Moord en doodslag verlevendigen La Repubblica

La Repubblica vertoont een minachting voor feiten die opmerkelijk is voor een kwaliteitskrant. De kracht van Italie's bijna-grootste krant ligt dan ook vooral in haar nadruk op opinies en in haar commentaren, die haar het predicaat 'geweten van Italie' bezorgden. Tegelijkertijd schaamt de krant zich niet voor 'spanning en sensatie' in de kolommen.

Op een kille novemberzondag vorig jaar werd de zondagsrust van de Italiaanse politici bruusk verstoord. President Cossiga had een verklaring uitgegeven, iets wat hij anders nooit doet op zondag, want die dag is voor de Heer, voor voetbal of voor een uitgebreide lunch. Maar de president van de republiek voelde zich opgejaagd en wilde direct reageren op een commentaar die ochtend in de krant La Repubblica, geschreven door de direttore zelf, hoofdredacteur Eugenio Scalfari. Dat president Cossiga zich kennelijk genoodzaakt voelde om min of meer per kerende publieke post te reageren op de verwijten van Scalfari, riep een oude vraag op: wie is er belangrijker: de presidente della repubblica of il direttore della Repubblica?

“Ach”, zegt plaatsvervangend hoofdredacteur Gianni Rocca nu, half lachend, half de vraag ontwijkend, “u weet dat de president van Italie voornamelijk ceremoniele functies heeft... “

De vraag is meer dan een woordspel. La Repubblica is in de vijftien jaren van haar bestaan niet alleen een van de twee grootste kranten van Italie geworden, zij is onbetwist de belangrijkste opinievormer. Er zijn maar weinig toonaangevende figuren die niet in deze krant schrijven: beroemde journalisten als Scalfari, Giampaolo Pansa (adjunct-hoofdredacteur), Giorgio Bocca, Alberto Ronchey, kunstcritici als Pietro Citati, politici als Bruno Visentini en minister van schatkist Guido Carli. De belangrijkste afwezigen zijn premier Andreotti, die een vaste column heeft in een weekblad, en de socialistische leider Bettino Craxi, die af en toe in zijn partijkrant schrijft.

Meningen zijn voor deze krant zeker zo belangrijk als nieuwsberichten. Hoofdartikelen en andere opinierende artikelen beginnen vaak op de voorpagina, op hoogtijdagen soms drie tegelijk. Dat heeft te maken met het karakter van de hoofdredacteur, die af en toe meer politicus-op-afstand dan journalist is en het past in de doelstelling van de krant.

Toen La Repubblica op 14 januari 1976 voor het eerst uitkwam, was dat een experiment waar veel mensen vraagtekens bij plaatsten. Allereerst het vreemde formaat: 31, 5 bij 47, 5 centimeter, wel handzaam, maar heel anders dan de andere kranten. En bovendien: waar moest deze krant haar lezers vandaan halen. Anders dan bijvoorbeeld El Pais, dat in hetzelfde jaar begon en kon profiteren van het journalistieke vacuum in Spanje na de dood van Franco, moest La Repubblica opboksen tegen gevestigde namen als de Corriere della Sera uit Milaan, La Stampa uit Turijn en Il Messaggero uit Rome. De nieuwkomer had niet meteen de ambitie deze drie kranten in hun eigen huis te verslaan, en is nog steeds nummer twee in genoemde steden. Doelgroep waren de mensen die genoeg geld hadden om zich een tweede krant te kunnen permitteren, en tot de belangrijkste lokmiddellen hoorden de opinierende artikelen. Nu nog refereren leden van de hoofredactie als Gianni Rocca en Giampaolo Pansa aan hun krant als 'een opinie-krant'. En ook al is La Repubblica de meest nationale krant geworden en zijn de ongeveer zevenhonderdduizend lezers vrij gelijkelijk over het land verspreid, op de meeste plaatsen blijft het een tweede krant.

Spelling

Misschien is het door de aandacht voor opinies, misschien is het de speelsheid van de Italiaanse geest, feit is dat La Repubblica een slordigheid met feiten vertoont die opvallend is voor een krant die pretendeert een kwaliteitskrant te zijn. Voor jaartallen, de correcte spelling van namen, feitelijke weergave zonder dat die wordt vertekend door interpretatie, cijfers, kan de lezer beter bij andere kranten terecht. Aanhalingstekens zijn meer versiering dan een garantie dat iets letterlijk zo is gezegd en soms wordt zelfs in een bericht een uitspraak verschillend geciteerd. Zonder blikken of blozen kan een journalist schrijven dat hem iets 'off the record' is meegedeeld.

