Pericles; Atheens strateeg op zoek naar democratie

Pericles of Athens and the Birth of Democracy door Donald Kagan 302 blz., Secker en Warburg 1990, f 77, 80 ISBN 0 436 23052 6

Het verhaal is bekend - maar te mooi om niet nog een keer te vertellen. Gedurende de Eerste Wereldoorlog reden er in Londen bussen rond met een wel heel speciaal soort propaganda: fragmenten uit de lijkrede die de Atheense leider Pericles hield in 431 voor Christus, het eerste jaar van de oorlog met Sparta, die in onze tijd bekend staat als de Peloponnesische Oorlog. De tekst was goed gekozen, want de lofrede op de gevallenen, zoals die in de woorden van de geschiedschrijver Thucydides is overgeleverd, is een klassiek staaltje oorlogsretoriek waar ook dezer dagen menig speechwriter jaloers naar zal kijken.

In vlammende woorden troostte Pericles de nabestaanden, verheerlijkte hij de democratische idealen van zijn vaderstad, en bevestigde hij het gemeenschapsgevoel van de Atheners door erop te wijzen hoe principieel zij verschillen van hun tegenstanders. In de helaas niet meer verkrijgbare vertaling van M. A. Schwartz luidt het: “ Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen. In persoonlijke geschillen verzekeren onze wetten gelijk recht aan allen en de publieke opinie eert een ieder die zich door iets onderscheidt in het openbare leven boven anderen, niet om de klasse waartoe hij behoort, maar om zijn waarde alleen. Armoede is voor niemand die de staat van nut kan zijn een beletsel, hoe gering zijn aanzien ook is... Wij verschillen van anderen door de man die zich aan het openbare leven onttrekt niet te beschouwen als een rustig burger, maar als een nutteloos mens... Onze stad is een leerschool van Hellas en ik meen dat iedere Athener zich kan aanpassen aan de meest uiteenlopende levensvormen en met gratie en soepelheid zich tot een zelfstandige persoonlijkheid kan ontwikkelen.”

Pericles was de aangewezen man om de Atheners aan het begin van de Peloponnesische Oorlog te doordringen van de glorie van hun stad. Dertig jaar lang had hij de politiek van Athene gedomineerd. Opgekomen als een van de kopstukken van wat wel de 'Atheense revolutie' van 462 voor Christus wordt genoemd, waarbij de macht van de aristocratie plaats moest maken voor die van de burgers, had hij door tal van maatregelen de democratie in Athene bevorderd. Als strateeg en Realpolitiker had hij een hoofdrol gespeeld bij de transformatie van de Delische Zeebond (een Egeische alliantie gericht tegen de Perzische erfvijand) tot Atheense imperium, als cultuurminnaar en kunstpromotor was hij verantwoordelijk voor de bebouwing van de Acropolis. Hij was een groot redenaar, een compleet burger en een politicus met idealen. Maar voor alles was hij de man die door zijn naief rationalisme en zijn onverzettelijke houding Athene in een allesvernietigende oorlog met de grote rivaal Sparta had gestort.

GOUDEN EEUW

Dit is althans de overtuiging van Donald Kagan, een Amerikaans kenner van Griekenland in de vijfde eeuw voor Christus die onlangs een zeer leesbare, bijna spannende biografie over Pericles publiceerde. Toch is Pericles of Athens and the Birth of Democracy het boek van een echte fan. Al in het voorwoord verontschuldigt Kagan zich voor zijn 'onmodieuze' uitgangspunt: hij bewondert zijn onderwerp. Voor hem is Pericles een heroisch individu; niet alleen een universeel man die persoonlijk vorm gaf aan de Gouden Eeuw van Athene, maar ook een voorbeeldig politicus die de moderne mens - en vooral die in het Oostblok - kan leren “ hoe een nieuwe en kwetsbare democratie volwassen kan worden gemaakt.” Want, stelt Kagan, democratie bestaat paradoxaal genoeg bij de gratie van sterke leiders die het volk weten op te voeden in burgerzin. Leiders zoals Pericles dus.

Pericles, zoon van Xanthippos (de Grieken kenden geen achternamen), werd waarschijnlijk in 494 v. Chr. in Athene geboren. Als lid van het vooraanstaande aristocratische geslacht der Alcmaeoniden was hij voorbestemd voor een carriere in de Atheense politiek, en kreeg hij een opvoeding die daar op gericht was. Over het eerste deel van het leven van Pericles is weinig met zekerheid te zeggen; een bron vermeldt dat hij in 472 optrad als producent van de opvoering van Aeschylus' tragedie De Perzen. Toen hij in 463 voor het eerst op het politieke toneel verscheen, was hij al strategos (een van de tien generaals) en deed hij een vergeefse poging om de machtigste man van Athene, Cimon, aan te klagen wegens corruptie.

