Peter Arnett, oorlogscorrespondent voor CNN in Irak; Scherp waarnemer, nieuwsman in de klassieke zin van het woord; 'Hij was een gelukkig man daar in die hotelkamer'

De Nieuwzeelander Peter Arnett (56) is de enige Westerse verslaggever die vanuit Bagdad regelmatig verslag uitbrengt over de Golfoorlog. “De ogen en de oren van de wereld”, meent zijn collega Bernard Shaw, die er de eerste nacht bij was. Arnett heeft bijna dertig jaar ervaring als oorlogscorrespondent. Voordat hij in 1981 naar de Amerikaanse televisiezender Cable News Network (CNN) overstapte, werkte hij twintig jaar als verslaggever en oorlogscorrespondent voor het Amerikaanse persbureau Associated Press. Zijn berichtgeving over Vietnam, waar hij van 1962 tot 1975 verbleef, werd bekroond met een Pulitzer Prize.

Hij is een korte, kalende vijftiger. Zijn neus is gebroken, zijn ogen kijken vriendelijk. Zijn stem is beroemd sinds hij donderdag 17 januari even over half een 's nachts via CNN de wereld vertelde dat de Golfoorlog was begonnen. “We horen luchtdoelgeschut. Er is geluid van vliegtuigen boven ons hotel. We horen hier geen bommen inslaan, maar we zien wel lichtflitsen.”

Bijna 17 uur later is Arnett de man die onder druk van de Irakezen de verbinding met Atlanta verbreekt. Omdat hij de oudste is. “Ze zeiden ons dat ze niet wilden dat we riepen dat er werd gebombardeerd in het westen en zuidwesten van Bagdad”, zegt Bernard Shaw, een van de collega's die met Arnett in het Al-Rashid Hotel verbleef. Krap een week na het begin van de oorlog is Shaw met John Holliman, de derde CNN-verslaggever in Bagdad, veilig terug in Washington waar ze telefonisch spreken met de pers. “Arnett koos ervoor om te blijven. Hij meende dat er nog een goed verhaal te coveren was en wilde dat doen. Het beleid van CNN is dat geen man of geen vrouw wordt opgedragen ergens te blijven als zij dat niet willen. We lieten Peter niet achter, hij wilde blijven”, zegt Shaw als hem wordt gevraagd hoe het voelde zijn collega in Bagdad achter te laten.

Tegelijkertijd wordt Arnett door de presentator van CNN ondervraagd. “Waarom bent u niet weggegaan? ” “Ik ben in veel gevaarlijker situaties geweest in het verleden. Ik ben niet bezorgd voor echt gevaar in deze stad waar de 'officials' er belang bij hebben hun standpunt buiten Irak te verspreiden. Het hotel functioneert. Ik zie geen enkele reden te vertrekken. Ik heb wat zelfonderzoek gedaan, maar bedacht dat het geen serieuze overwegingen zijn. Ik bleef in Saigon toen de stad viel in 1975.”

Het typeert Arnett. “Hij is altijd daar waar het grootste verhaal te vinden is”, zegt zijn collega George Esper. “Ik zat aan mijn bureau hier in Boston en hoorde Peters stem. Het was of de geschiedenis zich herhaalde. In mei 1975 stond hij op de punt van een dak en beschreef hoe de Vietnamese artillerie de luchtmachtbasis bij Saigon onder vuur nam. Hoe de mensen in paniek de straat op vluchtten. Later holde hij naar het kantoor van Associated Press, waar wij toen voor werkten, om al onze kopij weg te krijgen. We wisten dat Saigon zou vallen. De Noordvietnamezen lagen eromheen en bestookten de stad met hun artillerievuur. Toen ze als overwinnaars de stad binnenmarcheerden, wisten we dat ze zo snel als ze konden onze communicatie zouden afsnijden. Na twee uur was het gebeurd en daarna konden we alleen nog telexen wat de censor toestond.”