Maar het is vaak wel leuk opgeschreven. De korte koppen waartoe het tabloid-formaat dwingt trekken de aandacht, al beloven ze vaak meer dan ze kunnen waarmaken. Korte berichten kent de kranten nauwelijks, alle artikelen zijn een klein of groot opstel. Overeenkomstig de Latijnse retorische traditie staat het belangrijkste nieuws ook vrijwel nooit in het begin, maar verstopt op verschillende plaatsen in het bericht. Het nieuws wordt zo een kort verhaal, zeker omdat La Repubblica er bewust voor kiest veel aandacht te geven aan details, aan mensen. Op een recente redactievergadering over de Golf was het belangrijkste voorstel het verhaal van de oorlog te vertellen aan de hand van de belangrijkste hoofdpersonen, een aanpak die typerend is voor de krant en die haar populair heeft gemaakt.

Daarom krijgt ook het 'smakelijke' nieuws veel aandacht. Misdaad en moord, wat hier de cronaca nera heet, hoort net zo bij de krant als felle en doorwrochte aanvallen op het regeringsbeleid en dan gaat het zeker niet alleen over de mafia. Een paar koppen van de afgelopen weken: Het feest van de dood, Pyromaan pleegt zelfmoord in gesticht, Italie opent de aanval op de supermarkts, Mijn zoon, slaaf van de dwerg (een hele pagina).

Plaatsvervangend hoofdredacteur Rocca schaamt er zich absoluut niet voor, is er zelfs trots op. “Hoe meer cronaca nera er is, hoe meer we in de krant zetten”, zegt hij. Van de vergelijking met een Brits of een Duits boulevardblad wil hij niet weten. Een journalist moet zijn neus niet ophalen voor moord en doodslag: die verlevendigen de krant en halen haar geenszins omlaag. “In formaat en presentatie willen we populair zijn, maar in de substantie eisen we van de lezer een grote mate van kennis van de problemen. “

HOOGMIS

Dat La Repubblica ondanks het vele bloed op de binnenpagina's een serieuze krant is, blijkt ook op de dagelijkse mis. Deze gaat over politieke en niet over politie-zaken. Iedere ochtend om half elf begint een vergadering waarop de krant van die ochtend kort wordt besproken en plannen worden gemaakt voor de nieuwe krant. Het ritueel is al snel 'de mis' gaan heten, en op maandag de 'de hoogmis', want dan zijn de meeste commentatoren aanwezig en wordt er wat diepzinniger over de wereldproblemen gesproken. Voor wie nog niet heeft ontbeten heeft de redactiesecretaris zoete broodjes en glaasjes sterke caffe laten brengen uit een naburige bar - koffie-automaten zijn voor veel Italianen een onaanvaardbare vorm van degeneratie. Vaak begint hoofdredacteur Scalfari op zachte toon met een korte beschouwing over een aantal onderwerpen, die al snel een kwartier duurt en in eerbiedig stilzwijgen wordt aangehoord door de aanwezige collega's.

Deze mis is een van de belangrijkste momenten voor de krant. Zij duurt al gauw twee uur, ook al omdat Scalfari zich regelmatig laat storen door telefoontjes. Meestal mag er niemand meeluisteren, maar in de tijd dat zijn goede vriend Ciriaco De Mita nog premier was en iedere ochtend even belde, ging vaak het meeluisterapparaat aan en gebaarde Scalfari af en toe dat iets moest worden genoteerd. Deze directe lijn naar de macht is nu verbroken omdat De Mita op een zijspoor is gezet. Sindsdien wordt er 's ochtends minder genoteerd en meer gediscussieerd.

“Wij zijn waarschijnlijk de enige krant ter wereld die iedere ochtend twee uur vergadert”, zegt Rocca met enige trots. Vooral de 'hoogmis' wordt druk bezocht. Alle redacteuren mogen er hun zegje doen en de vergaderzaal zit vaak afgeladen vol.

