Festival over 'theater en ruimte' in Brabantse steden; Vissen in een rijdend aquarium

TILBURG, 28 jan. - Een lange avond in Brabant ligt in het verschiet, als we ons om 18.45 uur melden bij de ingang van Zaal Zestien, in het voormalige St. Elisabeth-ziekenhuis in Tilburg.

Vanaf hier vertrekken bussen die ons zullen brengen naar zes theaterruimtes in Tilburg, Den Bosch en Eindhoven, om rond middernacht allemaal samen te komen bij het openluchttheater in Oisterwijk. De busrit maakt deel uit van het jaarlijkse festival Theater maken in Brabant, dat ditmaal 'theater en ruimte' als thema heeft.

De organisatoren van het festival - Stichting BOX (Brabants Overleg Kleine Podia) en Theaterwerkplaats Bis - vroegen zeven regisseurs de tekst Allerwegen van Arthur Schlemper (in 1990 afgestudeerd aan de Toneelschool in Amsterdam) te bewerken; de verschillende interpretaties van het stuk, dat handelt over ruimte, worden alleen op deze laatste zaterdagavond van januari opgevoerd door (semi-)professionele acteurs en actrices. Daarbij zal “de vanzelfsprekendheid waarmee theatermakers en bezoekers zich veelal onderwerpen aan de beperkingen van ruimte (... ) ter discussie staan”, zo meldt het programmaboekje.

De eerste interpretatie die onze groep te zien krijgt, is van Nico van Spanje (De Zon). Drie actrices en een acteur hebben zich temidden van grote en kleine schemerlampen opgesteld. Er is het een en ander te doen om iets dat onderweg is kwijt geraakt en waarvan niemand weet wat het is. De vrouwen dribbelen heen en weer, ze openen een raam, maar ook daar vinden ze het antwoord niet. Het raadsel is onopgelost als we ons vijftien minuten later moeten vervoegen bij de ronkende bussen.

Studenten van de Tilburgse Academie voor Beeldende Vorming hebben de bussen versierd. Ik beland in een bus die aan de buitenkant is bespannen met een groot, zwart visnet; binnen zijn de ramen en het plafond afgedekt met blauw gespoten plastic, over de stoelen zijn blauwe lakens gedrapeerd waar je voeten voortdurend in blijven haken, op de vloer ligt wit zand en aan de bagagerekken bungelen zeegroene wollen draden. We zijn net vissen in een rijdend aquarium.

Tijdens onze tocht ontmoeten we echte vissen, in het Eindhovense Plaza Futura. Regisseur Fred van Mierlo (St. Woyzeck) leidt het publiek langs de wc's, waar goudvisjes zwemmen in de wasbakken. Een vis was een ander lot beschoren: hij ligt in tweeen gesneden op een bord, een vrouw grijpt begerig naar haar mes en vork. Vervolgens passeren we een vrouw in badpak die op het punt staat in een leeg bassin te duiken; dan belanden we in de zaal. Langs de zijwand stellen zich drie mannen op in korte broek en met afzakkende kniekousen, een van hen houdt een kom met goudvis vast. De twee vrouwen aan de andere kant van de speelvloer hebben een kooi bij zich. “He meisjes, wat staan jullie een rot eind weg”, roepen de mannen in koor. “He jongens, jullie niet dan?” klinkt het aan de overkant.

Van Mierlo's voorstelling is de kortste en meligste van de zeven. Hoewel de stukjes in kwalitatief opzicht uiteenlopen, zijn er ook punten van overeenkomst: ze duren gemiddeld een kwartier, ze zijn grappig, zij het soms op het flauwe af, ze zijn springerig en onverhoeds, maar ook warrig en niet al te helder. Zo veroorzaakt de 'workshop' van Peter Eversteijn (Fact) bij menigeen een kakelende lachaanval, maar wat het verband is tussen de plotselinge invallen van de acteurs en de tekst van Schlemper, blijft onduidelijk.

“Er wordt te veel gepraat en te weinig gezegd” concluderen de acteurs in de door Dik Boutkan (Nieuw West) geregissseerde opvoering. Daar is weinig tegen in te brengen, lijkt mij. Toch is deze uitspraak als typering van de avond onvolledig: de spelers pijnigen niet alleen hun hersens door zich de gekste vragen te stellen, ze proberen tegelijkertijd de ruimte waarin ze zich bevinden te leren kennen door deze te onderzoeken. Ze lopen heen en weer, ze huppen, dansen, of ze blijven roerloos staan, ze nemen elkaar in de houdgreep en ze tellen de ruiten en vlakken die ze om zich heen zien - kortom, een demonstratie van de ruimtelijke verbeelding van de theatermakers.

Iets theatraler gaat het toe in het door schijnwerpers verlichte Natuurtheater in Oisterwijk waar het laatste onderdeel van het programma wordt vertoond. Het is middernacht en in de arena branden vier vuren. Op een grote zwerfkei staat een teil water waar de damp vanaf slaat. Terwijl in de verte een vroege haan de nieuwe dag aankondigt, zijn wij er getuige van hoe een naakte vrouw wordt 'geboren' uit een levensgrote pop. Ze kijkt verbaasd om zich heen als ze met een plof op een berg stro terecht komt en aangekleed wordt door drie in lompen gehulde figuren.

Na deze door Herwig de Weerdt (ex'-Oud Huis Stekelbees; Het Vervolg) in scene gezette geboorte van een nieuwe mens en nadat de laatste vreugdekreten zijn weggestorven, keert het jolige publiek terug naar de bussen. Klokslag 1 uur arriveren we in Tilburg; de meeste lappen en doeken in de bus liggen tegen die tijd verfomfaaid op de grond.