Golfoorlog krijgt steeds onwerkelijker karakter

“Paul Sneijder”, vroeg Pia Dijkstra zaterdagavond, “hoe is Bush eronder?” De Washingtonse correspondent van het NOS-Journaal aarzelde geen seconde: “Somber, maar vastberaden.

Elke avond bellen ze even met elkaar, Paul Sneijder en George Bush. Bush wil de laatste roddels uit Hilversum vernemen ( “Waarom hebben jullie this Paul Griepma naar huis gestuurd, denken jullie soms dat die verdomde oorlog alweer voorbij is?” ), en Sneijder informeert geduldig naar de gebroken heup van Barbara en de prestaties van Bush op de golfbaan ( “Ik bedoel dit niet ironisch, George” ) van Camp David.

Het zijn deze schaarse momenten van gelukzaligheid die de habituele tv-kijker naar de Golf-oorlog op de been houden. Want voor het overige gebeurt er bijzonder weinig - althans op de buis. De Golf-oorlog krijgt voor het thuisfront een steeds onwerkelijker karakter. Je kunt dagenlang alle tv-programma's over de oorlog volgen, zonder ook maar de flauwste zekerheid te krijgen over wat er daarginds gaande is.

Onder deskundigen begint zich een soort consensus af te tekenen over de waarschijnlijkheid dat de bombardementen minder succesvol zijn dan wordt voorgespiegeld. “Ik denk dat de strategische controle van Saddam Hussein niet vernield is”, zei Zbigniew Brzezinski. Zou het juist zijn? Van het middenoostelijk front komt nauwelijks nieuws, en als het komt, moet je je afvragen in hoeverre het gemanipuleerd nieuws is.

De Iraakse tv geeft luttele beelden van verwoestingen in woongebieden (? ), Peter Arnett van CNN mag een in puin gegooide melkfabriek (? ) filmen en we krijgen gemaltraiteerde (? ) krijgsgevangenen te zien. De geallieerden tonen ons de gevolgen van de olieramp, maar zelfs dan krijgen we tot vervelens toe steeds dezelfde beelden van dezelfde oevers en dezelfde besmeurde vogels voorgeschoteld.

Als deze oorlog voorbij is, zullen we geen soldaat gezien hebben - laat staan een slachtoffer - maar wel minstens honderd uur lang Pete Williams, de glibberige woordvoerder van het Pentagon. Pete geniet van het dagelijkse journalistieke vragenuurtje. Hij weet hoe hij de pers aan het lijntje moet houden, zonder het te laten breken. Kruimeltjes informatie tussen wolbalen van tekst. “Next question, please. Linda?”

Geen groter gevaar voor de waarheid dan de oppermachtige woordvoerder en de onverbiddelijke censor. Censuur in een oorlog is onvermijdelijk, maar daarmee is nog niet elke ingreep gerechtvaardigd. Op CNN voerden zaterdagnacht de journalistieke coryfeeen Walter Cronkite en David Halberstam samen met Helen Thomas (UPI-correspondente bij het Witte Huis) en Henry Kissinger een interessante discussie over de rol van de pers in de oorlog. “Toen wij 14 maanden lang Cambodja bombardeerden, was zijn Witte Huis daarover niet erg openhartig”, pestte Thomas de verwaten Kissinger.

Halberstam kwam met een onheilspellend voorbeeld van onnodig ingrijpen door een censor. Een journalist in Saoedi-Arabie had geschreven dat twee piloten elkaar na een vlucht “jolig” op de rug sloegen. De censor maakte ervan: “trots”. Halberstam: “Dat is een poging om de redactionele functie van de journalistiek over te dragen aan het ministerie van defensie.” Gespreksleider Bill Moyers, destijds woordvoerder van president Johnson, wees hem erop dat het publiek er onverschillig onder is. “Niemand houdt van journalisten”, repliceerde Halberstam, “maar als de regering te veel controleert, zal dat straks blijken uit de brieven van militairen naar huis. En dan zal er een ommekeer volgen. Als de regering zich tegen ons keert, keert ze zich ook tegen het volk.”

Volgens Halberstam heeft de krampachtige houding van de Amerikaanse autoriteiten alles met de oorlog in Vietnam te maken. “In het Witte Huis en onder de generaals is men er vast van overtuigd dat die oorlog door de reporters is verloren. Maar het kwam door de slechte politiek, niet door de pers.”

Cronkite noemde het pool-systeem - alleen in kleine, gecontroleerde groepjes mag de pers naar het front - een onding. In de tweede wereldoorlog en in Vietnam had hij altijd vrije toegang tot het front gehad. “Dit is een controle die niets meer met militaire noodzaak heeft te maken”, aldus Cronkite. Halberstam roemde Bob Simon, de thans vermiste CBS-journalist, die volgens hem ( “en terecht” ) met het pool-systeem wilde breken.

Wilde Halberstam daarmee suggereren dat de Amerikanen meer moeten afweten van de verdwijning van Simon? Next question, please.

    • Frits Abrahams