Pluriformiteit Arabische films

ROTTERDAM, 26 jan. - Permanente aanwezigheid op een filmfestival leidt doorgaans tot vrijwel totale immuniteit voor wat er in de rest van de wereld gebeurt.

Zelfs de Golfoorlog lijkt de routine van het twintigste Filmfestival Rotterdam niet echt te kunnen verstoren. Een enkele keer dringt een echo uit het Midden-Oosten door, bij voorbeeld in de afzegging van de Amerikaanse regisseur Peter Bogdanovich, die van zijn verzekeringsmaatschappij het land niet meer verlaten mag en een boodschap stuurde ter begeleiding van de premiere van zijn Texasville, waarin hij refereert aan Jean Renoirs klassieke anti-oorlogsfilm La grande illusion.

In zijn openingswoord stelde de Zuidhollandse Commissaris van de Koningin Patijn dat de behoefte aan filmische reflectie door het bombardement van oorlogsbeelden in de media alleen maar toeneemt. In de praktijk werkt die associatie alleen maar bij films die toevallig uit de Arabische wereld afkomstig zijn, zoals Nachid el hajar - Cantique de pierres van de Belgische Palestijn Michel Klhleifi. De regisseur, die eerder opviel door zijn prachtige Noces en Galilee combineert een documentaire over de intifada met een liefdesgeschiedenis tussen een oudere Palestijnse man en vrouw. De vergelijking met de structuur van Hiroshima mon amour zou wat flatteus zijn, omdat de beide delen van de film niet erg overtuigend op elkaar aansluiten. De beelden van door Israelische soldaten belaagde middelbare schoolmeisjes vormen effectieve propaganda voor de Palestijnse zaak, die op dit moment niet veel sympathie in het westen meer weet te wekken.

De documentaire Homework van de Iranier Abbas Kiarostami getuigt van de pluriformiteit van films uit het Midden-Oosten, die niet altijd de zaak van hun regering blind ondersteunen. Je vraagt je af hoe Kiarostami zijn film over doodsbange scholieren, geinterviewd over hun opvattingen over huiswerk, door de censuur heeft gekregen. Op hun gezicht staat immers te lezen dat ze liegen, als ze beweren dat ze liever slogans uit hun hoofd leren dan naar tekenfilms op televisie kijken. Kiarostami lijkt de film vooral gemaakt te hebben als een experiment in cinema verite: hoe kan de camera de ambivalentie in de voorgekookte uitspraken van afgerichte burgers onthullen.

En dan is er zelfs een echte woestijnfilm, die de Franse fotograaf en documentarist Raymond Depardon maakte naar aanleiding van de maandenlange ontvoering van de Franse antropologe Francois Claustre in Tsjaad. La captive du desert is een speelfilm met de ster Sandrine Bonnaire in de enige hoofdrol. Misschien is dat niet helemaal juist: de woestijn, een hete zee van zand die de eenzaamheid van een nietige westerling in een vijandige omgeving voelbaar maakt, is een minstens zo belangrijke tegenspeler in plaats van een decor.

Toen La captive du desert in Cannes in premiere ging, bleken veel toeschouwers slecht bestand tegen de monomane stijl van Depardon. Ook Marco Muller had de film niet geselecteerd voor Rotterdam, maar de bezienswaardige film kwam toch in het programma terecht via de Critic's Choice, een noviteit, die in navolging van Venetie en Cannes een aantal filmjournalisten in staat stelde een eigen keus aan het programma toe te voegen. Depardons film werd op gemeenschappelijke suggestie van de zes daartoe uitgenodigde critici aangewezen.

Het is de vraag of Mullers oogmerk om door de instelling van een dergelijke nevensectie de discussie over zijn uitgangspunten te stimuleren in de praktijk werkt. Muller is in eerste instantie een filmgeleerde, die eerder op een film valt omdat die in een bepaald verband past dan om de kwaliteiten van die film zelf. Bij een zo uitgebreid programma als dat van Rotterdam blijven die “dialectische” verbanden (om een favoriete uitdrukking van de festivaldirecteur te citeren) noodgedwongen een papieren bestaan leiden. Wie heeft er tijd om te lezen en te betogen, als alle tijd op gaat aan het net bijbenen van de hoogtepunten van het programma. Vrijdagavond deed zich de enige kans voor om Dennis Hoppers The Hot Spot te zien, gevolgd door discussie met de regisseur. Zoiets groeit dan al per definitie uit tot een evenement, terwijl de kwaliteiten van de film, een broeierige en nogal opgelegd erotisch-dubbelzinnige verfilming van een 'steamy' paperback, zeker niet opwegen tegen Hoppers eerdere films, als Out of the Blue en Colors.