Israeliers verwachten munt te kunnen slaan uit underdog-positie; 'Vrede alstublieft', is Shamirs devies, maar eerst met de Arabische landen

TEL AVIV, 28 jan. - “Als joden worden gedood vallen Westerse politici die ons tot voor kort genadeloos bekritiseerden voor Israel op de knieen.

Het is een soort sympathie die me misselijk maakt.'' In deze bewoordingen drukte Dan Patir, de ex-woordvoerder van oud-premier Menahem Begin, in een radiopraatje zijn gevoelens en die van veel Israeliers uit over de sympathie die Israel in de wereld oogst voor het droog houden van zijn kruit tegen Irak.

Met gemengde gevoelens zagen de Israeliers vorige week hoe de Duitse minister van buitenlandse zaken, Genscher, met tientallen miljoenen marken boete deed voor de rol die Duitse fabrieken en Duitse geleerden hebben gespeeld bij de opbouw van de Iraakse oorlogsmachine. Vooral van Duitse zijde geeft zo iets de Israeliers een onbehagelijk gevoel.

Het Israelische ego en het onuitroeibare verongelijkte gelijk worden er in ieder geval wel door gestreeld. De minister van buitenlandse zaken, David Levy, laat in deze moeilijke dagen dan ook geen gelegenheid voorbijgaan om bij zijn buitenlandse gasten 'zijn gelijk' te halen. “Ik heb jullie toch gewaarschuwd voor de bewapening van Irak”, zegt hij. Genscher kon in Israel niet anders doen dan dit met een door de geschiedenis gedicteerde, instinctieve nederigheid beamen.

Nederland valt buiten de categorie Europese landen wier sympathie een beetje als krokodilletranen wordt uitgelegd. Verscheidene malen hebben de media, in het bijzonder de radio, melding gemaakt van de pro-Israelische stemming in Nederland, van het gebaar van Den Haag om Israel Patriot-raketten aan te bieden, en goed in het gehoor liggende uitspraken van minister van buitenlandse zaken Van den Broek geciteerd.

Jeruzalem heeft heel goed in de gaten dat het door het incasseren van de Iraakse raketaanvallen op Tel Aviv en Haifa veel sympathie oogst. In deze rol van 'underdog' zal Israel in de toekomst misschien ook politieke winst kunnen boeken. Minister Levy drukte dat gisteren als volgt uit: “Van de waardering die we voor onze houding krijgen moeten we een (politieke) hefboom voor de toekomst maken.”

Het is Israel er om te doen in het naspel van de oorlog in de Golf de Palestijnse kwestie van alle andere regionale kwesties en politieke problemen met de VS en de Europese Gemeenschap te ontkoppelen.

Is dat te hoog gegrepen?”Ja”, zeggen goed ingevoerde Westerse kringen in Israel. “Na de oorlog hebben de Verenigde Staten niet alleen verplichtingen jegens Israel maar ook jegens de Arabische coalitiegenoten Syrie, Saoedi-Arabie en Egypte. Die zullen ook Washington hun rekening presenteren en in het naoorlogse Midden-Oosten aandringen op een oplossing voor het Palestijnse vraagstuk.”

Dat zulks in het kader van een internationale vredesconferentie voor het Midden-Oosten dient te geschieden met de PLO achter de groene tafel is zelfs voor gisteravond door de Israelische televisie aangehaalde diplomatieke kringen op het hoofdkwartier van de EG in Brussel geen axioma meer. Er zou volgens dit bericht zelfs sprake zijn van een EG-initiatief om deze door Israel opgeworpen struikelblokken te omzeilen. Het zou een van de belangrijkste gespreksonderwerpen zijn tussen de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, en zijn Luxemburgse collega, Jacques Poos, in Washington vandaag.

Het is ook een aanwijzing dat de 'Palestijnse kwestie' niet door de oorlog in de Golf van de internationale agenda wordt afgevoerd. Misschien sleept Israel er een sterkere onderhandelingspositie uit, maar op veel meer dan dat kan premier Yitzhak Shamir aan het hoofd van zijn rechtse regering niet hopen.

De tot zijn frustratie aan de zijlijn van de Israelische politiek staande socialistische partijleider Shimon Peres hoopt, evenals Shamir, op een denderende Amerikaanse zege op Irak. Maar Peres heeft daarvoor geheel andere redenen dan Shamir. Volgens het blad Ha'arets van gisteren heeft Peres zijn hoop gevestigd op de Amerikaanse president Bush, die aan een zege op Irak het “morele recht” zou kunnen ontlenen Israel te dwingen mee te werken aan een oplossing van het Palestijnse vraagstuk.

In de Israelische politiek, emotioneel geladen door de Iraakse raketaanvallen, heeft deze opvatting nauwelijks gewicht. Peres kan denken en zeggen wat hij wil, maar Shamir is hem, in de rol van de voorzichtige, vriendelijk lachende eerste minister, in populariteit ver vooruitgesneld.

Als de VS en de EG zich bezinnen op een oplossing van het Palestijnse vraagstuk in het kader van een 'nieuwe orde' in het Midden-Oosten zullen zij er rekening mee moeten houden dat Shamir nu de 'sterke man' van Israel is en ook nog wel enige tijd zal blijven. “Vrede, alstublieft” is het devies van Shamir, “maar dan eerst met de Arabische landen voordat het Palestijnse vraagstuk bij de horens kan worden gevat.”

Wie zal Israel op dat punt na de oorlog de les willen lezen ? In moreel opzicht heeft Israel deze weken zoveel punten gescoord dat het politieke effect daarvan niet over het hoofd mag worden gezien. De tv-beelden van de ravage in Tel Aviv en de gasmaskers dragende Israeliers doen hun werk. Ditmaal voor Israel.