Op deze vergaderingen komt het kritische karakter van La Repubblica goed naar voren. Scalfari vergelijkt de krant graag met een waakhond die moet bijten als 'de macht' een fout begaat. Dat is ook uitdrukkelijk opgenomen in de beginselverklaring die iedere journalist moet ondertekenen: “De krant moet strijden tegen iedere degeneratie van het politieke en economische systeem, ten gunste van een correct beheer van de publieke sector, van grotere efficientie van de structuren en de diensten van de staat, van grotere fiscale en sociale rechtvaardigheid en burgerrechten.”

De grote verdienste van de krant is dat zij dat als geen ander doet. Ook al hebben Scalfari en de zijnen hun stokpaardjes, in zekere zin zijn zij het geweten van Italie. In de commentaren worden daarbij vaak bewoordingen gebruikt die je als gast in dit land niet snel in de mond zou nemen. Ministers zijn dieven, leugenaars of intriganten, ze zijn incompetent, corrupt, kwaadaardig, inconsequent, onbetrouwbaar, inhalig. 'Zwak' is nog het zwakste van de gangbare adjectieven.

Het refrein in de commentaren is dat het voor het land goed zou zijn als er een wisseling van de macht zou komen. Na 45 jaar christen-democratie achten veel bestuurders zich onaantastbaar voor kritiek. Daarom hebben ook de journalisten van La Repubblica meestal het gevoel tegen een muur te schreeuwen, geeft adjunct-hoofdredacteur Pansa toe.

LINKS

Wegens de felle aanvallen op 'de macht' wordt La Repubblica vaak een linkse krant genoemd, ook al is het een krant waarvan niemand met een leidende functie zich kan permitteren haar niet te lezen. De krant heeft inderdaad veel raakvlakken met de communistische partij, zonder welke een alternatief voor de christen-democraten nu niet denkbaar is. Zij heeft het ook nodig gevonden in haar beginselverklaring uit 1976 uitdrukkelijk op te nemen dat La Repubblica er bij de communistische partij op moet aandringen zich uit te spreken voor de vrijheid van meningsuiting, voor de democratie en voor onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie. Maar als La Repubblica al een partijkrant is, dan is dat van een imaginaire partij: van linkse christen-democraten tot ex-communisten, die vinden dat de politieke constellatie van het land ingrijpend moet worden veranderd. Dat de krant daarbij vaak botst met Andreotti, is begrijpelijk: de premier is de verpersoonlijking van onafgebroken regeringsmacht van de christen-democraten. Maar ook de socialistische leider Bettino Craxi is een aartsvijand geworden, omdat hij weigert met de communisten samen te werken.

La Repubblica heeft van begin af aan in deze wat diffuse groep linkse lezers gevist, overigens zonder zich daarmee voor anders georienteerde lezers buitenspel te zetten. Het eerste jaar was niet zo'n succes, maar door de studentenonrusten die in 1977 begonnen en die al snel uitmondden in wat plaatsvervangend hoofdredacteur Rocca 'een kleine burgeroorlog' noemt, met een reeks aanslagen door de Rode Brigades, steeg de belangstelling voor de nieuwe krant die een alternatief vormde voor de gevestigde namen. Ook de harde lijn die La Repubblica bepleitte tegen het terrorisme, sloeg aan bij linkse lezers.

Begin jaren tachtig was de krant in de economisch veilige zone gekomen, ruim boven de 100.000 lezers. Toen kwam de tweede grote sprong voorwaarts, door de problemen bij de grootste concurrent, de Corriere della Sera. De leiding hiervan werd meegesleept door het schandaal van de vrijmetselaarsloge Propaganda Due. De Corriere verloor haar geloofwaardigheid en zag een aantal topjournalisten vertrekken, de meesten naar La Repubblica.

In de loop der jaren vergrootte de krant haar aantrekkingskracht ook door haar speciale bijlagen. Als eerste in Italie bracht zij iedere week een economische bijlage uit. Later kwam daar een kleurenmagazine bij, een culturele bijlage, een tijdschrift met de tv-programma's en een overzicht van wat er die week in Rome en Milaan te doen is en een in de krant gevouwen satirisch blaadje.