“Peter deed fantastisch werk. Hij beschreef de chaos en de paniek rond de Amerikaanse ambassade. Hoe de Vietnamezen probeerden over het hek te klimmen en hoe de mariniers hen terugduwden, hoe ze hun kinderen erover gooiden uit angst dat de communisten hen zouden vermoorden. Ze waren zo bang!” Esper laat zich meeslepen door zijn eigen ervaring. “Oorlogsverslaggeving was ons leven. Oorlog was het grootste dat we ooit meemaakten. De oorlog is opwindend, uitdagend en alles wat je verder beleefde wordt nietig, klein en waardeloos bij die ervaring”, zegt Esper, ook namens zijn vriend en collega Arnett, die volgens hem de meest talentvolle en best geinformeerde correspondent in Vietnam was. Een man die de kern van de gebeurtenissen sneller doorgrondde, die sneller dan anderen begreep hoe gevaarlijk een situatie was. Die journalist was omdat hij de gebeurtenissen wilde meemaken, erbij wilde zijn. “He wanted to have a piece of the action”, zegt Esper.

Fotograaf Horst Faas noemt Arnett “erg voorzichtig”. “Hij doet geen dwaze dingen. Hij is zich zeer bewust van gevaar en weegt af wat nog verantwoord is en wat niet.” Faas was als oorlogsfotograaf in Vietnam en tekent samen met Arnett voor een reeks beroemde reportages over deze oorlog. Zij waren de eersten die vaststelden dat de Amerikanen B-52-bommenwerpers inzetten. Zij waren ook samen de eersten die zagen dat de VS tegen de Vietcong gas gebruikten. “Ik geloof dat die artikelen alle kranten ter wereld haalden”, zegt Faas vanuit het AP-kantoor in Londen waar hij tegenwoordig werkt als fotoredacteur. “De eerste bombardementen en het eerste gebruik van cs-gas waren volstrekt geheim, maar we waren erbij, we hadden de bewijzen. Arnett zag vanuit een helikopter de bomkraters en fotografeerde ze. Ik zat ergens anders, op de grond, en hoorde de verhalen over de honderden mensen die waren gedood. Later hebben we onze verhalen inelkaar gepast. Het was een solide document.”

Faas en Arnett vertrokken in 1962 op verzoek van het hoofdkantoor van AP in New York naar Saigon. “We besloten er te gaan wonen. Arnett trouwde later met een Vietnamese en kreeg een zoon en een dochter. Hij kende Zuidoost-Azie toen al. Hij had een aantal jaren in Bangkok, Hong Kong en Laos gewerkt, zoals zoveel journalisten uit Australie en Nieuw-Zeeland die iets van de wereld wilden zien en voor Amerikaanse en Europese kranten wilden werken. Arnett kwam uit Riverton, een provinciestadje in het zuidelijkste deel van Nieuw-Zeeland. Hij studeerde in Australie en werkte daar als journalist tot hij overstapte naar Bangkok World, een engelstalige krant.”

Over zijn jeugd of zijn ouders spraken ze nooit. Faas: “Arnett is een levendige, energieke man, een prater, een kenner van Indo-China. Hij was niet alleen geinteresseerd in politiek en militaire omstandigheden, maar ook in cultuur en beschaving. Hij bezit een bibliotheek van meer dan 3.000 titels over Indo-China, waaronder een aantal zeer waardevolle werken die hij in antiquariaten had gekocht. Hij verzamelde ook Chinese keramiek en beeldhouwwerk uit een beschaving die van ver voor de Khmer stamde. Volgens kenners is zijn verzameling zeer waardevol. Hij heeft wel eens wat stukken verkocht, dus het was niet alleen een hobby, het leverde soms ook wat op.”

Faas vertelt dat de collectie is opgeslagen, al veronderstelt hij dat Arnett wel wat heeft meegenomen toen hij een aantal maanden geleden naar Jeruzalem verhuisde. Arnett had toen al een aantal reportages over de Golfcrisis gemaakt, maar zou zich in Jeruzalem vestigen als correspondent. Het kwam er niet van. “Hij verhuisde aldoor”, zegt Faas. “Van 1986 tot 1988 zat hij voor CNN in Moskou, waar hij een collectie moderne Russische kunst kocht. Nee, niet voor de handel, puur voor zichzelf. Om de bevrediging van het kopen, om het te hebben. Hoe hij erin slaagde de doeken het land uit te krijgen, weet ik niet, maar het lukte. Net als het kopen ervan, wat toen ook nog gevaarlijk en moeilijk was. Dat is met de andere collectie op verschillende plaatsen opgeslagen. Arnett was trouwens ook de man die in 1975 in zijn eentje het volledige archief van AP uit Saigon haalde. Een fantastische verzameling documenten, stukken, boeken die vanaf 1953 was opgebouwd. Hij heeft dat archief ondergebracht bij een Amerikaanse universiteit. AP wilde het niet, het heeft maar een kleine bibliotheek.”

