Steviger relatie met Suriname na verkiezingen

DEN HAAG, 28 jan. - De regering en de Tweede Kamer willen een verstevigde relatie tussen Nederland en Suriname als eind mei in dat land onder internationaal toezicht vrije verkiezingen zijn gehouden.

Gedacht wordt aan een soort Gemenebest-opzet, waarbij bijvoorbeeld ook defensie-zaken een aangelegenheid worden van beide landen.

Op deze manier wil zowel de Kamer als de regering het verkiezingsproces in Suriname nu al beinvloeden. Dat bleek vanochtend tijdens een mondeling overleg in de Tweede Kamer naar aanleiding van de coup in Suriname op Kerstochtend. De plannen voor de nieuwe relatie zijn nog niet uitgewerkt. Al eerder pleitte VVD-fractieleider Bolkestein voor een poging van Nederland om het regerings- en justitiele apparaat van Suriname te versterken.

De Hoop Scheffer (CDA) was van mening dat Nederland een speciale relatie met Suriname moet blijven onderhouden omdat eenderde deel van de bevolking in Nederland woont en Nederland een verplichting heeft aan het Surinaamse volk. Die speciale band is des te dringender omdat de export van verdovende middelen uit Suriname naar Nederland steeds groter wordt. Het CDA vroeg om een vertrouwelijk overleg met de minister van justitie over de grotere toevoer van vooral cocaine vanuit Suriname.

Melkert (PvdA): “Versterking van communicatie in plaats van isolement dient nu het motto te zijn, vooropgesteld dat dit gemeenschappelijk gedragen wordt. Door de Surinaamse politieke partijen zal nu eveneens ten principale moeten worden aangegeven welke orientatie voorop staat. Ofwel de handhaving van de speciale relatie die de wederopbouw van het land tot een gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid maakt. Ofwel het bewaren of zelfs vergroten van afstand die noch op korte termijn een blanco verdragscheque oplevert, noch in de toekomst Nederland bindt aan voortzetting van ondersteuning na afloop van het verdrag.”

Minister Van den Broek zei in antwoord op vragen dat Nederland geen militair ingrijpen in Suriname voorstaat en dat het niet aan Nederland is om Suriname modellen voor ontwikkeling op te leggen. Maar, zo zei hij, Nederland kan wel aan Suriname voorwaarden stellen voor samenwerking.