Saddam zaait verwarring onder joden in VS

WASHINGTON, 26 jan. - De Iraakse Scud-raketten hebben niet alleen dood en verderf gezaaid in Israel maar ook verwarring veroorzaakt in de Amerikaanse joodse gemeenschap.

De Amerikaanse joden waren zeer verdeeld over de wenselijkheid van militair geweld tegen Irak. Door de Iraakse bombardementen op Haifa en Tel Aviv en de beelden van Israeliers met gasmaskers zijn zelfs leden van links-liberale joodse vredesgroepen tot vertwijfeling gebracht. “Onze leden staan perplex. Onze familieleden en vrienden worden gebombardeerd”, zegt Linda Eber in het New Yorkse hoofdkantoor van de New Jewish Agenda, een links-liberale organisatie met vijftig afdelingen over heel Amerika.

Deze week hielden ze een vergadering en verscheidene leden riepen op om de Amerikaanse regering te steunen. “Hoe weet je nog wat de juiste koers is? Ik ben geen specialist”, zegt Eber. Voorlopig houdt de New Jewish Agenda het bij haar oude eis tot een onmiddellijk staakt-het-vuren, zo werd besloten, maar de links-liberale Jewish Peace Lobby in Washington overweegt al een meer oorlogszuchtige politieke richting. “We overleggen nog”, zegt Toba Spitzer van deze groep.

De hoofdredacteur van het links-liberale joodse tweemaandelijkse tijdschrift Tikkun, Michael Lerner, is de innerlijke verdeeldheid in persoon. In het voorlaatste nummer bepleitte hij het gebruik van geweld “als laatste redmiddel” om de gevaarlijke Iraakse aanvalswapens weg te nemen. Maar, schrijft hij in het januari- februari-nummer, dit betekent niet dat hij zich akkoord verklaart met “de oorlog die Bush voorbereidt”. “Het was mijn fout dat ik niet voorzichtiger ben geweest in het verwoorden van mijn standpunt”, schrijft hij. Lerner is van oordeel dat Amerika had moeten blijven vertrouwen op het economische embargo.

Nu, na de Scud-aanvallen en middenin de oorlog, juicht hij in stilte voor de Amerikaanse strijdkrachten to bomb the hell out of de Iraakse lanceerinstallaties voor Scudraketten. Dergelijke nuances zijn niet gemakkelijk in een spandoek te vangen. Toch gaat Lerner vandaag demonstreren tegen de oorlog en daarbij voegt hij zich bij de uitgedunde minderheid van Amerikanen die de oorlog niet steunen.

Bij vredesdemonstraties in het hele land vandaag willen joodse vredesgroepen zich afscheiden van degenen die de troepen naar huis willen sturen. Ze pleiten voor het vasthouden aan een onmiddellijk staakt-het-vuren, een boycot tegen Irak en aan een vredesconferentie met de Palestijnen.

Genoemde vredesgroepen geven uiting aan een nieuw joods bewustzijn onder links-liberale joden uit de geboortegolfgeneratie, die aanvankelijk onverschillig stond tegenover de eigen cultuur en godsdienst. Voorheen voegden ze zich bij de algemene linkse organisaties maar er ontstonden meningsverschillen over Israel. “Israel was voor hen het kwaad. Ze maakten geen onderscheid tussen de regering en de burgers. Sommigen waren ook antisemitisch”, zegt Eber over haar ervaringen.

De Amerikaanse joodse vredesgroepen wilden altijd een alternatief vormen tegenover de meer gevestigde lobbygroepen als de American Jewish Congress, de American Israel Public Affairs Committee, de American Jewish Committee of de Conference of Presidents of Major American Jewish Organizations. Deze organisaties staan politiek buitengewoon sterk en weten veel van de vijf en een half miljoen Amerikaanse joden, van wie vier miljoen religieus, te bereiken. Ze hebben veel geld te verdelen voor de campagnes van Congresleden. Bovendien zijn de veelal christelijke Amerikanen sterk in het wel en wee van Israel geinteresseerd.

