Woordenboeken vergeleken

Kramers Nieuw Woordenboek Nederlands

redactie drs. H. Coenders e.a.

1520 blz., Elsevier 1990, f 52, 90

ISBN 90 10 06131 0

Wolters' Woordenboek Nederlands Koenen redactie C. A. de Ru

1463 blz., Wolters-Noordhoff 1987, f 47, 50

ISBN 90 01 96822 8

Van Dale Handwoordenboek Hedendaags Nederlands door prof.dr. P. G. J. van Sterkenburg

1247 blz., Van Dale Lexicografie 1988, f 47, 50

ISBN 90 6648 201 x geb.

Prisma Handwoordenboek Nederlands

door Andre Abeling

1012 blz., Het Spectrum 1989, f 19, 90

ISBN 90 274 3472 7

Prisma Handwoordenboek Frans-Nederlands, met medewerking van Van Dale

Lexicografie bv

566 blz., Het Spectrum 1990, f 19, 90

ISBN 90 274 2495 0

Prisma Handwoordenboek Engels-Nederlands, met medewerking van Van Dale

Lexicografie bv

634 blz., Het Spectrum 1990, f 19, 90

ISBN 90 274 2494 2

Prisma Handwoordenboek Duits-Nederlands, met medewerking van Van Dale

Lexicografie bv

570 blz., Het Spectrum 1990, f 19, 90

ISBN 90 274 2496 9

Het heeft een paar jaar geduurd, maar inmiddels hebben alle woordenboeken uitgevers gezorgd dat ze een (nieuw) handwoordenboek Nederlands in hun fonds hebben. Kramers, Wolters, Van Dale en Prisma bestoken alle vier de dagelijkse huis-, kantoor- en middelbare-schoolmarkt. Nu er zo veel keus bestaat, is de vraag alleen welke van de handwoordenboeken een vast plaatsje onder handbereik verdienen. Wat zou de doorsneegebruiker nog meer met zo'n boek kunnen doen dan alleen de betekenis van woorden erin opzoeken? Het boek gebruiken als spelling- of checklijst, bijvoorbeeld bij het scrabbelen. Uitzoeken of het 'laperoscopie' of 'laparoscopie' is. Kijken of 'treurbuis' voor televisie al zover ingeburgerd is dat het ook volgens woordenboekenmakers bestaat. Ik begrijp dan ook niet goed waarom spellingsgidsen en 'het groene boekje' zo populair zijn: letterlijk voor hetzelfde geld zijn er naslagwerken te koop waarin ook nog andere gegevens kunnen worden gevonden, zoals de uitspraak van een woord.

Van oudsher geven woordenboeken aan welke lettergreep de hoofdklemtoon krijgt door voor die lettergreep een kommaatje te zetten: 'clivia, klei'neren, mine'strone. De handwoordenboeken van Kramers, Wolters en Van Dale doen het nog steeds zo, alleen Prisma komt met iets nieuws: de beklemtoonde lettergreep wordt daar onderstreept (melk-boeren, hon-dehaar, op-stand, op-stan-dig). Voor deze methode vind ik wel iets te zeggen: zo'n streepje laat zich minder gemakkelijk over het hoofd zien dan een apostrof en de kans dat de lezer automatisch begrijpt waar het voor dient, is groter.

Maar aan de uitspraak van een woord zitten soms meer onvoorspelbare kanten. Hoe moet 'ch' aan het begin van een woord klinken bijvoorbeeld? Aan 'chocola', 'chronisch' en 'chintz' kun je niet zomaar zien dat die ch er respectievelijk als 'sj', 'g' en 'tsj' hoort uit te komen.

CHOKE

Bieden de handwoordenboeken hiervoor hulp? Kramers, Wolters en Pris-ma wel, Van Dale merkwaardigerwijs niet. Kramers en Prisma schrijven het ook nog een keer 'zoals je het zegt', en Prisma vertelt bovendien waar het vandaan komt (bij 'choke': 'Engels, zeg (t)sjook'). Wolters heeft een heel omslachtige methode, met voetnoten en schuindrukken en voorin een lange lijst Engelse woorden met hun uitspraak. Kramers en Prisma winnen op dit punt met glans.

Het aangeven van mogelijke afbreekpunten is in woordenboeken gemeengoed geworden. De Spellinggidsen van Wolters en Prisma doen het, evenals het nieuwe 'groene boekje'. Prisma maakt nu zijn eigen spellingwoordenboek nog overbodiger dan het al is door ook in het Handwoordenboek Nederlands ieder afbreekbaar woord van puntjes te voorzien (de.gen.slik.ker, nou.veau ri.che). Wolters en Van Dale doen niet mee aan de nieuwste mode, maar Kramers weer wel. Die noemt zich in advertenties dan ook 'het dikste en meest actuele handwoordenboek'. Het dikste is Kramers inderdaad, al zegt dat niet alles; ieder woord en elke betekenis en ook iedere samenstelling krijgt daar een eigen nieuwe regel. Dus onder elkaar vind je tweemaal jacht (in de betekenis 'vaartuig' en 'het jagen') en dan zo'n dertig ingangen, van jachtakte tot jachtwet.

