Neutraal Iran wint de oorlog in de Golf

Als de huidige oorlog in de Golf winnaars oplevert, zal een daarvan ongetwijfeld Iran zijn.

Zoals Jemen door de Verenigde Staten met een korting op de buitenlandse hulp is bestraft voor zijn weigering de geallieerde zijde te kiezen in het conflict over Iraks bezetting van Koeweit, zo wordt Iran beloond voor zijn neutraliteit. Want neutraliteit in Irans geval is in feite een bewuste keus voor de anti-Iraakse coalitie, en daarmee voor de Grote Satan Amerika, ook al roept Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei nog zo hard dat president Bush een oorlogsmisdadiger is.

Zo toonde Washington zich het afgelopen weekeinde uiterst dankbaar voor de aankondiging uit Teheran dat alle Iraakse vliegtuigen die daar komen aanvliegen niet meer naar Irak terug mogen zolang de vijandelijkheden in het Golfgebied voortduren. Volgens Iran ging het in het concrete geval om zeven toestellen, volgens Britse berichten om meer dan vijftig. Duidelijk is dat dit besluit, ofschoon formeel een nieuwe uiting van neutraliteit, in feite alleen Irak treft. Om welke reden piloten ook naar Iran uitwijken - hun toestel zijn ze kwijt en Irak kan het, in tegenstelling tot de geallieerden, niet vervangen.

De Iraanse president Ali Akbar Hashemi Rafsanjani liet vrijdag ook geen twijfel bestaan waar Irans belang lag - niet aan Iraakse zijde. Op het Vrijdaggebed bij de universiteit van Teheran onderstreepte hij dat een keuze voor Irak zelfmoord zou zijn. “Als we Irak helpen, betekent dat dat ze in Koeweit blijven, dat ze bijna tot de Straat van Hormuz grenzen met ons hebben en dat de Perzische Golf zou worden veranderd in de Arabische Golf.” En hij vroeg de aanwezigen: “Is dat geen zelfmoord?”

Rafsanjani herinnerde eraan dat er in de Iraans-Iraakse oorlog sprake van was dat Koeweit aan Irak het strategische eiland Bubiyan - ook in het Westen vaak genoemd als mogelijke concessie aan Irak in ruil voor zijn terugtrekking uit de rest van Koeweit - zou kunnen geven. Na beraad met de toenmalige opperste leider, imam Khomeiny, werd besloten dat Iran in dat geval het eiland zou bezetten en houden. “We kunnen in geen geval accepteren dat Irak de Perzische Golf in handen krijgt. Hoe zouden we ons kunnen verdedigen? Ze zouden de hele Perzische Golf onveilig kunnen maken vanaf de zuidelijke kust. Geen enkel schip zou naar onze havens kunnen varen.”

Pag. 5: .

Neutraal Iran wint de oorlog in de Golf .

Toch bestond er in augustus in het Westen wel enige twijfel over wat Irans islamitische regime zou gaan doen toen de Iraakse leider Saddam Hussein nog geen twee weken na zijn invasie van Koeweit alle winst van acht jaar oorlog in een klap opgaf en Teherans vredesvoorwaarden inwilligde. Saddam, nog maar kort tevoren de grote bestrijder van het fundamentalistisch islamitische gevaar, had zich inmiddels de leuzen van zijn oude tegenstanders eigen gemaakt. Zouden de Iraanse leiders zich onder Saddams islamitische banier scharen en samen met hem optrekken tegen de Grote Satan en diens paladijnen?

Die twijfel werd nog gevoed door vijandige artikelen in de Iraanse pers tegen de Amerikaanse troepenzendingen naar het Golfgebied en tegen de Saoedische oliepolitiek. Iran, dat om dezelfde economische redenen evenveel belang had bij hoge olieprijzen als Irak, had het Iraakse streven naar hogere olieprijzen gesteund: ook de Iraniers hadden, zij het in gematigder termen dan de Irakezen, Koeweits overschrijding van zijn OPEC-quotum, die had bijgedragen tot de lage olieprijzen, gehekeld. Na Iraks capitulatie voor Irans vredeseisen werd zelfs gesproken van Iraakse olieleveranties aan Iran in ruil voor voedsel- en andere leveranties, wat geheel in strijd zou zijn met het handelsembargo van de VN.

Misschien liet het - pragmatische - leiderschap in Teheran deze berichten opzettelijk uitlekken om zijn huid duurder aan het Westen te verkopen. In elk geval zijn er nooit bewijzen geweest van massale inbreuken op het handelsembargo tegen Irak, zij het dat de smokkelhandel gewoon doorging, net zoals in de (eerste) Golfoorlog. De Iraanse machthebbers hebben daarentegen van het begin af onderstreept dat zij fel waren gekant tegen de bezetting van Koeweit, en dat zij geen enkele territoriale concessie aan Irak zouden tolereren.