In deze jaren verbond hij zich ook met de radicale hervormer Ephialtes. Door het voeren van processen tegen leden van de machtige Areopagus (Adelsraad) effenden de twee democraten de weg voor de 'Atheense revolutie': een machtsverschuiving van de Areopagus naar de Volksvergadering en de verplichting voor politieke leiders om daadwerkelijk verantwoording af te leggen aan het volk - dat wil zeggen, de mannelijke burgers, ongeveer een vijfde van de totale bevolking van Athene.

Kagan gaat in op de intrigerende vraag waarom een volbloedaristocraat als Pericles, die alleen maar belang had bij de dominante rol van de hoogste klasse in een weinig ontwikkelde democratie, zich aansloot bij de factie van radicale democraten in Athene. Historici zoeken de reden daarvoor doorgaans in Pericles' respect voor de familietraditie: immers, zijn grootvader van moederskant was Cleisthenes, de aristocraat die in 510 de (beperkte) democratie in Athene had ingevoerd.

Ook Kagan oppert dat Pericles trouw was aan de nagedachtenis van zijn beroemde voorvader, maar hij laat het niet bij deze magere verklaring. Ten minste zo belangrijk was zijns inziens dat Pericles zijn opvoeding had gekregen van de natuurfilosoof Anaxagoras, een humanist avant la lettre die hem geleerd zou hebben dat de ratio over alle mensen verdeeld is, en dat de traditionele hierarchische verhoudingen ook maar betrekkelijk zijn. Daarnaast, verklaart Kagan enigszins vaagjes, was Pericles de democratie zo toegewijd “ because he saw better than any contemporary its capacity for greatness”.

MOORD

Wat de motieven van Pericles mogen zijn geweest, zeker is dat hij veel voor de democratisering van Athene deed - ook nadat in 461 zijn collega-strateeg Ephialtes het slachtoffer was geworden van een politieke moord. Gebruikmakend van zijn retorische kwaliteiten, en met zijn generaalschap als enige formele basis voor zijn macht (andere belangrijke functies mochten in Athene slechts twee keer in een mensenleven vervuld worden, en nooit achter elkaar), leidde Pericles de Volksvergadering naar belangrijke beslissingen. De vele wetten die hij tot stand bracht, verankerden de democratie in de Atheense samenleving: zelfs de kleinste landbezittende boer kreeg de kans om de hoogste politieke ambten te bekleden, en iedere magistraat kreeg betaald voor de tijd die hij aan de stad spendeerde. Met name de laatste maatregel, een noodzakelijke voorwaarde voor arme burgers om actief aan het bestuur te kunnen deelnemen, maakte van het Athene van Pericles meer dan een papieren democratie.

Als we Kagan mogen geloven, had Pericles bij dit alles een doel voor ogen: het opbouwen van een nieuw soort samenleving, bestaande uit een nieuw soort burgers - een samenleving van politiek gelijke mensen die vrij waren om hun eigen belangen na te streven, maar die tegelijk inzagen dat hun grootste belang het welzijn van de stad was. Om dit doel te verwezenlijken moest Pericles afrekenen met twee ingesleten Griekse levensfilosofieen: het aristocratische ideaal - dat zo duidelijk uit de Homerische epen naar voren komt - en dat inhield dat ieder individu zich alleen hoefde te bekommeren om zijn eigen eer (arete); en het 'Spartaanse' ideaal van kadaverdiscipline en onvoorwaardelijke ondergeschiktheid aan de belangen van de stad, de zogenaamde agoge.

De lijkrede die Pericles in 431 hield, maakt duidelijk wat hij hier tegenover stelde. Eer, laat Thucydides hem zeggen, is bij uitstek de beloning voor actieve deelname aan het politieke leven; door gezamenlijk het eigen lot in handen te nemen verheffen de burgers van de stad zichzelf als het ware in de adelstand; bovendien worden ze gemotiveerder soldaten. En wat de veelbewonderde Spartaanse agoge betrof, die verstikte de zelfstandige persoonlijkheid, bevorderde cultuurarmoede, en leidde door gebrek aan vrije discussie tot een onzinnig binnen- en buitenlands beleid. Per slot van rekening was een Griek niet op de wereld om zijn leven in een legerkamp door te brengen.

