Turkse regering erkent de Koerdische taal

ISTANBUL, 28 jan. - In een poging de zeker tien miljoen zielen tellende Koerdische minderheid voor zich te winnen heeft de Turkse regering op instigatie van president Turgut Ozal besloten, de Koerdische taal binnen Turkije “vrij te laten”.

Het dagblad Gunes bestempelde dit initiatief direct als een “schijnmanoeuvre”.

Bijna vanaf het begin van de Turkse republiek in 1923 was het de Koerden niet toegestaan hun taal te ontplooien, hetzij schriftelijk, hetzij in het onderwijs, in de media of in de muziek. Zelfs werd het bestaan van een Koerdische taal en van een Koerdische identiteit opfficieel ontkend: “Koerden bestaan niet in Turkije”, verklaarde nog onlangs premier Akbulut.

De laatste militaire dictatuur ging in 1982 over tot het uitvaardigen van Wet 2932, waarin werd gesteld dat het Turks de taal was van alle Turkse staatsburgers en in feite de enige toegelaten taal voor communicatie. In de praktijk werd dit 'spreekverbod' door de Koerden niet opgevolgd: men hoorde de taal nog allerwege, niet alleen in het zuidoosten van het land maar ook in Istanbul, door de grootscheepse Koerdische toevloed allengs de “grootste Koerdische stad” geworden.

Dat Turkije zich op vergaderingen van de CVSE eigenlijk al had vastgelegd op het vrijlaten en ontplooien van regionale culturen en talen, had nog weinig aandacht getrokken. De regering kondigt nu aan dat zij de Wet 2932 ter wijziging zal voorleggen aan het parlement, waar zij een behaaglijke meerderheid heeft. Volgens minister van staat Mehmed Kececiler zal het Koerdisch worden erkend als 'moedertaal', dus ook als omgangstaal, terwijl cassettes met onschuldige liederen, waarop tot voor kort ook nog hevig jacht werd gemaakt, vrij zouden mogen circuleren. Het zal echter geen 'officiele taal' worden (zoals al sinds 1970 in Irak, naast het Arabisch) en dus niet mogen worden toegepast in het onderwijs en in staatspublikaties.

Dit laat nog veel vraagtekens overeind. Zal het Koerdisch in de media mogen worden gebruikt, en in toespraken? Nog vorig jaar werd een Koerd gearresteerd die voor de Turkse Vereniging van mensenrechten een toesraak in het Koerdisch had gehouden en deze vervolgens in het Turks had laten vertalen. Pas na drie maanden werd hij vrijgesproken.

De PKK (Arbeiderspartij Koerdistan), die al sinds 1984 een guerrilla voert in het zuidoosten, neemt in het conflict tussen Irak en Turkije ( “twee dictaturen” ) een neutrale houding in. Of zij door dit initiatief van tactiek zal veranderen, is de vraag. Wel kwamen er meteen bijvalsbetuigingen van de sociaal-democratische oppositieleider Inonu ( “Onze partij bepleitte dit al eerder” ) en merkwaardigerwijze ook van oud-president Evren, onder wiens bewind de heilloze Wet 2932 werd ingevoerd.

    • Frans van Hasselt