Routes

Langs Romeinse en Middeleeuwse wegen. Archeologische routes in Nederland en Belgiedoor H. J. Helmer en R. H. P. Proos

176 blz., geill., Kosmos 1990, f 29, 90

ISBN 90 215 1620 9

Nederland biedt veel aan be zienswaardigheden op ar cheologisch terrein. En een zeer Nederlands vervoermiddel, de fiets, blijkt bij uitstek geschikt om deze bezienswaardigheden te bekijken. Voor de - argeloze - bezoeker die misschien niet elke oude steen of elk grondspoor snel ziet, is er een boekje verschenen met een aantal fietsroutes die langs Romeinse en middeleeuwse wegen leiden.

In tien hoofdstukken worden archeologische routes in Nederland en Belgie besproken en beschreven, over afstanden die varieren van 33 tot 110 kilometer. Goed te doen voor de stevige doorfietser; voor de minder getrainde wielrijder zijn de routes ook in stukjes af te leggen. De indeling per hoofdstuk, dus per route, is duidelijk en overzichtelijk. Een korte inleiding waarin landschap en geschiedenis worden besproken, wordt gevolgd door de routebeschrijving, waarbij duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen route en toelichting. De route is gelukkig gedetailleerd aangegeven zodat, wellicht met hulp van een kaart, de weg zonder al te veel moeite is te vinden.

Tot zover voldoet dit boek met archeologische routes aan de verwachtingen. Toch is het rendement dat de belangstellende leek voor archeologische monumenten in Nederland uit dit boekje haalt te gering. Erger nog, veel informatie wordt hem onthouden.

In de inleiding wordt niet duidelijk gemaakt hoe de keuze van de routes tot stand is gekomen. Daardoor is het nu onbegrijpelijk waarom een aantal belangrijke archeologische monumenten volledig wordt veronachtzaamd. Sommige delen van Nederland die archeologisch toch interessant zijn, komen helemaal niet aan bod. Uit de prehistorie is veel meer te zien dan wordt aangegeven (bijvoorbeeld Het Gooi met zijn grafheuvels) en ook Romeins Nederland komt er zeer bekaaid af. Het lijkt of de auteurs niet weten wat er aan archeologische monumenten in Nederland te koop is. Waarom wordt in het hoofdstuk over Nijmegen en omgeving de tempel in Elst niet vermeld? Waarom is het Thermenmuseum in Heerlen niet opgenomen? Dit is immers een prachtig monument uit de Romeinse tijd in Nederland. Maar ook de sporen van een Romeins castellum in het plaveisel in het Zuidhollandse Valkenburg zijn niet in het boek terug te vinden. En zo ontbreekt er nog meer. Natuurlijk is het niet mogelijk alles de revue te laten passeren, maar een verantwoording van datgene wat aan bod komt of bewust niet aan bod komt, is wenselijk.

Waarom is er geen literatuuropgave opgenomen voor diegene die meer belangstelling heeft gekregen en meer wil lezen? Waarom is er ook geen korte verklarende woordenlijst opgenomen? Kent iedereen begrippen als tongbekken en spitsgracht? Spijtig is ook dat de symbolen op de routekaartjes niet worden verklaard. Wat betekenen die sterretjes? Zeer storend is dat sommige informatie apert onjuist is. Het archeologisch museum in Leiden is, zoals geen enkel rijksmuseum, niet op maandag geopend zoals in de inleiding staat vermeld.

Overzichtelijk en veel duidelijker is het Reisboek voor Romeins Nederland en Belgie, dat al in 1981 verscheen. Bij nadere beschouwing blijkt het boek van Helmer en Proos niet in een behoefte te voorzien en vult het ook geen leemte op. Kortom, er bestaan betere boeken waarin archeologische monumenten worden besproken. Al of niet via een route.