JAGEN

Bij Van Dale gaat het ongeveer net zo, al hebben ze daar voor de verschillende betekenissen van 'jacht' geen twee lemmata, maar dat ondoorzichtige doornummersysteem waarvan ik nog steeds vind dat het in hun handwoordenboeken beslist niet thuishoort. Wolters en Prisma doen het anders: die geven wel ongeveer net zoveel 'jachtsamenstellingen', maar ze stoppen rustig vijf of meer woorden in een lemma. Vooral Prisma is daar erg rigoureus in, en somt vaak alleen maar op. Geen slecht idee: wat schiet je op met obligate omschrijvingen van woorden als 'jachtbuit', 'jachtgeweer' en 'jachtseizoen', die meestal weinig verduidelijken (jachtseizoen is 'jachttijd' volgens Wolters, 'jaargetijde waarin gejaagd wordt' volgens Van Dale, en 'tijd van het jaar waarin de jacht geopend is' volgens Kramers), maar die wel ruimte vreten.

Meervouden, werkwoordsverbuigingen en de geslachten van zelfstandige naamwoorden zijn traditioneel in ieder woordenboek opgenomen, en de hier besproken vier zijn geen uitzondering. Van Dale en Prisma schrijven simpelweg 'de' of 'het'. Bij de de-woorden gebruikt Van Dale nog wel de afkortingen m en v, maar Prisma zet er tussen haakjes 'hij' of 'zij' bij. Dat is op zichzelf een goed idee, want veel mensen vinden terugverwijzen naar een woord met 'hij' of 'haar' lastig. Jammer alleen dat Prisma zo conservatief is, en vaak 'zij' zet achter woorden waar niemand vrouwelijk naar terugverwijst , zelfs niet op papier. “ Die muizenis, zet haar maar uit je hoofd, “ moet het volgens Prisma wezen.

Elk boek bevat tussen de veertig- en zeventigduizend woorden. Is Kramers werkelijk het actueelst? Ach, zoiets is maar betrekkelijk. 'New age' (inmiddels al niet eens meer 'nieuw') heb ik er niet in kunnen vinden (ook niet in de andere drie, terwijl 'new wave' wel overal is opgenomen). Aan woorden als de 'giromaatpas' (ontbreekt alleen bij Wolters) kun je zien of ze de boel een beetje bijhouden, en aan het al dan niet voorkomen van woorden als 'wadem' (is volgens de Grote Van Dale damp, nevel, en te vinden in Gorters Mei) of ze niet te archaisch of specialistisch zijn. Echt slecht zijn de bestanden geen van alle. Opvallend is dat Kramers heel veel Zuidnederlandse (=Vlaamse) woorden geeft. Van Dale en Prisma putten uit dezelfde woordvoorraad. Prisma is een ingedikte versie van Van Dale. Van de omschrijvingen valt op te merken dat Wolters het 'woordenboekachtigst' is ('jachtgeweer; geweer ten gebruike op de jacht (met lange loop)').

COMBINATIES

Voor het dagelijks gebruik kan men vooral met de goedkope Prisma prima uit de voeten (dat het boek niet gebonden is, wordt door de prijs ruimschoots gecompenseerd). Het boek geeft daarnaast meer dan een van de andere een keur aan synoniemen en allerlei informatie over de gebruiksmogelijkheden van een woord. Bij 'huis' bijvoorbeeld is een hele reeks benamingen te vinden, van 'krot' tot 'kasteel'. Bij 'huid' staan zelfs alle onderdelen waaruit de huid is opgebouwd. Praktisch zijn ook de mogelijke combinaties van woorden die worden gegeven. Wat kun je ook alweer doen met limieten bijvoorbeeld? Prisma geeft het antwoord: die kun je stellen, bereiken, halen, overschrijden of eraan voldoen. Voor uitdrukkingen of speciale betekenissen wordt heel vaak doorverwezen naar andere woorden (bij 'stand' staat 'zie ook standje' en 'zie ook burgerlijk'), en ook mogelijke combinaties met voorzetsels zijn helder aangegeven. Al die extraatjes maken het boek bovendien bij uitstek geschikt voor buitenlanders met een redelijke kennis van het Nederlands.

Andersom kunnen Nederlanders sinds kort hun moderne-talenkennis met soortgelijke informatie opvijzelen: er is net een Prismareeks Duits-Nederlands, Engels-Nederlands en Frans-Nederlands verschenen. Ook die woordenboeken staan vol uitdrukkingen, vaste voorzetselcombinaties en voorbeelden. Ze zijn ook gebaseerd op de woordbestanden van Van Dale, die misschien niet perfect zijn, maar wel het beste dat we momenteel hebben.

    • Liesbeth Koenen