Ter Beek klem tussen ministerie, oorlog en kabinet

DEN HAAG, 26 jan. - Als ze hem spottend Minister van Oorlog noemden, raakte minister A. ter Beek deze week even geirriteerd om er snel met een ingehouden glimlach aan toe te voegen: Minister van Oorlog en van Vrede.

Neen, hij had er ruim veertien maanden geleden toen hij het ministerschap van defensie aanvaardde niet bij stil gestaan dat Nederland bij oorlogshandelingen zou worden betrokken. En het valt hem zeer zwaar. Vooral de angst dat er aan Nederlandse kant doden of gewonden vallen. Maar deze oorlog is onvermijdelijk.

“Ik denk dat twijfels in ieders inborst leven omdat niemand oorlog wil. Maar ik zeg uit overtuiging: deze oorlog was onvermijdelijk, het kon niet anders. Alle vreedzame pogingen om dit conflict tot een einde te brengen hadden gefaald vanwege de onverzettelijke, onverzoenlijke houding van Saddam Hussein. Onvermijdelijk”. Dat zei hij donderdagmiddag nadat het kabinet bereidheid had getoond meer militaire middelen en manschappen naar de Golf-regio en naar de Middellandse Zee te sturen.

Nieuwe informele verzoeken van de NAVO nam hij op het ministerie door met de defensiestaf. Nederland staat klaar. Minister Ter Beek hoeft niet langer met een schuin oog naar de Tweede-Kamerfractie van de Partij van de Arbeid te kijken want het kabinetsbeleid heeft nu voldoende instemming van zijn partijgenoten.

Dat is een hindernis minder. Maar het grotere geweld in de Golf en de Nederlandse betrokkenheid zijn voor Ter Beek persoonlijk een loden last. “Je kunt hem bijna over geen enkel ander onderwerp meer aanspreken”, zegt een medewerker. “Naast de inzet in de Golf gaat het deze week bij het opmaken van de tussenbalans ook over forse besparingen op Defensie, maar daar hoor je Ter Beek niet over in het openbaar. Zo gepreoccupeerd is hij. Zijn gedachten zijn bij de manschappen in de Golf en in Turkije. Maar die emotionaliteit, hoe begrijpelijk ook, werkt niet in zijn voordeel.”

Minister Van den Broek van buitenlandse zaken waarschuwde de Tweede Kamer en zijn collega's in het kabinet donderdag wel dat de ontwikkelingen in de Baltische staten, het optreden van Moskou en de spanningen in het Golfgebied een waarschuwing inhielden. Op Defensie mocht niet te veel worden bezuinigd. Minister Ter Beek protesteerde alleen intern bij minister Kok, de partijgenoot die nog eens een extra miljard op Defensie wil besparen, tegen de aanslag op zijn begroting. Hij vroeg zich af wat minister Van den Broek toch beweegt om hem, Ter Beek, telkens de loef af te steken? Ook een week geleden weer, toen hij niet gekend werd in het aanbod van Lubbers en Van den Broek van Nederlandse Patriots aan Israel.

Maar er waren meer irritaties. De klachtenlijst van commandant Kok van de Nederlandse taakgroep in de Golf beviel hem absoluut niet. Al eerder in oktober had hij de toenmalige commandant Van Gurp over een gebrek aan coordinatie laten weten dat commentaren niet altijd even opportuun zijn. Hij, Ter Beek, had de politieke opdracht de missie in de Golf te leiden en dan moest het hem niet moeilijker gemaakt worden dan het al was.

Commandant Kok klaagde op zijn beurt over te weinig informatie uit Den Haag, over een te geringe luchttransportcapaciteit van Nederland om taken als in de Golf goed aan te kunnen. Hij sprak de wens uit dat er eens wat ministers naar de schepen kwamen kijken.

Maar had Ter Beek de bemanningen niet begin oktober in een verzengende hitte van vijftig graden celsius toegesproken in Jebel Ali, de haven van Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten? Had hij niet meegedaan aan oefeningen, bungelend aan een kabel tussen de twee fregatten die met zo'n 18 kilometer per uur door de Golf voeren? Had hij niet urenlang gesprekken gevoerd van kombuis tot kapiteinshut?

Alsof hij zich persoonlijk aangesproken voelde stuurde Ter Beek donderdag snel een fax naar de bemanningen van de drie Nederlande schepen in de Golf: “Thans rust op uw schouders een nog zwaardere last. Die last wordt ook hier in Nederland gevoeld. Dat geldt uiteraard in de eerste plaats voor uw familieleden en vrienden. Juist zij hebben op dit moment ook alle mogelijke steun nodig. Het ministerie en de Koninklijke Marine doen hun best hen zo goed mogelijk op de hoogte te houden van de omstandigheden waaronder u verkeert.

“Ook mijn gedachten en gevoelens zijn dicht bij u en ik hoop dat deze lotsverbondenheid u zal sterken bij het uitvoeren van uw opdracht. Ik wens u alle sterkte en succes toe om uw missie te doen slagen in dienst van de vrede.” Getekend: A. ter Beek.

Maar hoe stond het met die lotsverbondenheid in eigen huis? Enkele vlag- en opperofficieren vroegen in de loop van de week waarom de minister nu de spanning oploopt, geen maatregelen neemt om de versnippering van mankracht en middelen op zijn eigen departement tegen te gaan. Waarom maakt hij geen korte metten met de dagelijkse competentiestrijd, de laag bij de grond gevoerde gevechten over aanzien, territorium, bevoegdheden, toegenomen door de angst voor inkrimpingen bij het personeel? Was dit niet de gelegenheid voor hem om solidariteit en doeltreffendheid te vragen? Konden hoge ambtenaren die in het openbaar blijk gaven niet loyaal te staan tegenover de hoogste politieke leiding van het ministerie niet worden overgeplaatst zodat zij minder schade berokkenen?

Op hun beurt vroegen burgerambtenaren zich af of generaals en admiraals niet wat meer aan de belangen van het gehele defensieapparaat (126.367 man) moeten denken en wat minder aan hun eigen krijgsmachtonderdeel. Dit was toch niet het moment om erop uit te zijn 'een oorlogsdividend' binnen te halen bij het opmaken van de meerjarenplannen?

Op de tiende dag van de oorlog kan Ter Beek een gevoel van teleurstelling niet onderdrukken. Nederland en zijn minister van defensie blazen volwaardig hun partij mee. Het kabinet is alert. Dat horen Washington en Brussel, Jeruzalem en Ankara luid en duidelijk. Nederland is bereid meer te doen. Waarom wordt dat dan in eigen land niet beter gewaardeerd?

    • Willbrord Nieuwenhuis