Siad Barre; De burgemeester van Mogadishu

ROTTERDAM, 28 jan. - Sinds zijn droom over een 'Groter Somalie' door het Ethiopische leger werd verstoord, heeft Mohammed Siad Barre zijn macht over Somalie alleen nog maar zien afbrokkelen.

De president werd de laatste jaren spottend de burgemeester van Mogadishu genoemd. Zijn macht reikte niet verder dan de hoofdstad: de rest van het land was het domein geworden van zijn tegenstanders.

De laatse weken heeft Barre ook Mogadishu verloren, wijk na wijk, straat na straat. Volgens verscheidene berichten had de president zijn comfortabele paleis al noodgedwongen verruild voor een bunker bij het vliegveld. Nu is hij op de vlucht, vanmorgen werd hij met een handjevol getrouwen in een havenstad in het zuiden van het land gesignaleerd. Zijn geld en familie had de ongeveer tachtigjarige dictator - zijn leeftijd was staatsgeheim - al eerder naar Zwitserland en Italie overgebracht.

Barre heeft vanuit de stoffige woestijn waar hij werd geboren een lange weg afgelegd naar het presidentiele paleis Villa Somalia. Nadat hij op jonge leeftijd zijn ouders had verloren hield hij zich in leven als schaapherder. In 1941 trad hij in dienst bij de politie. Hij bracht het tot hoofdinspecteur, de hoogste rang die een Somalier kon bereiken onder het Italiaanse koloniale bestuur. Barre haalde vervolgens zoveel diploma's dat hij in 1952 in het moederland een militaire opleiding mocht volgen.

Bij de onafhankelijkheid van Somalie in 1960 werd Barre onderbevelhebber van de strijdkrachten, vijf jaar later was hij opperbevelhebber. In 1969 zette Barre de democratisch gekozen regering aan de kant. De bevolking liet hem begaan: de gekozen burgerpolitici hadden vooral zichzelf en hun families vertegenwoordigd.

Barre predikte revolutie en nationale eenheid en hij beloofde de politiek gebaseerd op clan-verbanden af te schaffen. Hij bekeerde zijn land tot Karl Marx, begon een alfabetiseringscampagne en riep op tot emancipatie van de vrouw. En hij voerde een schriftstelsel in voor het Somalisch, een taal die tot dan toe alleen in gesproken vorm bestond.

Met behulp van Sovjet-adviseurs en -materiaal bouwde Barre een groot leger op, waarmee hij zijn retoriek over nationale eenheid en een 'Groter Somalie' wilde waarmaken. Hij streefde ernaar alle Somaliers onder te brengen in een land , ook zij die elders terecht waren gekomen door de bizarre grenzen die koloniale machten door Afrika hadden getrokken. In 1977 zond de president zijn tanks de woestijn in om de Ogaden, waar veel etnische Somaliers wonen, op Ethiopie te veroveren.

Barre verloor in de Ogaden 25.000 man, zijn vriendschap met de Sovjet-Unie dat de kant koos van het jonge socialistische bewind in Ethiopie, de oorlog en zijn geloofwaardigheid. In 1978 moest hij een eerste staatsgreep tegen zijn presidentschap neerslaan.

Narmate zijn macht afbrokkelde, ging de president steeds meer steunen op leden van zijn eigen clan, de Maheran. Zij maakten slechts een procent van de bevolking uit, maar kregen bijna alle overheidsposten toebedeeld. Elke oppositie werd door Barre wreed onderdrukt. De Verenigde Staten, die de Sovjet-Unie als presidentiele sponsor waren opgevolgd, verminderden hun hulp aan Somalie toen Barre zich in toenemende mate schuldig ging maken aan schending van de mensenrechten.

Nadat in de jaren tachtig eerst de Somalische Nationale Beweging (SNM) in het noorden en later de Somalische Patriottische Beweging (SPM) in het zuiden en het Verenigde Somalische Congres (USC) in het midden van het land actief werden, raakte Barre van alle kanten door opstandelingen ingesloten.

De president schrok er niet voor terug de Somalische luchtmacht op te dragen Somalische steden te bombarderen. De laatste twee jaar heeft de burgeroorlog in het noorden van het ook nog door droogte geteisterde land aan ten minste 50.000 mensen het leven gekost. De afgelopen weken vielen bij de strijd om en in Mogadishu nog eens honderden of misschien wel duizenden slachtoffers.

Afgewacht moet worden of het vertrek van de dictator vrede brengt. De verschillende verzetsbewegingen steunen op clans, tussen wie een soms al eeuwenoude rivaliteit bestaat. Het onderlinge vertrouwen en het geloof in democratische instellingen is beperkt. Een Somalisch spreekwoord luidt: “Mijn clan tegen de vijand, mijn familie tegen de clan, mijn broer en ik tegen de familie, en ik tegen mijn broer.”