De principes van Harnoncourt staan nooit vast

Concert door het Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Programma: W. A. Mozart: symfonieen nrs. 39, 40 en 41. Gehoord: 27-1 Concertgebouw Orkest

De 235-ste geboortedag van Mozart, een feestelijke gebeurtenis in zijn 200-ste sterfjaar, werd gisteren gevierd met een groot aantal concerten. De radio bracht Mozartmuziek uit tal van Europese steden waar hij verbleef en componeerde. Rimsky Korsakovs opera Mozart en Salieri werd in Utrecht concertant uitgevoerd. In het Amsterdamse Concertgebouw werden sonates van Mozart gespeeld door de pianiste Maria Joao Pires en het Concertgebouworkest speelde onder leiding van de Weense dirigent Nikolaus Harnoncourt voor een overvolle zaal de laatste drie symfonieen, kort na elkaar door de 32-jarige Mozart gecomponeerd in de zomer van 1788, ruim drie jaar voor zijn dood op 5 december 1791.

De uitvoering van deze drie symfonieen was de bevestiging van een heel eigen en typisch Amsterdamse Mozartstijl, die Harnoncourt en het Concertgebouworkest de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Maar tegelijkertijd bewees dit concert hoe levend en veranderlijk de opvattingen van Harnoncourt zijn. Hij heeft principes, maar die staan absoluut niet vast en zijn credo is hier het ver doorgedreven compromis tussen een 'authentieke' aanpak in ritmiek en frasering bij een op moderne instrumenten spelend orkest.

Harnoncourts Mozartklank is hier het tegendeel van helder, spits en stralend, iets dat zou passen in een barokke ruimte met een frisse akoestiek temidden van blinkend opgepoetst verguldsel. In de laat-romantische zaal van het Amsterdamse Concertgebouw klinkt Mozart met een milde ronde klank, altijd gedragen door een donker omfloerste en dramatische ondertoon, gloedvol en warm van karakter. Het bijzondere is dat zoiets als vanzelf lijkt te passen bij het Concertgebouworkest, terwijl dat hier niet vanzelfsprekend is: de ronde klank is wel een verwijzing naar het laat-romantische verleden, maar komt heel anders tot stand, met een minimum aan vibrato en laat alle ruimte voor een gemakkelijk bewegende en verrassende accentuering in de menuet-delen.

Het nieuwe bij Harnoncourt, sinds hij in het vorige seizoen bij de Nederlandse Opera Cosi fan tutte dirigeerde, is een meer gedifferentieerde en ontspannen, ruimhartiger aanpak. Dat ziet men ook aan zijn dirigeren: dat voortdurend opjagende gebaar met beide handen ter hoogte van de knieen is verdwenen en vervangen door een breedvoeriger en gevoeliger gestiek, waarbij hij de fraaie melodie zo uit het orkest optilt.

Het resultaat is nu minder verticaal en hoekig, niet meer zo fel motorisch en rimtisch geobsedeerd, maar zachtaardiger en zangeriger zonder dat de retorische tegenstellingen hun effect verliezen. In de Jupiter-symfonie mondde deze behoedzame benadering zelfs uit in een fraaie afwisseling van resoluut en elegant. Het sprak vanzelf dat Harnoncourt na afloop de bloemen liet liggen op de partituur van Mozart.

    • Kasper Jansen