Disciplineringscampagne schakelt niet-communisten uit; KGB mag weer overal binnen

De coincidenties zijn te verbluffend. Het kan niet louter toeval zijn. In de Sovjet-Unie worden de politieke en economische duimschroeven de laatste maand in opmerkelijke orkestratie hand in hand aangedraaid.

Elke dag manifesteert de verkilling van het politieke klimaat zich nadrukkelijker. Keurig parallel daaraan wordt tegelijkertijd een sociaal-economisch beleid uitgevoerd dat uit is op centralistische disciplinering en dus elk decentraal initiatief de nek moet kunnen omdraaien.

Afgelopen weekeinde is dat in nog geen 24 uur geillustreerd. Vrijdagavond om tien voor tien las de nieuwslezeres - ze zette haar donkere bril ervoor op - op de valreep van het journaal Vremia, tussen de cultuur en de sport door, een verklaring voor van de departementen van binnenlandse zaken (MVD) en defensie. Reeds op 29 december bleken de ministers Boris Pugo en maarschalk Dimitri Jazov het 'bevel' te hebben gegeven aan hun beider gewapende machten om per 1 februari in alle grote steden van de gehele Sovjet-Unie gezamenlijk te gaan 'patrouilleren' als 'rechtsstaat en openbare orde' daartoe nopen. De formuleringen in deze order van Pugo en Jazov zijn klassiek. Ogenschijnlijk gaat het de twee bewindslieden slechts om de 'veiligheid van de burgers op straat'.

Een dag later volgde een tweede 'oekaze', dit keer van president Michail Gorbatsjov zelf. De KGB kreeg zaterdag per decreet de vrije hand bij de bestrijding van de “economische sabotage”. De dienst mag overal zonder te kloppen de boekhouding gaan controleren. Banken, binnenlandse staatsbedrijven of vrije 'cooperatieven' en buitenlandse ondernemingen, overal kan de KGB straks samen met de collega's van het departement van binnenlandse zaken alle benodigde “informatie” verzamelen. Alleen de ambassades hoeven niets te vrezen, zo heeft het staatshoofd bepaald.

UITSCHAKELING

Het 'bevel' van Pugo en Jazov zowel als het decreet van Gorbatsjov is voor tweeerlei uitleg vatbaar. Naar de letter gaat het in beide documenten slechts om law and order. Maar in feite gaat er achter deze ideologische presentatie een algemener doel schuil: de uitschakeling van de lokale en regionale niet-communistische politici en bestuurders. In de huidige politieke machtsstrijd zouden ze derhalve wel eens veel verderstrekkende gevolgen kunnen hebben.

Om te beginnen met de politieke consequenties. De nieuwe richtlijnen kunnen op voorhand dienen als legitieme basis voor de 'sterke arm' die sinds de machtigingswet van vorig najaar toch al in handen is van Gorbatsjov. En die arm krijgt het binnenkort druk. De sanering van de roebel, die afgelopen dinsdag als een donderslag werd aangekondigd door de president en diens premier Valentin Pavlov, heeft nu al de nodige sociale onrust veroorzaakt. Al was het maar omdat veel burgers zich geflest voelen door de hervorming. Menig werknemer kreeg zijn loon vorige week bijvoorbeeld in coupures van vijftig en honderd roebel, uitgerekend de bankbiljetten die nu uit de roulatie zijn genomen. Het heeft het vermoeden dat het apparaat wel op de hoogte was van het op handen zijnde tientje van Pavlov, en zich daarom vijf voor twaalf nog net heeft weten te ontdoen van waardeloos geld, slechts versterkt. Hetgeen het vertrouwen in de regering - toch een cruciaal aspect van elke monetaire sanering - alleen nog maar verder heeft ondermijnd.

Een aantal republieken (de Russische federatie, het 'onafhankelijke' Georgie en de drie Baltische staten) heeft vorige week nog geprobeerd de dreigende onrust in goede banen te leiden door het maximale wisselbedrag van duizend roebel eigener beweging te verhogen en ook de periode van drie dagen te verlengen. Maar de staatsbank heeft daarover onmiddellijk haar veto uitgesproken en beschikt bovendien over echt serieuze bondgenoten: inderdaad, de KGB en Binnenlandse Zaken wier vertegenwoordigers zitting hebben in de speciale commissies die het spaargeld boven de duizend roebel moeten gaan 'witten'.