Daaraan voegen zij dan wel in een adem toe dat zij zich even hevig verzetten tegen de buitenlandse militaire aanwezigheid in het Golfgebied, en dat die moet worden beeindigd zodra Irak Koeweit heeft ontruimd. De fel anti-Amerikaanse ayatollah Khamenei gaat daarin wel zeer ver (hij sprak in september bijna van een jihad tegen de VS) maar ook hij zegt altijd dat Saddam precies even erg is.

Veel steun

Irans positie in de crisis was wegens de Amerikaanse invalshoek natuurlijk een ideaal onderwerp voor een nieuw robbertje machtsstrijd in Teheran tussen de radicale factie en 'de Amerikaanse islam' van Rafsanjani. Dat president Rafsanjani's politiek veel steun geniet bleek begin vorige week wel, toen niet meer dan 2.000 tot 3.000 mensen, een schijntje naar Iraanse maatstaven, kwamen opdagen voor een anti-Amerikaanse betoging in Teheran, waartoe radicale parlementariers hadden opgeroepen. Dit weerspiegelde tegelijk hoezeer de radicale factie de laatste tijd in de permanente machtsstrijd in het ongerede is geraakt.

“Vandaag heeft de Iraanse natie een religieuze plicht zich te voegen bij de jihad (heilige oorlog) tegen de ongelovige Amerikaanse troepen, de NAVO-eenheden en de zionisten”, riep de radicale voorman Ali Akbar Mohtashemi vorige week zondag in het parlement. Het was misschien geen verrassing dat een conservatief hem toevoegde dat hij maar in het Iraakse leger moest gaan vechten als hij sympathie voelde voor Saddam Hussein. Maar zelfs de onverdacht anti-Westerse krant Jomhuri Islami schreef: “Het is niet verstandig om het verleden te vergeten en ook zij die mogelijk van goede wil zijn zouden niet naast Saddam moeten willen staan.” Want het getuigt van “totale kortzichtigheid te denken dat Saddams aard is veranderd”. En de even radicale krant Kayhan: “Irak is niet een waardige leider voor een strijd tegen Amerika en Israel, en het is zelfs geen goede bondgenoot naast wie men zich kan terugvinden in een loopgraaf.”

Dergelijke uitspraken geven een aardig beeld van het voor Rafsanjani plezierige verloop van de machtsstrijd. Maar daarvoor zijn ook concretere aanwijzingen, zoals de curve van de olieproduktie. Iraanse kranten verketterden in augustus de Saoedische plannen om de olieproduktie op te voeren als compensatie voor het wegvallen van de Iraakse en Koeweitse olie. In feite voerde Iran de olieproduktie gestaag op, van 2, 9 miljoen vaten in juli tot 3, 4 miljoen in december.

INTERNATIONALE POSITIE

In de tussentijd heeft Iran zijn internationale positie aanzienlijk verbeterd, conform de wens van Rafsanjani, die doorbreking van het oude revolutionaire isolement essentieel acht voor de wederopbouw van de door de oorlog geruineerde economie. Een alliantie met Irak had het isolement slechts versterkt - de neutraliteit heeft wonderen gedaan. De diplomatieke relaties met Groot-Brittannie zijn hersteld, ook al is het doodvonnis tegen de Britse schrijver Salman Rushdie niet herroepen - integendeel. Na het herstel van de relaties is het vonnis verscheidene malen bevestigd en is het bedrag dat op Rushdies hoofd staat nog eens in herinnering geroepen, zonder dat de Britse regering van zich liet horen.

De EG heeft haar sancties ingetrokken, en de Amerikanen laten vriendelijke geluiden horen, hoewel er nog steeds Westerlingen in Libanon worden gegijzeld. Hun voortdurende gevangenschap was tot de Koeweitse crisis een ernstige belemmering voor betere relaties. Terry Waite beleefde zojuist de vijfde verjaardag van zijn gijzeling.

En ook in de regio gaat het Iran goed. De Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC) - de Arabische Golfstaten minus Irak - heeft op zijn laatste topconferentie gesproken over een nieuw regionaal veiligheidssysteem na de oplossing van de huidige crisis. Men denkt nu aan een regionaal veiligheidsstelsel met Iran; drie jaar geleden steunde de GCC Irak nog in zijn oorlog tegen Iran.

    • Carolien Roelants