sterke arm van het kartel, hun terreurcampagne te hervatten, te beginnen met de executie van vier nog gegijzelde journalisten.

Met de dood van Diana Turbay lijkt een abrupt einde te zijn gekomen aan een moeizame maar geleidelijke verbetering van de betrekkingen tussen de Colombiaanse regering en het cocainekartel uit Medellin. Toen Gaviria in augustus vorig jaar zijn ambt aanvaardde, had het kartel een eenzijdige wapenstilstand afgekondigd in wat een jaar lang een ware burgeroorlog van terreur en contraterreur was geweest.

Na de moord in augustus 1989 op de Liberale senator en presidentskandidaat Luis Carlos Galan kondigde de toenmalige president Virgilio Barco een 'totale oorlog' tegen het Medellin-kartel aan. In een aantal spectaculaire acties die wereldwijde belangstelling trokken, namen politie en leger honderden bezittingen van drugsbazen in beslag, waaronder voertuigen, huizen en bedrijven. Bovendien begon de regering-Barco met het uitleveren van Colombiaanse verdachten van drugsmisdrijven aan de Verenigde Staten.

Vooral deze uitleveringen wekten de woede van het kartel. Onder het zwaar bedreigde en gecorrumpeerde justitiele systeem hoefden de cocainebaronnen de wet nauwelijks te vrezen. In de Verenigde Staten wacht hun vrijwel zeker een levenslange gevangenisstraf.

Onder het motto 'Liever in een graf in Colombia dan in een cel in de Verenigde Staten' organiseerden de drugsbazen zich in een terreurgroepering onder de naam 'extraditables', de uitleverbaren. Met moorden op rechters, politici, journalisten en uiteraard politieagenten trachtten zij de regering-Barco te vermurwen. Toen dat niet lukte, gingen de 'extraditables' over op blinde terreur.

Bomaanslagen op overheidsgebouwen, op winkelcentra, op banken, op de regeringsgezinde krant El Espectador en op een verkeersvliegtuig maakten veel slachtoffers onder gewone Colombianen. Met name in Medellin sloeg de politie hard terug met buitenrechtelijke executies die werden gepresenteerd als onderlinge afrekeningen in het drugsmilieu.

De publieke opinie was dan ook danig geintimideerd toen in mei vorig jaar de politieke erfgenaam van senator Galan, diens voormalige campagneleider Cesar Gaviria, tot president werd gekozen. Gaviria voelde de stemming onder de Colombianen goed aan. Vrij vertaald kwam die hierop neer: waarom volharden in de uitlevering van drugsmisdadigers aan de VS als de slachtoffers van de drugsoorlog vooral in Colombia vallen?

Toen Gaviria aan de macht kwam, werden de uitleveringen vrijwel gestaakt, terwijl het kartel zijn terreur beperkte tot het ontvoeren van vooraanstaande journalisten om zo de druk op de regering - wellicht via de media - op te voeren. Diana Turbay was de dochter van een Liberale oud-president en de eveneens ontvoerde Francisco Santos, redactiechef van het regeringsgezinde blad 'El Tiempo', komt uit een familie van prominente Liberalen. Andere slachtoffers onder de pers zijn ook op enigerlei wijze verbonden met de Colombiaanse Liberale elite, zoals Marina Montoya, zuster van de Colombiaanse ambassadeur in Canada.

Een van de reacties op de ontvoeringen was de vorming van een comite van notabelen onder wie de oud-presidenten Misael Pastrana en Alfonso Lopez Michelsen, die trachtten te bemiddelen tussen regering en kartel.

De verzoeningspolitiek leek succesvol toen twee leden van de drugsfamilie Ochoa in Medellin zich de afgelopen weken overgaven, vooruitlopend op een definitieve regeling tussen staat en kartel. Zo'n regeling zou moeten worden uitgewerkt door een commissie van de vorige maand gekozen Grondwetgevende Vergadering, waarin de linkse beweging M-19 een zware stem heeft gekregen. De politieactie eind vorige week heeft echter roet in het eten gegooid.

Gevreesd wordt nu dat de nog vastzittende journalisten worden vermoord indien de regering-Gaviria niet toegeeft aan de eis van het Medellin-kartel om te onderhandelen over de 'herintegratie' van de drugsbaronnen in de Colombiaanse samenleving. De beroemde Colombiaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Gabriel Garcia Marquez deed dit weekeinde en dramatische oproep aan de 'extraditables' en Gaviria. “We staan op het punt vanwaar geen terugkeer mogelijk is, het lot van de natie glipt ons door de handen”, aldus de schrijver in een uitzending van Radio Caracol, “alleen diep nadenken door beide zijden kan ons de vrede brengen die we al zo lang hebben moeten ontberen”.