De gevestigde joodse organisaties lobbieden wel voor de oorlog maar voorzichtiger dan anders. Ze waren geschrokken van de uitspraak van de rechtse columnist Pat Buchanan. Deze had het over “het Israelische ministerie van defensie en zijn ja-en-amen-hoek in de Verenigde Staten”. “De Israeliers willen deze oorlog dringend, omdat ze willen dat Amerika de Iraakse oorlogsmachine vernietigt”, zei hij. De joodse organisaties vreesden dat dit conflict in de Amerikaanse annalen zou worden opgetekend als de “joodse oorlog”.

Maar de stemming in het Congres weerlegde de stelling van Buchanan. Er was zelfs een meerderheid van joodse Congresleden tegen het inzetten van de aanval op Irak en Koeweit. In het Huis stemden 16 joodse afgevaardigden voor en 17 tegen de oorlog. In de Senaat waren er drie voor en vijf tegen de oorlog. Enkele van Israels trouwste supporters, de senatoren Howard Metzenbaum en Carl Levin en de afgevaardigden Larry Smith en Howard Wolpe, stemden tegen de oorlog.

In het Huis verleenden vooraanstaande joodse Democratische Congresleden wel, met enkele invloedrijke commissievoorzitters, soliditeit aan een pro-oorlog-standpunt dat lijnrecht tegen de eigen partijleiding in ging. De joodse Democraat Stephen Solarz maakte zich in het Congres sterk voor steun aan de president. Hij houdt het belang van Israel sterk in het oog en komt uit een district in Brooklyn met veel chassidische joden, joden uit de lagere middenklasse en recente joodse immigranten uit de Sovjet-Unie, maar ook Italianen en zwarten, die weinig stemmen. Zijn district, waar Archie Bunker gewoond zou kunnen hebben, keerde zich al vroeg tegen de Vietnamoorlog, maar kenmerkt zich overigens door havikachtige standpunten van de bewoners.

Solarz komt zelf uit de anti-Vietnambeweging. Op zich is dat niet onverenigbaar met zijn huidige steun aan de oorlog. “Voor Amerikanen, speciaal Amerikaanse joden, is het onmogelijk geweest om de gebeurtenissen van de laatste paar weken te scheiden van gebeurtenissen van meer dan 20 jaar geleden. Twee oorlogen - een in Vietnam, de andere in het Midden-Oosten - zijn de spiegels waardoor ze zichzelf en hun gevoelens over oorlog en vrede moeten zien”, commentarieerde de Washington Jewish Week daags voor het uitbreken van de oorlog. “Er is sprake van ambivalentie in synagoges waar rabbijnen en gemeenteleden bidden voor een vreedzame oplossing van de crisis, maar niet een die Saddam Hussein bovenop zijn enorme arsenaal chemische, biologische en mogelijk nucleaire wapens laat zitten.”

Het Golfconflict heeft ook de aandacht van het Witte Huis op Israel gericht. Aanvankelijk waren president Bush en zijn minister van Buitenlandse Zaken, James Baker, gebelgd over de weigerachtigheid van Israel om naar een oplossing te zoeken voor de Palestijnen in de bezette gebieden. Uit de verkiezingsuitslagen had Bush geconcludeerd dat hij weinig aan de joodse stem te danken had. Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleders bezochten wel de Arabische landen, zelfs Syrie, maar sloegen Israel over. Sinds het uitbreken van het Golfconflict moest Bush Shamir ervan overtuigen om zich er niet in te mengen. Half december, toen Bush al begreep dat er oorlog zou komen, ontving hij voor het eerst de Israelische premier Shamir. Na de gesprekken in het Witte Huis straalde deze behoudende politicus uit Jerusalem. “Ik ben helemaal gerustgesteld”, zei hij.

Bij de Israelische ambassade in Washington stromen intussen de sympathiebetuigingen van Amerikanen binnen. De publiciteitsbeluste zwarte leider Jessie Jackson bracht maandag zelfs een bezoek aan de Israelische ambassadeur, Zalman Shoval. In het verleden gaf Jackson wel eens uiting aan hetsluimerende antisemitisme onder sommige Amerikaanse zwarten en een week geleden sprak hij demonstranten tegen de oorlog toe. Jackson concludeerde nu waarderend: “Irak heeft nu Israel gebombardeerd. Israel heeft met verbazende terughoudendheid niet teruggevuurd.”