Potdeksel vervangt leer en paardehaar in het peloton

AMSTERDAM, 26 jan. - Nog maakt het een koddige indruk wanneer een wielrenner zich tooit met een helm, zo'n eierschaal als de stripfiguur Calimero op zijn hoofd heeft.

Mede daardoor waagden nog slechts weinigen hun schedel te beschermen met zo'n potdeksel; of het moest - bij beroepsrenners - een aardig bedrag opleveren. Met ingang van dit jaar zal iedere wielrenner er aan moeten geloven. Tijdens trainingen en wedstrijden zal verplicht 'een helm met een harde schaal', zoals het nieuwe reglement het omschrijft, gedragen moeten worden.

Weliswaar was het dragen van een helm in Nederland en nog een paar landen voor alle wedstrijdrenners al verplicht, maar het hoofddeksel dat als zodanig dienst deed bood nauwelijks veiligheid bij een val op het hoofd. Met name beroepsrenners, voor wie het helmpje niet in alle landen was verplicht, lieten dan ook niet na het hoofddekseltje thuis te laten zodra de gelegenheid zich voordeed. Het helmpje met vijf dikke leren banden van voor- tot achterhoofd zat wat strak, was hinderlijk bij warm weer, en stond een beetje 'lullig', was het verweer. Het idee dat het bescherming zou kunnen bieden bij een tuimeling op het hoofd, vond weinig gehoor, ondanks de talrijke ongelukken met ernstig hoofdletsel.

Nooit is aangetoond dat de zogenoemde Deense helm voldoende veiligheid bood. Integendeel, tal van wielrenners die zo'n helm droegen liepen desondanks hoofdletsel op. De ruimte tussen de bandjes was te groot om bij aanraking met bijvoorbeeld een stoeprand voldoende veiligheid te bieden. Bovendien bood het met leer omhulde paardehaar geen enkele weerstand tegen scherp materiaal.

In de Verenigde Staten is het dragen van een helm voor elke zich op racefiets of mountain-bike lijkend vervoersmiddel voortbewegend mens al jaren uit het oogpunt van verkeersveiligheid wettelijk verplicht. De potdeksels werden daar dan ook voor het eerst vertoond. Maar de eerste ontwerpen waren nogal zwaar, groot en ze beinvloedden de snelheid nadelig door de verhoogde luchtweerstand.

In 1986 was Jim Gentes, industrieel ontwerper en wielrenner, de eerste die een helm ontwikkelde die aan de wensen van wielrenners tegemoet kwam. Zijn bedrijf Giro Sport Design fabriceerde de zogenoemde Prolight, ultralicht, 210 gram, koel door een functioneel ventilatie-systeem met sleuven voor de wind en aerodynamisch. Hij was gemaakt van een soort piepschuim (EPS, expanded polystyrene), waarover een hoesje in diverse kleuren kon worden getrokken. De helm vond vooral veel aftrek bij triatleten en mountain-bikerijders. De laatste categorie beklaagde zich er echter over dat de hoesjes steeds gewassen moesten worden of aan takken bleven hangen.

In 1988 ontwierp de Amerikaanse firma de Aerohead. Een helm met een plastic laag. Volgens de ontwerper toonden proeven in windtunnels aan dat met dit hoofddeksel kostbare tijd te winnen is. Tijdens een rit van 40 kilometer, met een gemiddelde snelheid van 40 km-u zou de voordelige marge met een Aerohead ten opzichte van het rijden zonder helm ongeveer 38 seconden bedragen. Mede dank zij deze helm, zijn triatlon-stuur, zijn wilskracht en natuurlijk de blessure van concurrent Laurent Fignon won LeMond in 1989 de afsluitende tijdrit van de Tour de France en daardoor de ronde.