Het uitzonderlijke van Pericles als Grieks staatsman is volgens Kagan zijn idee van 'glorie door vrede'. Eer in klassiek Griekenland was altijd geassocieerd met constante veldtochten en dapperheid in de strijd. Pericles legt de nadruk op dat eergevoel en zelfrespect ook geput konden worden uit de verworvenheden van de vrede; uit een hoge levensstandaard, een onafhankelijke besluitvorming en een culturele superioriteit die werd gesymboliseerd door onder meer de pracht en praal van het Parthenon.

Na het bereiken van de hegemonie in het Egeisch gebied hoefde het Atheens imperium ook niet te worden uitgebreid om deze verworvenheden veilig te stellen. Het moest blijven zoals het was, en dus diende er alleen op toegezien te worden dat de afhankelijke steden, kolonies en eilanden in het gareel bleven. Met mogelijke domino's in de invloedssfeer van Athene, werd hardhandig en bloedig afgerekend.

CONSOLIDATIE

De 'grand strategy' die Kagan aan Pericles op het gebied van de buitenlandse politiek toedicht, behelsde consolidatie van het imperium, enerzijds door het aanhouden van verdedigbare grenzen, anderzijds door het bewaren van de vrede met de twee machtigste rivalen, Sparta en Perzie. Helemaal lukken deed dit nooit. Al vanaf de eerste stappen van Pericles in de politiek was de vrede met Sparta gewapend, en vanaf de jaren veertig van de vijfde eeuw voor Christus ontaardde de politieke, militaire en ideologische rivaliteit tussen de twee Griekse supermachten in het prototype van een koude oorlog.

Uiteindelijk was het halsstarrig vasthouden door Pericles aan een door hem afgeroepen economische boycot van een bondgenoot van Sparta - overigens het eerst bekende economisch embargo in vredestijd - dat in 431 leidde tot de Peloponnesische oorlog.

Ook toen de oorlog met de landstrijdmacht van Sparta al in volle gang was, ging Pericles uit van ambitieuze plannen en rationele strategieen. In principe wilde hij alleen tegenstand bieden om vrede te bereiken, om Sparta te overtuigen dat een overwinning onmogelijk was en dat geen van beide grootmachten de ander ooit zijn wil kon opleggen. Daarom besloot hij het niet te laten komen tot een grote veldslag, maar bracht hij alle Atheners binnen de veilige muren van de stad, en voerde hij alleen snelle militaire acties uit met behulp van de oppermachtige Atheense vloot.

EPIDEMIE

De strategie werd een faliekante mislukking. Pericles rekende er op dat de Spartanen op dezelfde rationele manier over de onwinbaarheid van de oorlog zouden gaan denken als hij; waar hij niet aan had gedacht (of wilde denken) was dat het heel on-Spartaans was om te stoppen met een oorlog als je die nog niet gewonnen hebt. Desastreuzer was dat in het overvolle Athene binnen een jaar een afschuwelijke besmettelijke ziekte uitbrak. Onder de vele Atheners die het slachtoffer werden van de epidemie was ook Pericles. Hij stierf in 429.

Pericles of Athens and the Birth of Athenian Democracy is geschreven voor een breed publiek. Voorkennis wordt nauwelijks verondersteld, en in veel gevallen is het leven van Pericles voor de schrijver een aanknopingspunt om dieper in te gaan op de politiek en het dagelijks leven in vijfde-eeuws Athene, of gewoon om mooie anekdotes over de Griekse cultuur te vertellen. Zo kan hij ook aardig camoufleren dat er over Pericles als individu - zoals over de meeste figuren uit de oudheid - betrekkelijk weinig bekend is. Woekerend met zijn bronnenmateriaal, en soms wat al te makkelijk schematiserend (de 'progressieve', 'vredelievende', 'daadkrachtige' Pericles tegenover zijn 'conservatieve', 'oorlogszuchtige' en 'slappe' tegenstanders) geeft Kagan een indrukwekkend beeld van Pericles als de held van een Griekse tragedie: de perfecte aristocraat die te gronde gaat aan zijn eigen eigen ratio, de geboren leider die het slachtoffer wordt van zijn compromisloze instelling. Pericles of Athens is een hagiografie, maar een verantwoorde hagiografie - en een zeer leesbare.