Een dubbelzinnig dubbelconcert

Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Ed Spanjaard, met Claude Helffer (piano). Werken van Benjamin, Messiaen, Boulez en De Leeuw. Gehoord: 26-1 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: vanavond Radio 4 Vara 20.02 uur.

Zelden hoorde ik zulk een zacht pianissimo als zaterdag in de Grote Zaal van het Concertgebouw bij het Radio Kamerorkest tijdens de Vara-matinee. Ed Spanjaard durfde het aan om de hoorbaarheidsgrens met een groot aantal decibels te verleggen. En zelden hoorde ik zo genuanceerd en subtiel met klankkleuren boetseren als in George Benjamins At first light (1982), zoals de helle trompetsolo, die door strijkersflageoletten van een kunstmatige nagalm werd voorzien.

Meer dan effecten heeft deze componist echter niet te bieden. Benjamin is een estheet van het type Toru Takemitsu, maar dan helaas zonder het charmante exotisme van deze Japanner, gespecialiseerd in het bellen blazen, waarbij je voor een kort moment bewonderend ah en oh roept.

De trompetsolo in het centrum van Messiaens Sept haiki (1962) is van een geheel andere orde, wel degelijk dwingend en al na een keer horen niet meer uit het geheugen te wissen. Ook in Boulez' Eclat (1965) heerst, ondanks de uiterst fragmentarische opzet, een overigens moeilijk te omschrijven richting.

De grootste belangstelling ging uit naar het nieuwe werk van Ton de Leeuw: Danses sacrees (1989-1990) voor piano en orkest. De bezetting is courant, want wie schreef er de laatste jaren geen pianoconcert? Zo speelt Theo Bruins begin mei, eveneens in de Vara-matinee, een nieuw concert van Jan van Vlijmen in een combinatie met Stockhausens Momente.

Merkwaardigerwijze ontpopte het concert van De Leeuw zich als een dubbelconcert, want de marimba vult als schaduwinstrument consequent het betoog van de piano aan. De sobere Mozart-bezetting (twee hobo's, twee hoorns en strijkorkest) laat een verdere extravagantie niet toe en Danses sacrees is dan ook precies wat de titel belooft: statig-plechtige dansbewegingen, contemplatief en voor de eerste driekwart van de tijdsduur strikt a-virtuoos. Aanvankelijk neemt het doedelinstrument het initiatief; de strijkers weten zich daaraan ondergeschikt. Geleidelijk aan, met de introductie van de lage instrumenten, worden de partijen echter gelijkwaardig. De hoorns zorgen voor meer body, en er treft een melancholieke hobosolo of een bijna kokette versieringsfiguur in de pianosolo, zodat voor een moment een Danse profane ontstaat, om met Debussy te spreken, die dezelfde titels gebruikte voor een werk met de harp als soloinstrument.

Het contemplatieve karakter houdt De Leeuw niet vol en na de tweede cadens ontstaat er dan toch nog een finale in meer concertant virtuoze zin.

Claude Helffer musiceerde glashelder, maar naar mijn smaak te eenvormig. Meer expressiviteit - zeker in de introductie - leek mij beter. Dat het concert repertoire verdient, staat vast en uit het enthousiasme van het publiek bleek overduidelijk dat daarover geen verschil van mening mogelijk was.