Vervolgens werd speciaal voor de mountain-bikers de Hammerhead geintroduceerd. Een helm met een afwasbare polymer-schaal. LeMond adviseerde bij de ontwikkeling van de Air Attack-helm, eveneens gemaakt van het EPS schuim, bedekt met een gladde flexibele buitenschaal. Een nieuwe constructie (in het schuim is een carbon frame verwerkt) heeft het mogelijk gemaakt grotere ventilatie-openingen in de helm aan te brengen, zonder dat de veiligheid in het gedrang kwam. Hij weegt zelfs lichter dan de Prolight en aerodynamischer. LeMond en zijn collega's van de Franse ploeg Z reden vorig jaar allen tijdens tijdritten met deze helm. De Koninklijke Nederlandse Wielren Unie (KNWU) zal al haar geselecteerde renners (profs en amateurs) uitrusten met een Giro Air Attack. De vrouwen en junioren dragen een Hammerhead.

Vooral in Italie en in oost-Aziatische landen zijn veel in motor- en bromfietshelmen, in schuimplastic materialen maar ook in fietsonderdelen gespecialiseerde fabrieken ook begonnen met de productie van de 'eierschalen'. De meeste Nederlandse importeurs betrekken hun helmen uit Italie. Cees Stam, oud-wereldkampioen achter de grote motoren en in dienst van AGU Sport, heeft weinig keus: “Qua design en veiligheid zijn de Italiaanse helmen de beste. Beter bijvoorbeeld dan de Taiwanese.”

Zijn helmen wijken weinig af van de Giro's. De laatsten beschikt over verschillende maten (Prolights 8), Hammerhead (6) en Air Attack (4). Bij de meeste andere merken, zoals AGU, is er maar een maat, maar kan door middel van zweet-klitbanden in verschillende diktes de helm aan de vorm en grootte van het hoofd worden aangepast. De prijzen lopen niet ver uiteen. Tussen de honderd en tweehonderd gulden. Een Air Attack kost niettemin 236 gulden.

Aanvankelijk wilde de internationale wielrenunie (UCI) 1991 als overgangsjaar gebruiken. Maar dodelijke ongelukken met renners die een oude, leren helm droegen en vooral de reclame van LeMond in de Tour de France met de 'harde schaal' hebben het proces versneld. “Bovendien”, zegt Stam, “droegen veel profs al zo'n ding omdat ze voor veel geld een contract konden tekenen met een helmenfirma. En als ze het voor geld doen, kunnen we het net zo goed verplicht stellen, dacht de UCI. Aan de andere kant biedt de helm voor de ploegsponsor een extra gelegenheid reclame te maken.”

Tour de France-winnaar en wereldkampioen Jan Janssen droeg in zijn rennersloopbaan zelden een helm. “Niemand had zo'n stom ding op. Dat stelde toch niets voor? Bij sommigen telde alleen het idee dat je iets op had. Ik was bovendien van nature verschrikkelijk handig met sturen. Ik heb verschrikkelijke valpartijen gezien. Maar ik dacht net als iedereen: wat een klootzak zeg. Ik dacht er niet aan dat het mij ook zou kunnen overkomen.”

Na zijn loopbaan maakte Janssen niettemin deel uit van een valhelmencommissie van de KNWU. “We lieten van die grote dingen keuren bij TNO. Niet een was goed. Bovendien wogen ze wel een kilo en kostten ze tussen de 200 en 300 gulden.” Janssen, wiens fietsenmerk sinds kort onder Union valt, importeert Italiaanse helmen van het merk Vitoria. Op zijn oude dag gaat hij nog weleens op de mountain-bike het bos in. Vorig jaar kreeg hij op een van zijn tochten een tak in het wiel. Hij sloeg over de kop en liep wat verwondingen op. “Nu fiets ik nooit meer zonder. Het staat wel gek. Maar het is gewoon een kwestie van wennen.”

Arie Hassink, ex-topamateur en ploegleider van de Giant-amateurploeg, weet zich nog te herinneren hoe hij en de andere amateurs werden uitgelachen door de profs als hij aan 'open' wedstrijden in het buitenland meedeed. “Natuurlijk waren die leren helmpjes niet veilig, maar je voelde je tenminste zeker.” Hassink onderkent het gevaar van hoofdletsel bij valpartijen. “Maar”, veronderstelt hij, “ik denk dat er meer hoofdblessures voorkomen door de brillen die ze tegenwoordig dragen. Modieus, maar vreselijk gevaarlijk. Misschien moeten ze wel helmen met brillen gaan maken.”