Starre Moslimbroeders Jordanie maakten reuzenzwaai

AMMAN, 28 jan. - Terwijl koning Hussein zich steeds wanhopiger in allerlei bochten wringt om zijn land buiten de oorlog te houden, slaan de Jordaanse fundamentalisten van de Moslimbroederschap de ontwikkelingen in het Midden-Oosten met grote voldoening gade.

“Voor de Broederschap is de Golfcrisis een goede zaak. Nu wordt eindelijk duidelijk waar alle partijen staan als het er op aankomt”, zegt Hussan Ahmed, een jonge medewerker van de fundamentalisten in het Jordaanse parlement. “Radicale groeperingen als de Broederschap hebben beslist geprofiteerd van de crisis”, bevestigt de politicoloog dr. Kamel Abu Djaber. “Door de onverzoenlijkheid van beide kanten in het Golfconflict hadden de gematigden geen been meer om op te staan.”

In hun sobere hoofdkwartier in Amman doen de Moslimbroeders alsof ze altijd door dik en dun aan de zijde van Saddam Hussein hebben gestaan. Maar niets is minder waar. Om te belanden waar ze nu staan, moesten de als star bekendstaande Broeders eerst een reuzenzwaai maken, die ze voorlopig met verrassende soepelheid tot een goed einde hebben gebracht.

Voor Irak op 2 augustus Koeweit binnenviel, beleden de Jordaanse Moslimbroeders het soort fundamentalisme dat werd gepropageerd door landen als Saoedi-Arabie en Koeweit. Het was een publiek geheim dat de Broeders dan ook altijd konden rekenen op gulle financiele steun van juist deze twee landen.

De stokpaardjes van de Jordaanse Broeders waren strengere regels voor het optreden van vrouwen in het openbaar en een verbod op de consumptie van alcohol. Met het voor Arabische begrippen sterk seculiere bewind van Saddam Hussein dat zich aan deze zaken weinig gelegen liet liggen hadden ze niet veel op.

Lange tijd leidde de Jordaanse Moslimbroederschap, die in de jaren veertig werd opgericht, een nogal sluimerend bestaan. Maar toen koning Hussein twee jaar geleden besloot een grotere rol aan het parlement toe te kennen als een nuttige uitlaatklep voor allerlei frustraties in het land profiteerden vooral de Moslimbroeders hiervan. Bij de verkiezingen van november 1989 wonnen zij zelfs 20 van de 80 zetels in het parlement, terwijl ze verder op de steun van nog eens twaalf onafhankelijken konden rekenen. In een klap werden ze daarmee het grootste blok in de nieuwe volksvertegenwoordiging. Ze werden echter niet meteen in de regering opgenomen.

Toen Saddam Koeweit binnenviel spraken de Jordaanse Broeders in eerste instantie hun veroordeling uit. Maar ze zagen zich gedwongen dit standpunt snel te herzien toen Saddam zich plotseling opwierp als de grote beschermheer van de Palestijnen en hij hiermee een golf van enthousiasme bij de overwegend Palestijnse bevolking van Jordanie ontketende. Flexibiliteit was nu geboden, wilden de Broeders zichzelf niet buitenspel zetten. Voor het fundamentalisme van de oude stempel was plotseling weinig ruimte meer. Andere zaken wogen zwaarder.

“Wij steunen Irak omdat de Arabische landen in gevaar zijn. Het gaat om ons voortbestaan, onze landen en onze islamitische wereld”, verklaarde dr. Hammen Said, een voormalige hoogleraar theologie aan de Jordaanse Universiteit in Amman, die tegenwoordig in het parlement zit voor de Broederschap. “Wij verzetten ons tegen de Amerikaanse plannen om onze soevereiniteit te ondermijnen en Israel groot te maken.” De leiders van de vroegere geldschieters, Saoedi-Arabie, Koeweit en de andere Golfstaten, heten nu agenten van Amerika te zijn.

Het seculiere karakter van Irak is in een klap van ondergeschikt belang geworden. Said: “We verlangen van de Iraakse regering dat deze zich in overeenstemming met de islam gedraagt”, maar, zo voegt de theoloog-parlementarier er op milde toon aan toe, “de islam wil niet per se dat je altijd strikt bent en hard tegen iedereen.” Ook in ander opzicht laat Said verrassende geluiden horen. “De vrouw moet kunnen deelnemen aan elk aspect van de samenleving”, zegt hij bijvoorbeeld, al acht hij het wel weer in strijd met de islam om in het parlement vrouwelijke collega's te krijgen.

Vooralsnog heeft de Broederschap haar positie dank zij de crisis duidelijk kunnen versterken. Niet alleen is haar standpunt volledig in overeenstemming met de opvattingen van de meerderheid van de Jordaanse bevolking, sinds enkele weken maken de Broeders bovendien deel uit van de regering. Koning Hussein vond het raadzaam de Broeders binnen de regering te halen om zijn steun onder de bevolking te verbreden.

Zo haalden de fundamentalisten toch nog de buit binnen waarop ze al zo lang aasden: de ministeries van onderwijs, van justitie en van islamitische zaken. Bovendien bekleden de fundamentalisten nu ook de posten van sociale ontwikkeling en van landbouw. En de Broeders zijn niet van plan een passieve rol in de regering te spelen. “Als wij niet in staat zijn onze doelen te verwezenlijken, dan zullen wij onze ministers zeker vragen af te treden”, zegt een jonge medewerker in het kantoor van de Broederschap.

Nu de geldelijke steun uit de Golfstaten is opgedroogd zijn de Moslimbroeders vooral aangewezen op de steun uit eigen kring. Volgens dr. Said is dat geen probleem. De beweging - de Broeders vermijden liever de term partij - telt zo'n 20.000 actieve leden, zegt Said en ze kan daarnaast nog rekenen op de morele en financiele steun van vele anderen in het land.

Houdt de beweging er wel eens rekening mee dat Irak en zijn bondgenoten de strijd zouden kunnen verliezen en dat het tij voor de Broeders kan keren? Dr. Said acht deze kans niet groot. Hij verwijst naar een tekst van de denker Al-Bokhari uit de beginjaren van de islam. Deze citeerde een uitspraak van de profeet Mohammed dat de tegenstanders van de islam zouden proberen de rijkdommen van de islamitische wereld te roven en dat ze onder 80 verschillende vlaggen met 960.000 man zouden oprukken. Desondanks zouden de ongelovige tegenstanders, aldus de voorspellingen van Mohammed, worden verslagen. “De geallieerde troepen hebben ongeveer 700.000 man samengetrokken en Bush heeft net weer 200.000 reservisten opgeroepen. We gaan aardig die kant uit”, constateert de theoloog met een glimlach.

Al spoedig voegt hij er aan toe: “Wij hebben al tientallen jaren op zo'n oorlog als deze gewacht om Israel uit onze gebieden te verdrijven. Zelfs als Irak deze slag zou verliezen zal de strijd doorgaan en uiteindeljk zal de islam zeker zegevieren.”

Jordaanse Moslimbroeders wensten elkaar in november 1989 geluk met hun verkiezing in het parlement. (Foto AP)

    • Floris van Straaten