Aan de slapende tsaar-hervormer

“De dingen zijn eigenlijk eenvoudig. Maar u bevindt zich op een kruispunt van een aantal zeer ingewikkelde krachten, invloeden en overwegingen.

Er zijn momenten dat een politicus alleen dan werkelijk succes kan hebben wanneer hij het hele ingewikkelde netwerk van relativerende politieke overwegingen, analyses en berekeningen vergeet en zich domweg weer als oprecht mens opstelt. En opeens is de waarheid dan weer waarheid, het verstand weer verstand en de eer weer eer.''

Op 9 augustus 1969 schreef Vaclav Havel een brief aan Alexander Dubcek, de gevallen held van de Praagse Lente. Na een jaar normalisering werd op Dubcek sterke aandrang uitgeoefend om zijn hervormingsidealen openlijk af te zweren. De nieuwe heersers zijn niet alleen uit op uw machtsverlies, ze azen op gezichtsverlies, aldus een bezorgde Havel. Hij roept Dubcek op om voet bij stuk te houden en met een opgeheven hoofd in de wachtkamer van de geschiedenis te verdwijnen.

Het vervolg kennen we: Dubcek volgde Havels aanmaning tot openlijk verzet niet op, maar ging evenmin door de knieen. Hij zweeg in alle talen en werd boswachter in Bratislava. Tot die triomfantelijke dag, twintig jaar later, waarop hij verlegen lachend aan de zijde van Havel het volk toesprak. Zou Gorbatsjov deze dagen wel eens aan de zwijgende omweg van Dubcek denken of gaat zijn sympathie meer uit naar de militaire uitweg van Jaruzelski?

Zeker is dat zijn minister van buitenlandse zaken het ongevraagde advies van Havel ter harte heeft genomen. Met een laatste waarschuwing is Sjevardnadze opgestapt. Hij heeft de eer aan zichzelf gehouden. Na de door hem gerechtvaardigde terugtocht uit Oost-Europa was het eindpunt van het 'nieuwe denken' bereikt. Toen de vuurpijlen op de dag van de hereniging rond de Brandenburger Tor vlogen drong die pijnlijke waarheid zich op. Sjevardnadze begreep dat aanblijven geen doel meer diende en slechts zijn historische verdiensten zou bezoedelen.

Gorbatsjov heeft zich daarentegen ingegraven en stapelt compromis op compromis. Wat hem bezielt weet niemand precies. De een bezweert ons dat Gorbatsjov nooit veel met de democratie heeft opgehad, de ander weet zeker dat hij zijn greep op de ontwikkelingen heeft verloren, weer anderen spreken van een knappe omtrekkende beweging. Wat we kunnen zien is dat de man die voor velen een symbool van hoop was, terreur met de mantel van 'recht en orde' bedekt, ondanks al zijn macht steeds machtelozer wordt en vooral veel, erg veel slaapt.

De tsaar-hervormer (de term is van Havel) zegt van niets te weten. Hoewel het moeilijk te verkroppen was, gunden velen hem nog het voordeel van de twijfel na de moorden in Vilnius. Maar nu het tafereel zich in Riga heeft herhaald is twijfel een vorm van zelfbedrog geworden. Of het nu een bewuste keuze van Gorbatsjov zelf is geweest of dat anderen voor hem de beslissing hebben genomen doet niet meer terzake vanaf het moment dat hij publiekelijk deze misdaden heeft vergoelijkt.

De gebeurtenissen laten helaas geen andere interpretatie meer toe: na de adembenemende hervormingen zijn we middenin een gewelddadige terugslag beland. Het meest omineuze teken is niet zozeer het geweld, maar de terugkeer van doodgewaande frasen. Het geweld kan nog incidenteel zijn, maar de rechtvaardiging ervan als een strijd tegen de 'bourgeoisiesamenleving' duidt op een veranderde instelling. Het geweld van de ideeen gaat altijd aan dat van de wapenen vooraf. Ideologische en staatkundige eenheid worden weer op een lijn gesteld: zonder socialisme geen Sovjet-Unie.

Achteraf voorspellen is niet zo heel moeilijk. Wie nu komt uitleggen dat de zwaartekracht van het autoritaire verleden het onvermijdelijk zou winnen van de schuchtere perestrojka haalt een wat mager gelijk. De Russische historicus en hervormer Joeri Afanasjev spreekt over een 'naderende dictatuur' (NRC Handelsblad 24 en 25 januari). Was het maar zo overzichtelijk!

De analogie met de vorige hervormer in het Kremlin is leerzaam. Het kostte Chroesjtsjov acht jaar om te mislukken, waarna zijn opvolgers er wel in slaagden om de klok stil te zetten, maar niet om haar terug te draaien. Ergens tussen de oude en de nieuwe tijd nam de geschiedenis even vrijaf.

De beschouwing van Afanasjev geeft ook alle reden voor die slotsom. Hij signaleert diverse tegenspraken: bijvoorbeeld die tussen de noodzaak van samenwerking tussen de republieken en de onmogelijkheid daarvan wegens de historische belasting. Al die zeer reele obstakels leveren een nogal uitzichtloos beeld op. Maar dat geldt zowel voor de hervormers als de conservatieven. De ontbinding is zover gevorderd dat er een patstelling is ontstaan: niemand zal er nog in slagen werkelijke controle uit te oefenen. Het is niet erg aannemelijk dat een staat die niet eens het vermogen heeft om de schappen in de winkels gevuld te houden, wel een duurzame dictatuur zou kunnen voortbrengen. Het ligt meer voor de hand aan een lange periode van chaos en onzekerheid te denken. Het was de president zelf die waarschuwde voor 'libanisering' van zijn land en er is geen reden om hem in dat opzicht niet te geloven.

Ondertussen worden de deuren van de suite in het knusse 'Europese huis' dichtgeschoven. Het duurde even, maar het begint nu toch echt door te dringen dat het tijdperk van werkelijke verzoening ergens in de straten van Vilnius in januari 1991 is geeindigd. Oprechte zorg van Westerse zijde heet ineens weer 'inmenging in binnenlandse aangelegenheden'. En dat terwijl het idee van een 'Europees huis' toch niets anders was dan een staande uitnodiging tot wederzijdse bemoeizucht.

Voor onze toekomst is het van groot belang dat uw politieke nederlaag geen moreel echec mag worden, schreef Havel in zijn brief aan Dubcek. Uit morele oprechtheid kan ooit weer een politieke stap voorwaarts worden geboren, uit medeplichtigheid aan onderdrukking nooit. Het is tijd om de rug te rechten. “De mensen zullen hierdoor kunnen begrijpen dat een politieke nederlaag van een bepaald moment niet meteen een algehele historische scepsis rechtvaardigt.” Was die oproep een overgeeflijke naiviteit of een zuivere intuitie? De tijd zou het leren.

Gorbatsjov kan alsnog aantonen dat hij de Nobelprijs van de Vrede werkelijk verdient. Door zijn programma van hervormingen en openheid te verdedigen of - als dat niet meer mogelijk is - af te treden, blijft de integriteit van zijn poging intact. Wie weet is over tien of twintig jaar het krakende wereldrijk rijp voor verdergaande stappen naar een democratisch bestuur en nationale onafhankelijkheid. De pendelbeweging tussen stagnatie en hervorming gaat rustig voort.

Soms redt men meer door op te houden met het willen redden van wat er nog te redden valt. Maar wellicht heeft Gorbatsjov deze laatste afslag op de snelweg van de macht al gemist.

    • Paul Scheffer