De beslissende sprong naar de top kwam ruim vier jaar geleden met een marketing-idee: Portfolio. Dit is een lotto-achtig spel waarmee de lezer flinke geldprijzen kon winnen. Het heeft de krant veel geld heeft gekost, maar haar ook op een gedeelde eerste plaats gebracht, samen met de Corriere della Sera. Deze krant, inmiddels indirect in handen van de Agnelli's van Fiat, sloeg terug met een vergelijkbaar spel op basis van de nationale loterijen. Die lotto-oorlog is inmiddels vrijwel voorbij, omdat het teveel geld ging kosten en wat ordinair begon te worden. Als lokkertje heeft La Repubblica nu bijlagen over de belangrijkste musea ter wereld en sinds kort een spel dat is gebaseerd op films.

Het succes van La Repubblica is het succes van een formule waarbij het nieuws levendig wordt gebracht en in zijn context wordt gezet zoals een weekblad dat zou doen, het is het succes van een formaat dat makkelijker is te hanteren dan dat van een normale krant, maar het is vooral het succes van een man: Eugenio Scalfari. Scalfari is dan ook een uniek fenomeen. Hij is een uitstekend economisch journalist die in de jaren vijftig en zestig naam heeft gemaakt met zijn economische verhalen, in een tijd dat de economische journalistiek nog in haar kinderschoenen stond. Hij is een politiek dier dat in de jaren vijftig een van de oprichters was van de Radicale partij, later (van 1968 tot 1972) Kamerlid was voor de Socialistische partij en steeds goed in de gaten heeft gehouden hoe de wind waait, met als motto 'coherentie is een eigenschap van imbecielen'. Hij is de hoofdredacteur die uit het niets een goede en succesvolle krant heeft gemaakt en hij behoort tot de rijkste journalisten ter wereld met een vermogen dat wordt geschat op honderd miljard lire, ongeveer 150 miljoen gulden.

AANDELEN

Die rijkdom is gebaseerd op geluk en zakelijk instinct. Basis van zijn vermogen zijn de aandelen in het weekblad l'Espresso die hij in de jaren vijftig kreeg van Adriano Olivetti toen deze zich terugtrok uit het blad dat hij kort daarvoor samen met Scalfari en anderen had opgericht. Daarna heeft Scalfari door goed te onderhandelen en door risico te nemen, waarbij hij zijn persoonlijk fortuin verbond aan dat van l'Espresso en later van La Repubblica, zijn vermogen weten te vergroten.

In 1989 verkocht Scalfari zijn aandelen aan de grote uitgeverij Mondadori, met als argument dat dit beter was voor de krant omdat alleen de allergrootsten het nog zouden kunnen redden. De toekomst van La Repubblica is hierdoor echter wat onzeker geworden, omdat tussen Silvio Berlusconi en Carlo De Benedetti een felle strijd is uitgebroken over Mondadori, een strijd die nog steeds niet is beslist.

Inmiddels zeggen zowel hoofdredactie als vertegenwoordigers van de zakelijke leiding dat de krant een periode van consolidatie te wachten staat. De journalistieke formule zal waarschijnlijk nauwelijks wijzigen: tegen de vijftig pagina's met een voorpagina als etalage, vol berichten in gecondenseerde vorm en verwijzingen naar de volledige berichten binnen; de eerste tien binnenpagina's gewijd aan de drie tot vijf belangrijkste onderwerpen van de dag; de cultuur op een herkenbare plaats middenin de krant; en achteraan, nog net voor het economische nieuws, ruimte voor het lokale berichten van de redacties in Rome, Napels, Florence, Bologna, Milaan en Turijn.

Financieel gezien zal pas op de plaats moeten worden gemaakt, omdat de advertentie-inkomsten wat tegenvallen. Maar de krant zit met 385 redacteuren ruim in zijn mensen. De redactie is begonnen op de vierde verdieping van een gebouw in het hartje van Rome, maar is gaandeweg 'doorgegroeid' naar andere etages en wil nu alle vijf de verdiepingen in beslag nemen. Hoewel het een kostbare verbouwing is in een huurpand, zijn er geen plannen om weg te gaan. De redactie geeft er de voorkeur aan in de stad te blijven. En bovendien is het adres te mooi en te tekenend voor de doelstelling van La Repubblica om zomaar op te geven: Piazza della Independenza, Plein van de onafhankelijkheid.