Dankzij de verordeningen van afgelopen weekeinde kunnen die straks op vele klavieren tegelijkertijd spelen. De repressieve macht die daarvan uitgaat, zal zich uiten wanneer de sociale gevolgen van het huidige sociaal-economische beleid in minder gelaten vormen boven komen drijven, bijvoorbeeld als over niet al te lange tijd de onvermijdelijke prijsverhogingen zullen worden aangekondigd. Om nog maar te zwijgen van wat er zou kunnen gebeuren als de 'democratische' beweging, die thans bijna wanhopig probeert de gelederen te sluiten, zich in daad en woord gaat verzetten tegen deze oekazes uit het centrum.

De economische gevolgen liggen in het verlengde hiervan. Niemand in het Kremlin heeft tot nu toe openlijk afstand genomen van het voornemen om een markteconomie te introduceren. Maar wat er afgelopen dagen feitelijk is gebeurd, staat op meer dan gespannen voet met dat perspectief. Het grote economische debat dat vorig najaar is uitgevochten, ging ten princale over de vraag of de vrije markt linksom (decentralisatie) of rechtsom (centralisatie) moest gaan. Het resultaat is nu overduidelijk. Het wordt rechtsom. Vorig jaar is regelmatig gekoketteerd met de gedachte dat een autoritaire ('presidentiele') oplossing de noodzakelijke economische hervormingen zou kunnen versnellen. Een vergelijking met het model-Pinochet werd daarbij soms niet geschuwd.

ONHEILSPELLEND

Los van morele en politieke overwegingen, die analogie ging en gaat mank. Anders dan in Chili of Turkije dan wel Indonesie is de gewapende macht in de Sovjet-Unie doordesemd met een traditioneel communistisch gedachtengoed. In de socialistische unie bestaat er geen kapitalistische voedingsbodem die 'last' heeft van de democratisering en dus liever onder de paraplu van de militairen of de geheime dienst gedijt. Er is geen belastingstelsel, er is geen systeem van overheidsfinancien, er is geen vrij bedrijfsleven, er is geen kapitaal dat vrijelijk zijn weg wil vinden met voorbijgaan aan democratische controle, kortom, er is niets dat maar lijkt op een moslaagje voor een liberale economische infrastructuur en de daarbij behorende nieuwe burgerlijke middenklasse. De hulp inroepen van de gewapende macht betekent daarom dat de school van Milton Friedman juist geen kans krijgt, integendeel, het zal de oude 'nomenklatura' alleen maar beschermen.

En dat maakt de ideologische bezweringsformules, die de laatste oekazes begeleiden, zo onheilspellend. Ze tonen eigenlijk alleen maar aan dat de staat uit de 'basis' is begonnen aan de herovering van de 'bovenbouw'.

De communistische partij voelt dat als geen ander aan. Naarmate haar offensief voortschrijdt, durft ze meer uit de schaduw te treden en wordt ze weer brutaler. Eergisteren bijvoorbeeld deed het secretariaat van het centraal comite een oproep onder de neutrale titel 'de perestrojka verdedigen'. Onder dat motto werpt de partij zich op als tolk van de 'belangen van het volk, het land en de president (lees: de staat)', dat wil zeggen, neemt ze stelling tegen sommige 'massamedia en het lawaai van de meetings', zoals Gorbatjovs plaatsvervanger in de partij, Vladimir Ivasjko, het op deze vergadering zei.

De partij wenst zich daarbij niet meer niet te beperken tot het eigen land: een groot deel van de discussie in het secretariaat was ook gewijd aan 'de toestand in Oost-Europa'. Op dit terrein dook vorige week zelfs ineens het begrip 'stabilisatie' op, een woord dat het Kremlin al langer voor in de mond bestorven ligt als het wil uitleggen waarom de autonome bewegingen in eigen huis moeten inbinden. De conclusie die partijleiders als Gennadi Janajev (tevens vice-president), Vladimir Krjoetsjkov (KGB-chef) en Aleksandr Dzasochov (derde man en 'ideoloog' in de top) hieruit trokken, was niet bescheiden. Bilaterale verdragen tussen deze Oosteuropese landen en de afzonderlijke sovjetrepublieken - en die zijn al tot stand gekomen of worden voorbereid - 'zouden tot noodlottige gevolgen kunnen leiden'.

    • Hubert Smeets