Voor zijn werk verzamelt Peter Arnett informatie. Sinds 1981 voor CNN. Hij maakte reportages over Centraal-Amerika, over de oorlog in El Salvador, het nieuwe patriottisme in de VS, het naoorlogse Vietnam en de honger in Ethiopie. Als AP-verslaggever had hij na Vietnam geschreven over het Amerikaanse gijzelingsdrama in Iran, de massamoord in Jonestown, Guyana, en ook over het naoorlogse Vietnam dat hij bezocht zodra er weer Amerikaanse journalisten werden toegelaten. Wie nu Arnett beluistert vanuit het Al-Rashid Hotel in Bagdad krijgt een goede indruk van de manier waarop hij een reportage schrijft. In een zin wordt een sfeer gepakt, wordt angst en ellende, oorlog en dood beschreven, kort en ongewoon krachtig. Vanuit Vietnam schreef Arnett ook beschouwingen en analyses die worden gekenmerkt door dezelfde kernachtige formuleringen. Maar het Vietnam uit de jaren zestig en zeventig is niet te vergelijken met het Irak van nu. Generaal Haig sprak onlangs op CNN over “zijn vriend Peter Arnett”, en in Vietnam - Haig was toen commandant van een bataljon - waren zij ook vrienden.

“Een oorlogscorrespondent had toen toegang tot alles en iedereen. De legerleiding had een zeker respect voor ons”, zegt Faas. Maar Arnett verblijft dit keer niet aan het front. Hij werkt vanuit een vijandige stad die wordt gebombardeerd en waar elk woord wordt gecontroleerd door de censor. “Hij zal zich nooit de woorden in de mond laten leggen. Als hij iets doorgeeft wat het leger of de regering hem meedeelt, zal hij dat altijd vermelden. Hij zal altijd zeggen dat dit is wat hem is verteld, precies zoals hij steeds zegt: dit is wat ik heb gezien.”

Esper deelt de mening van Faas. Hel Buell, bevriend met Arnett sinds hij als redacteur buitenland van AP het contact met de correspondent in Vietnam onderhield, bevestigt het nog eens. “Hij zal nooit iets melden dat niet waar is.” Buell omschrijft Arnett als een zeer intelligent man “met de geest van een intellectueel, een grote bibliotheek en een kunstcollectie. Een scherp waarnemer, helemaal niet verliefd op de oorlog maar een nieuwsman in de klassieke zin van het woord. Hij wil niet indutten achter een bureau. He likes to be where the news is. He likes big stories.”

Buiten zijn werk is Arnett een extravert persoon, die veel grappen vertelt, voortdurend lacht, het middelpunt van elk gezelschap is en alleen oorlogsverhalen vertelt als anderen erom vragen. “Hij analyseert en discussieert, vertelt graag over de problemen die bij het verslaan van een gebeurtenis ontstaan”, zegt Buell. “Hij kan uren praten over Aziatische kunst”, zegt Faas. Zij zeggen beiden dat Arnett over Vietnam graag een boek had geschreven maar er gewoon geen tijd voor had, en vrezen beiden dat het boek er na Bagdad om dezelfde reden misschien ook niet komt.

Toen hij na meer dan tien jaar Vietnam voor AP in Washington ging werken, vond hij dat al vervelend. Faas: “Reportages en artikelen over belasting, pensioenen en onderwijs, hij verveelde zich ermee en toen CNN hem in 1981 de kans bood terug te gaan naar 'het veld' pakte hij die kans onmiddellijk. Het werd een succes, ondanks het feit dat Arnett geen echte televisieman is. Hij is van middelbare leeftijd, mist dat filmsterren-uiterlijk van de anderen, is altijd een beetje nerveus en heeft een lichte tic. Eigenlijk is het verbazingwekkend dat hij succes heeft”, meent Faas. “Peter”, zegt hij dan, “was een gelukkig man daar in die hotelkamer in Bagdad.”